Verpleeghuis van invloed op demente

Tussen de psychiatrische symptomen van vergelijkbare groepen dementerende ouderen bestaan per verpleeghuis opvallende verschillen. Op de ene afdeling komt slaan, schoppen en schelden voor bij bijna negen op de tien bewoners, op de andere afdeling maar bij een op de zes. Ook apathie, depressie en angst komen op de ene afdeling meer voor dan op de andere.

Dit blijkt uit onderzoek van verpleeghuisarts Sytse Zuidema op 59 verpleeghuisafdelingen in Nederland, waar tien tot veertig mensen wonen. Hij promoveert morgen op zijn onderzoek aan de Nijmeegse Radboud Universiteit.

Over de oorzaak van de significante verschillen concludeert Zuidema in het algemeen dat de omstandigheden op de afdeling invloed moeten hebben op de psychiatrische symptomen van de bewoners. „Ik weet dat het uitmaakt hoe verzorgenden in hun vel zitten, ik weet dat het niet goed is als er door onderbezetting geen activiteitenbegeleiding gegeven kan worden. Maar dat het zo’n grote invloed zou hebben, wist ik niet.”

Welke kenmerken van de afdeling precies de doorslag geven bij probleemgedrag, kon de onderzoeker niet achterhalen. Het aantal patiënten per medewerker en het aantal uren zorg per patiënt hadden geen invloed op het probleemgedrag. Zuidema: „Misschien is het belangrijker hoe het personeel geschoold is.”

Uit zijn eigen ervaring als verpleeghuisarts zegt de onderzoeker te weten dat het aantal handen aan het bed minimaal is. „Vroeger stelde de sector dat er minimaal één verzorgende aanwezig moest zijn in de huiskamer van de verpleegafdeling. Dat minimum is nu de standaard geworden.”

Ruim 1.300 mensen werden in de studie geobserveerd. Daarbij ging het vooral om vrouwen boven de tachtig. De psychiatrische symptomen die dementerenden vertonen, worden in het verpleeghuis ‘probleemgedrag’ genoemd. Zuidema: „Het is niet goed als een bewoner depressief is of geagiteerd.”

Bewoners: pagina 11