Spannende race, waar is de finish?

Het succes van McCain stelt de Democraten voor een dilemma.

Hoe lang kan de partij het gevecht tussen Obama en Clinton laten voortduren?

De race tussen Barack Obama en Hillary Clinton spreekt tot de verbeelding, maar kan de partij het zich nog veroorloven dat het gevecht zich maar voortsleept?

De uitslag van Super Tuesday bracht amper duidelijkheid. Beide kampen claimden de overwinning, en beide hadden daar de argumenten voor.

Clinton wees op de twee grote staten in het oosten en het westen – New York en Californië – die zij overtuigend won, naast zuidelijke staten als Tennessee en Arkansas. Obama kon laten zien dat hij de meeste staten had gewonnen, verspreid over het hele land.

In de strijd om delegatieleden voor de partijconventie – formeel draait het daar allemaal om – werd gisteren uit voorlopige tellingen van onafhankelijke deskundigen duidelijk dat Obama Super Tuesday nipt heeft gewonnen. Een definitieve uitslag ontbrak. Het betekent hoe dan ook dat geen van de kandidaten voldoende afstand heeft genomen om zeker te zijn van de overwinning.

En dat garandeert weer dat de race tussen Clinton en Obama nog minimaal een maand zal voortduren. Vanaf komende zaterdag vinden binnen tien dagen negen Democratische voorrondes plaats, die volgens de prognoses in de meeste gevallen gunstig voor Obama uitpakken. Het gaat steeds om staten met relatief weinig delegatieleden. Vervolgens komen 4 maart twee grote staten aan de beurt – Ohio en Texas – waar Clinton weer de beste papieren zou hebben.

Obama kan claimen dat hij ‘het momentum’ heeft. Enkele weken geleden stond hij in nationale peilingen nog tien procentpunt of meer achter. Maar de Clintoncampagne wijst erop dat Hillary een voorsprong heeft in de strijd om de delegatieleden. Daarbij telt haar campagne zogenoemde ‘supergedelegeerden’ mee – gekozen functionarissen, zoals gouverneurs en senatoren, die totaal 39 procent van de stemmen op de partijconventie vertegenwoordigen.

Circa 300 ‘supergedelegeerden’ hebben tot nu toe de kandidaat van hun keuze bepaald – globaal 200 voor Clinton en 100 voor Obama. Veertienhonderd ‘supergedeleerden’ moeten hun keuze nog maken.

Analisten zeggen dat de keuze van de eerste driehonderd weinig voorspelt over de voorkeur van die veertienhonderd. Het is gebruik dat deze functionarissen hun keuze uit eigenbelang zolang mogelijk uitstellen: picking the winner is voor een gouverneur interessanter dan het risico een toekomstige president van zich te vervreemden door op het verkeerde paard te wedden.

Maar nu de race om de delegatieleden gedoemd lijkt eindeloos onbeslist te blijven, denken partijfunctionarissen dat de druk op de ‘supergedelegeerden’ zal toenemen wél een snelle keuze te maken. Vooral het kamp van Clinton dat de beste positie in de partij heeft, zal hierop aandringen. Maar ook dat heeft weer een nadeel: het kan de indruk wekken dat het oordeel van de Democratische kiezers, die dit jaar in ongebruikelijk hoge aantallen opkomen, minder zwaar weegt dan het partijbelang.