Over derivaten en blinde granaten

Hoeveel stroppen liggen er nog diep verborgen in de balans van de grote banken? Niemand die het weet, maar een voorbeeld van ver voor de kredietcrisis is illustratief hoe onverantwoordelijk de sector soms met financiële derivaten omgaat. Het komt uit FIASCO (1997), een relaas over zakenbank Morgan Stanley in de jaren negentig van oud-werknemer Frank Partnoy.

Japanse banken zaten destijds diep in problemen en moesten elk voorjaar snel een dikke winst laten zien voor het boekjaar sloot. Daar wisten ze bij Morgan Stanley wel wat op. In een trust werden twee financiële producten gestald. De eerste waren ‘zero coupons’ van Amerikaanse staatsobligaties. Dat zijn enkel de hoofdsommen, die zijn gestript van hun rentebetalingen. De nominale waarde was 1000 dollar, maar de contante waarde van zo’n som, die pas over 20 jaar wordt uitbetaald, is natuurlijk veel lager, zeg 200 dollar.

Het tweede soort van derivaat dat in de trust werd gestald waren zogenoemde ‘IOettes’. Dat zijn derivaten die juist bestaan uit een overmaat aan losse rentecoupons, plus een klein beetje hoofdsom. De nominale waarde van deze IOettes was gelijk aan dat beetje hoofdsom, dus 1000 dollar. Maar de contante waarde was vele malen hoger, omdat ze recht gaven op een enorme hoeveelheid toekomstige rente. Zeg dat ze werkelijk 5000 euro waard waren. De twee producten werden dus allebei in een trust ondergebracht. Allebei waren ze op het eerste gezicht 1000 dollar waard, maar de ‘zero’s’ hadden een werkelijke waarde die veel lager was, en de IOettes juist veel hoger. De crux was dat ze allebei dezelfde naam kregen.

Een Japanse bank kocht nu de inhoud van de trust, en verkocht een paar dagen later de helft weer terug. Maar de helft die werd terugverkocht waren uiteraard alleen de IOettes. Zo werd in korte tijd een enorme winst behaald. De transactie die hier wordt omschreven bedroeg meer dan een half miljard dollar, en de winst voor de Japanse banken liep in de honderden miljoenen.

Het is alsof je een zak met 1000 euro en 1000 waardeloze knopen koopt voor 1000 euro. De gemiddelde prijs voor de ‘ronde platte schijfjes’ in de zak is 0,50 euro. De ene helft, de duizend euro’s, verkoop je terug voor duizend euro, maar de andere helft, de duizend knopen, blijven wonderlijk genoeg op je balans staan voor de gemiddelde prijs, dus 500 euro. Boekwinst: 500 euro, zomaar uit het niets.

Maar kan dat dan zomaar? Nee. Eens, in een verre toekomst ontdekt een woedende Japanse controller een gapend gat van honderden miljoenen in de balans. Maar dát is dan zijn probleem. Capice?

Maarten Schinkel