Riek Wesseling

Een kunsthandelaar liet me een poosje geleden litho’s van de mij onbekende Riek Wesseling zien. Ze bleek geleefd te hebben tussen 1914 en 1995, de meeste jaren in Amsterdam. Via internet was ook nog een catalogus van haar werk te krijgen, getiteld Riek Wesseling: een portret in zwart-wit.

Die catalogus bevestigde wat ik bij de handelaar had gezien, namelijk dat Riek Wesseling een zeer begaafd kunstenaar was geweest. Ze was geen schilder, maar een tekenaar die ook veel litho’s en naaldgravures vervaardigde. Alles in zwart-wit, want „voor mij is zwart-wit méér kleur dan kleur, daar kun je alle andere kleuren mee suggereren”, zei ze eens.

De hoogtepunten van haar werk zijn voor mij haar (zelf)portretten, droomachtige stadsgezichten-bij-avond en afbeeldingen van katten. Van die laatste categorie heb ik hier één prachtig voorbeeld afgedrukt: Dubbelportret uit 1957, een tekening waarop Wesseling zichzelf met een van haar katten heeft afgebeeld. Voor deze tekening zou ik graag een moord doen, ééntje slechts, maar helaas is het Teylers Museum in Haarlem mij als koper al voor geweest.

Wie was deze bijzondere vrouw, die weliswaar bij fijnproevers wel enige bekendheid genoot, maar voor het grote publiek anoniem bleef? Gelukkig bleek haar laatste vriendin, Ingrid van Delft, nog in leven. Zij schreef de inleiding voor de catalogus die Riek Wesseling elf jaar voor haar dood publiceerde.

Wesseling timmerde nauwelijks aan de weg, tentoonstellingen hoefden van haar niet zo nodig – al zijn ze er wel geweest – maar die catalogus zag ze als een bekroning van haar levenswerk.

Ingrid van Delft leerde haar pas in 1981 kennen, twee jaar later trok Wesseling bij haar in om vrijwel tot haar dood bij haar te blijven. In de catalogus praat Wesseling openhartig over haar leven als lesbienne. In een tijd waarin dat nog ongebruikelijk was, kwam zij openlijk voor haar seksuele identiteit uit.

Het veroorzaakte grote problemen met haar vader, die eiste dat ze zich psychiatrisch liet onderzoeken, maar Wesseling trok zich daar weinig van aan.

„Als klein kind voelde ik al dat ik een verkeerd lijf had en verkeerde kleren droeg”, zei ze. Ze was achttien toen ze de vrouwenkleren definitief aflegde en overhemden en dassen begon te dragen. „Zo voel ik me eindelijk pas lekker”, zei ze.

„Ze was een warme, in- en meevoelende vrouw”, vertelde Ingrid van Delft me. „Portretten maakte ze heel graag. Ze zag snel wat er in iemand omging, ze had ook helderziende gaven.”

Haar moeilijke jeugd – een vroeg gestorven moeder, veel pleeggezinnen – zal niet zonder gevolgen zijn gebleven. Ze had later soms last van depressies en fobieën, maar ze wist zich toch steeds weer op te richten, vooral dankzij de totale toewijding aan haar kunstenaarschap.

Ruim tien jaar na haar dood zijn er signalen van een herontdekking. Ingrid van Delft zette een website voor haar vriendin op (www.riekwesseling.com) en het Museum Henriette Polak in Zutphen komt in de zomer met een tentoonstelling. Ze verdient het.