Unilever optimistisch over recessie

De economische groei in het westen neemt dit jaar af, maar Unilever maakt zich weinig zorgen. „Consumenten moeten toch eten en wassen.”

Minder economische groei? Dat kunnen we opvangen. Hogere grondstofprijzen? Geen zorgen.

Het Brits-Nederlandse Unilever was vanmorgen vol vertrouwen over de positie van de levensmiddelengigant, nu en voor de rest van het jaar. Unilever maakt producten als Calvé pindakaas, Becel margarine, maar ook de Ben & Jerry’s ijsjes, de Dove producten voor persoonlijke verzorging en de wasmiddelen Robijn en Omo.

De resultaten over 2007 bleken beter dan verwacht en topman Patrick Cescau was optimistisch over 2008. De gevaren die loeren – de dreigende recessie in de Verenigde Staten kan wereldwijde implicaties hebben – zullen het komend jaar geen grote impact hebben op de resultaten van Unilever, verwacht de Fransman.

Cescau ziet wel dat de economische groei zal afnemen in de VS waar de gevolgen van onder meer de kredietcrisis steeds verder doordringen in de financiële wereld. Maar hij maakt zich daarover vooralsnog weinig zorgen, zo bleek vanmorgen tijdens een telefonisch conferentie. „Consumenten moeten nog altijd eten en wassen”, zei de Fransman. „Bovendien kunnen we profiteren van onze geografische spreiding. De economisch groei in de zich ontwikkelende landen is dan wel voorbij de piek van 2006, maar nog altijd hoog en wij groeien sterk in deze markten.” De verwachtte daling van de economische groei in de VS zal Unilever ook kunnen helpen in de strijd tegen de grote Amerikaanse rivaal Procter & Gamble, dat afhankelijker is van zijn thuismarkt. Op de aandelenbeurs doet Unilever het al enige tijd beter dat de concurrent.

Ook de invloed van de prijzen voor grondstoffen werden vanmorgen door Unilever niet gezien als een grote spelbreker omdat het bedrijf de stijgingen van de afgelopen jaren heeft weten op te vangen via besparingsprogramma's en prijsverhogingen.

Dat niet iedereen het optimisme van het bedrijf en het management deelt bleek uit een reactie van Iris, de researchtak van Rabobank en Robeco. „Wij betwijfelen of op langere termijn de stijging van de grondstofprijzen moeiteloos door de Europese consument wordt geabsorbeerd in de vorm van hogere prijzen in combinatie met stevige volumes. Dit scenario lijkt ons opportunistisch”, aldus Iris in een schriftelijke reactie op de resultaten.

Unilever is al jarenlang aan het herstructureren. Het bracht het aantal merken terug van maar 1.600 naar 400 en bracht grote veranderingen aan in de bedrijfsstructuur en organisatie.

Onderdeel van de veranderingen binnen de organisatie is het schrappen van banen. In 2007 kondigde Unilever aan dat er de komende drieënhalf jaar 20.000 banen worden geschrapt, 10 procent van het personeelsbestand. De reductie, met name in Europa, moet de kosten fors doen dalen.

De herstructureringen moeten er ook voor zorgen dat Unilever wereldwijd opereert als één bedrijf, en niet, zoals in de afgelopen decennia meer en meer het geval was, als een conglomeraat waarin de landen voor een groot gedeelte zelfstandig opereerden. Het voegde marketing- en verkoopafdelingen in Europa samen en is bezig een einde te maken aan de vele overlappende activiteiten: een intern onderzoek maakte enige jaren geleden duidelijk dat Unilever alleen al in Europa 43 verschillende systemen had voor de loonadministratie.

Maar aan deze geldverspilling komt een einde, zo beloofde het bedrijf, dat met de hoofdzetel in Londen en de vele niet-Nederlanders in de top van het management, steeds minder Nederlands aandoet. Zo introduceerde Unilever het antiroosshampoomerk Clear in zeven landen tegelijk, waaronder China, Rusland en Brazilië. Deze zijn, zoals het concern zei, „de drie grootste haarmarkten ter wereld”.