Alleen een gek neemt de gok

BBC-dj Gilles Peterson was de man achter de acid jazz-rage. Onlangs startte hij een nieuw label voor warme, soulvolle muziek.

Dj Gilles Peterson in zijn studio in Londen. Foto: Gary Calton / Eyevine / Hollandse Hoogte Gary Calton / Eyevine / Hollandse Hoogte

Het is maandagmiddag, twaalf uur, als in cafetaria The Workman’s Inn een tienermoeder lusteloos in een broodje ham hapt. Buiten wrijft een Pakistaanse groenteman zijn rode appels op tot ze glimmen. In de Londense wijk Hackney is het leven zwaar. De mensen zijn er moe, de verf bladdert er van de huizen, het eten is er halal.

Midden in Hackney ligt Brownswood Road. Hier huist het nieuwe platenlabel van de Britse diskjockey Gilles Peterson. Op de blauwe voordeur plakt een geel briefje: ‘Klop op het raam voor Brownswood Recordings’. De vitrage achter dat raam is groezelig en gescheurd.

Binnen is de chaos groot. Overal staan elpees. Circa dertigduizend stuks vinyl heeft hij, schat Peterson (43). Ze staan in kasten die reiken van vloer tot plafond en in dozen op het aanrecht en in de badkamer. In de keuken is een hometrainer in een wasmachine geparkeerd. In de kelder bevindt zich een opnamestudio.

Vanuit zijn voormalige woonhuis leidt Gilles Peterson zijn platenlabel, Brownswood Recordings, dat hij anderhalf jaar geleden oprichtte. „Zelfmoord”, lacht hij zelf. Want in een tijd dat kleine platenlabels failliet gaan en grote maatschappijen moeite hebben het hoofd boven water te houden, moet je op z’n minst gek zijn om een platenmaatschappij op te zetten.

Hij is Brownswood Recordings begonnen „uit verantwoordelijkheid” voor de nu-jazz; de muziekstroming waar jazz, soul, funk, hiphop, broken beats en jazzsamples uit de computer samenvloeien. „Ik ben een ambassadeur van die beweging, onder meer door mijn show op BBC Radio. En ik vond dat ik iets terug moest doen voor de muziek in deze moeilijke tijden.”

Toch is het niet alleen zijn verantwoordelijkheidsgevoel dat hem leidt – het hebben van een platenlabel geeft hem ook plezier. Tenminste, zo lang het geen geld kost. Dat is niet gelukt, hoewel hij de financiën nu onder controle heeft. „Maar een chique kantoor in het centrum van Londen kan ik me niet veroorloven.”

De kaalslag onder de platenmaatschappijen levert hem overigens wel een onverwacht ‘voordeel’ op: de felle concurrentie van weleer is verdwenen. Vooralsnog profiteert Peterson ervan. „Acht jaar geleden had ik lang niet zoveel publiciteit met mijn label en mijn artiesten getrokken.”

Het nieuwste talent op Petersons label dat dezer dagen de aandacht trekt, is José James, een 28-jarige Amerikaan uit Brooklyn, New York. Zijn debuutalbum kwam vorige week uit. The Dreamer is gevuld met warme, donkere en soulvolle jazz. Het opvallendste echter is James’ stem; een krachtige, donkere bariton. Ook Gilles Peterson werd geraakt door James’ „rijke en stijlvolle geluid”.

De ontdekking van José James is het zoveelste bewijs van Petersons neus voor nu-jazz talent. Alleen al voor Brownswood Recordings spotte hij de afgelopen twee jaar het opwindende Japanse Soil and Pimp, het experimentele Londense Heritage Orchestra en de Britse zanger Ben Westbeech. Van deze laatste bracht hij vorig jaar het alom bejubelde debuutalbum Welcome to the best years of my life uit.

Hoewel hun muziek van elkaar verschilt, hebben deze muzikanten een warm soulgeluid gemeen, gecombineerd met onverwachte beats. Voor Peterson geldt dat melodie belangrijk is, en harmonie. Van kille, minimale muziek houdt hij niet. Vaak ook hebben zijn artiesten gemeen dat ze niet in één hokje te plaatsen zijn. Zo gebruikt Londen Heritage klassieke arrangementen en deinst Ben Westbeech niet terug voor een potje drum ‘n bass.

Gilles Peterson deed eerder grote ontdekkingen. Hij was de man achter Jamiroquai, The Brand New Heavies, Incognito, Carleen Anderson en Roni Size’s Reprazent. Eind jaren tachtig zette hij platenlabel Acid Jazz op. Onder dezelfde naam stelde hij compilatiealbums samen. Zijn faam reikte ver. Acid Jazz werd zelfs de naam van een nieuwe muziekstroming. Bedoeld om de jazz terug te brengen in de clubs bestond Acid Jazz meer uit funk en disco dan uit jazz. De puriteinen gruwden ervan, maar hippe twintigers en dertigers vraten het.

Niet lang na Acid Jazz richtte Peterson het label Talkin’ Loud op. Dertien jaar lang zou hij Talkin’ Loud leiden, dat onderdeel uitmaakte van het grotere Mercury. Het was hemel en hel tegelijk. „Natuurlijk, ik verdiende goed, zat in de veilige zone. Maar er was geen creativiteit. De bazen van de andere labels, met wie ik moest vergaderen, maakten zich vooral druk om hun bonussen. Ze gaven niks om artiesten als Galliano, Nuyorican Soul. Het grote geld kwam van acts als Elton John, Metallica, Wet Wet Wet. Dat realiseerde ik me heel goed, maar gelukkig werd ik er niet van.”

En dus hield hij er mee op – van de ene op de andere dag. Zuchtend: „Dat had ik drie jaar eerder moeten doen”. Hij ging zich toeleggen op wat hij werkelijk leuk vindt: het maken van compilatiealbums en het draaien van muziek. In 1998 had hij een eigen radioshow gekregen op BBC Radio 1, Gilles Peterson Worldwide. Al snel kreeg hij de vrije hand, hoefde hij zich niet aan een playlist of een format te houden.

Intussen werd zijn show populairder, onder meer omdat Peterson de meest onwaarschijnlijke platen aan elkaar weet te mixen, waardoor veel luisteraars ineens muzikale verbanden horen die hen voorheen nooit waren opgevallen. Inmiddels kent de show een internationale variant („dan praat ik gewoon minder”), die in een tiental landen wordt gedraaid, ook in Nederland, op zondagavond bij Arrow Jazz FM.

Het had een comfortabel leven kunnen zijn. Maar Peterson was ongedurig, hij miste iets. Uitdaging. Avontuur. Of beter gezegd: de Gok. „Het leiden van een platenmaatschappij is te vergelijken met het gokken op paarden. Ben Westbeech kán de tweede Jamiroquai worden. En ik houd van die gok.” Dus richtte hij Brownswood Recordings op.

Sommigen noemen hem een ouderwetse romanticus. Dan doelen ze op zijn liefde voor vinyl, zijn drang om tegen de stroom in een platenmaatschappij op te zetten, zijn hang naar menselijk contact. „Daarom vind ik dj’en nog altijd leuk, zelfs op mijn leeftijd. Dan ben ik omringd door mensen en voel ik de sfeer.”

Ook de manier waarop hij artiesten ontdekt, doet ouderwets aan. Geen MySpace, YouTube of Sellaband. Nee, Peterson kwam bijvoorbeeld José James op het spoor nadat iemand hem een demo in zijn handen drukte, tijdens een van zijn wekelijkse draaiavonden in de Cargo in Londen. Nieuwsgierig naar de John Coltrane-cover op de achterkant van het hoesje draaide hij de demo op de terugweg in de auto. In de weken die volgden, traceerde hij James, om hem uiteindelijk in New York op te zoeken, „waar ik een hip, jong persoon met een geweldige stem aantrof”.

Zijn show wordt opgenomen in de studio van de BBC, om vijf uur op maandagmiddag. Hij moet weg, maar wil nog snel een paar nummers beluisteren. Niet dat dat veel tijd vergt; gemiddeld heeft Peterson tien seconden nodig om te horen of een nummer goed is. „Het hangt van het intro en de sfeer af.” Daarnaast bepalen warmte, melodie en ritme of een plaat het programma haalt of niet. Bovenal is het „de groove” die de doorslag geeft, zegt hij.

Even later klinken bonkende bassen en beats uit de kelder. In Hackney valt de schemer in. Voor The Workman’s Inn laat een man ongegeneerd zijn hond plassen tegen een bloemenmonumentje voor een verkeersslachtoffer.

Van Gilles Peterson kwam vorige week het compilatiealbum ‘Gilles Peterson in the House’ uit.