Via moeilijkste route snel naar de top

Klimmen wint aan populariteit. In Nederland staan veertig klimhallen en het einde lijkt niet in zicht. „Het is niet alleen je kracht die telt.”

Nederlands kampioene Vera Zijlstra tijdens een boulderoefening: zonder touwen en klimgordel klimmen. (Foto Menno Boermans) NK Boulderen Foto Menno Boermans Boermans, Menno

„Drie, twee, een... eèèn wissel!” Het ene na het andere lichaam ploft op de dikke matten onder de klimwand. Een paar seconden blijven ze liggen en dan is het op naar de volgende taak: buikspieroefeningen. Crunchen, beenscharen en andere methoden om het lijf te sterken.

Klimmen is hot. In Nederland staan zo’n veertig klimhallen die groter zijn dan 400 vierkante meter. Op zon- en woensdagmiddagen zie je er hele hordes schoolkinderen en studenten zich insnoeren in klimgordels, elkaar zekeren (vastmaken voor de veiligheid) en tot duizelingwekkende hoogtes klimmen. De wanden zitten vol met gekleurde blokjes in verschillende groottes, dus een route naar boven is vrij vlot gevonden.

Een stuk moeilijker wordt het als je al die grote grepen – want dat is de officiële benaming voor de gekleurde blokjes – weghaalt en alleen, bijvoorbeeld, de paarse route overhoudt. De wand lijkt dan opeens heel erg hoog en leeg. Het aantal resterende steunpunten is klein. De blokjes die er nog hangen zijn smal.

Toch is dat precies waar het Nederlands team boulderen vandaag voor oefent: de meest moeilijke route klimmen die er is. De moeilijkheidsgraad is afhankelijk van de hellingshoek van de wand, de moeilijkheid van de bewegingen en de grootte en vorm van de grepen. Het meest spannende aspect is dat de klimmers zonder touwen en klimgordel klimmen, tot zo’n 4,5 meter boven de grond.

Boulderen is een van de drie disciplines in het sportklimmen. Een ‘boulder’ is een korte route die op een boulderblok geklommen wordt. Het boulderblok is een vervanging voor een echt rotsblok. Een blok kan recht omhoog staan, naar achteren hangen, of juist sterk naar voren. Daarmee wordt de route moeilijker of makkelijker. Tijdens de training worden verschillende bewegingen geoefend om tijdens een wedstrijd in zo weinig mogelijk pogingen de boulder te kunnen ‘toppen’ (de bovenkant bereiken).

Vandaag wordt onder andere het ‘campussen’ geoefend: naar boven klimmen met alleen je armen. En weer naar beneden, zonder dat je door je schouders gaat. Het ziet er imposant uit en het is loodzwaar voor ongetrainde klimmers. De meeste leden van het Nederlandse team trainen tussen de 20 en 30 uur per week en komen aardig soepel boven. Een van hen is Vera Zijlstra, Nederlands kampioene boulderen. Ze is klein, maar heeft een schouderpartij waar turnkampioen Yuri van Gelder trots op zou zijn.

„Ik klim nu zo’n negen jaar”, vertelt Zijlstra. „De eerste jaren niet zo fanatiek, maar op een gegeven moment merkte ik dat ik toch wel graag de top wilde bereiken.” Ze is negentien en studeert wiskunde aan de Universiteit Utrecht. „Ik ben vooral met klimmen bezig. Af en toe komt school er nog tussendoor.”

Ook de mannelijke teamleden zijn erg met klimmen bezig. Een aantal van hen heeft van sportkoepel NOC*NSF een topsportstatus gekregen – dat levert een aardige vergoeding op. Maar geen van hen verdient genoeg aan de sport om in het eigen levensonderhoud te kunnen voorzien.

Het grootste Nederlandse talent, Jorg Verhoeven (nummer vier op de wereldranglijst bij het boulderen, nummer drie bij het leadklimmen), is onlangs naar Oostenrijk verhuisd. De trainingsfaciliteiten zijn daar een stuk uitgebreider, omdat ook in de buitenlucht getraind kan worden. Sportklimwedstrijden worden binnen en buiten gehouden, maar alleen op artificiële wanden. Zo kunnen de routes niet van tevoren geoefend worden.

„Het is niet alleen je kracht die telt” zegt Wouter Jongeneelen (31), een van de Nederlandse bouldermannen. „En ook niet alleen je uithoudingsvermogen. Je moet het inzicht hebben in de boulder, de weg die je naar boven neemt. Als je met de verkeerde arm begint te klimmen, kan je na twee meter al vast komen te staan.” Daarom zie je deelnemers voor een wedstrijd altijd naar boven turen en gesticulerend de route inlezen.

Wat het Nederlandse team doet, is voor de beginnende klimmer niet haalbaar. Toch is boulderen een aantrekkelijke sport. Je hebt er weinig voor nodig: met een paar klimschoentjes en een ‘pofzak’ (magnesium om je handen droog te houden) kom je al een heel eind. Het enige dat nog ontbreekt in Nederland is een boulderhal met alleen maar boulderblokken. Die was er wel, in Eindhoven, maar werd een dag na de opening alweer gesloten. Het is nu wachten op toestemming om naar het pand ernaast te mogen verhuizen.