Oude koek in Tsjaad

Frankrijk laat zich in Afrika nog steeds graag gelden. President Sarkozy wil de Vijfde Republiek op een nieuwe leest schoeien. Maar in de voormalige koloniën onderscheidt hij zich nauwelijks van zijn imperiale voorgangers.

Tsjaad is het land waar die onverwoestbare attitude zich nu bij uitstek manifesteert. Dinsdag schaarde Sarkozy zich achter president Déby van Tsjaad, die afgelopen weekeinde in het nauw was gedreven door een coalitie van rebellenlegertjes. Gisteren arriveerde zijn minister van Defensie in de hoofdstad N’Djamena om kwartier te maken voor een Franse troepenmacht die Sarkozy had beloofd, mocht die nodig zijn. Déby kon daarna de overwinning opeisen. Zijn tegenstanders lieten weten dat ze zich hergroeperen voor een definitieve aanval. Beide claims kunnen bewaarheid worden. Tsjaad is namelijk een van de instabielste landen van Afrika.

De vraag naar goed en fout is daarbij intussen een gepasseerd station. In Tsjaad, waar niet alleen katoen wordt verbouwd maar ook steeds meer olie wordt gewonnen, gaat het om de macht, die er toch al voor het oprapen ligt.

De oorlog in Tsjaad is mede daarom een internationale strijd. De corrupte Déby wordt gedragen door mentor Frankrijk. De rebellen uit het noorden en oosten verheugen zich in de steun van het even corrupte Soedan, dat zo wraak neemt voor de hulp van Déby aan de opstandelingen in Darfur. En dan zit ook China op het vinkentouw. Dankzij een conflict dat Déby heeft uitgevochten met het energieconcern Exxon/Mobile, onder meer over fiscale afdrachten, heeft de Chinese olie-industrie in Tsjaad voet aan de grond gekregen. In Soedan heeft China ook een sterke positie. Het biedt Peking tal van mogelijkheden om zich verder in de regio te nestelen.

In deze woestenij heeft Sarkozy het initiatief met aloude militaire middelen naar zich toe getrokken. Die interventie roept twee vragen op. Slaagt hij nu wel, waar zijn voorgangers altijd hebben gefaald? Dat lijkt niet erg waarschijnlijk. Belangrijker is de vraag of Europa hem nog wel kan volgen. Met zijn hulp aan Déby doorkruist Sarkozy het door Frankrijk zelf gedragen plan van de Europese Unie om in Darfur tussenbeide te komen. Met dat doel zou een speciale vredesmacht, Eufor, onder commando van de Ierse generaal Nash, juist deze maand worden uitgezonden. Dat wilde Soedan voorkomen. Vandaar die aanval van de rebellen op N’Djamena vorige week.

Sarkozy heeft er echter nog een schepje bovenop gedaan. Eufor lijkt daardoor nu echt een hopeloze missie te worden. Want het is een illusie te denken dat de strijdende partijen of bevolkingsgroepen in Tsjaad een onderscheid zullen maken tussen Franse militairen in een uniform voorzien van de tricolor of van een insigne van Eufor. Ter plekke worden deze soldaten bij een en dezelfde stam ingedeeld: de Franse.

Frankrijk heeft het door Parijs zelf gedomineerde project Eufor om zeep geholpen. Het heeft zich daarmee in de kaarten laten kijken. In francofoon Afrika is de EU kennelijk geen partij. Europa kan weinig anders doen dan afwachten.