Vissenkomcommotie

De Partij voor de Dieren begint de Geert Wilders-strategie over te nemen. Die strategie houdt in: geen inhoudelijk debat voeren, maar met een aantal extreme stellingen komen, waarvan je weet dat ze weliswaar geen steun zullen krijgen, maar wel camera-aandacht.

Het verbod op vissenkommen, waar Marianne Thieme maandag voor pleitte, verschilt in dat opzicht niet van het verbod op de Koran, evenmin als de andere 38 moties waar de Partij voor de Dieren haar spreektijd demonstratief mee vulde. Tijdens het debat hield de partij zich volstrekt afzijdig: minister Verburg (Landbouw, CDA) zou het dierenwelzijn toch niet serieus nemen. Dus gingen de dierendames mokkend en stampvoetend dwarsliggen.

Met die actie diskwalificeert de Partij voor de Dieren zichzelf, en je kunt er ernstig aan twijfelen of zo’n club eigenlijk nog wel iets te zoeken heeft in de Tweede Kamer. De fout die mensen als Marianne Thieme en Geert Wilders maken, is dat ze menen dat de politieke arena een plaats is om actie te voeren en met spandoeken te wapperen, of films te maken.

Dit type nieuwe politicus wil eerst de bevolking achter zich krijgen voor een bepaald standpunt (‘alle moslims moeten het land uit’, ‘we moeten liever zijn voor diertjes’) en pas daarna een politiek debat aangaan, waarin dit type politicus dan veelvuldig kan verwijzen naar de ‘vele mensen in het land’ die er ook zo over denken als zij. Dat is de omgekeerde wereld.

Vorig jaar heeft het ministerie van Landbouw twee extra ambtenaren in dienst moeten nemen om alle Kamervragen van de Partij voor de Dieren te beantwoorden. Ook hieruit blijkt dat Marianne Thieme weigert het politieke bedrijf serieus te nemen en er meer op uit is om zand in de machine te strooien, dan dat zij haar best doet om een inhoudelijk debat te voeren.

Hopelijk voorzien de reglementen van de Tweede Kamer erin om de dierendames voor hun ondemocratische houding op te vingers te tikken. Anders is er ook geen man overboord, want bij de volgende verkiezingen zal niemand meer op die partij willen stemmen.

Christiaan Weijts