Op de zesde verdieping zit de maffia

Elke dag werken naar schatting 80.000 mensen voor uitzendbureaus die onder het minimumloon betalen, geen belasting en premies betalen en soms illegalen in dienst hebben.

In de Schilderswijk in Den Haag pikken busjes van uitzendbureaus hun veelal illegale werknemers op. Foto’s NRC Handelsblad, Rien Zilvold den haag schilderswijk illegalen wachten op busjes met ronselaars foto rien zilvold Zilvold, Rien

Dichte deuren, de meeste zonder naambordje. De gang van de zesde verdieping van het kantoorpand in de Televisiestraat in Den Haag heeft alles behalve de open uitstraling die je zou verwachten van uitzendbureaus, nu de arbeidsmarkt staat te springen om personeel.

Toch zitten in die gang tien uitzendbedrijven gevestigd. Vanuit kantoorunits van niet meer dan twintig vierkante meter worden honderden Polen, Roemenen en ook Turken en Marokkanen aan het werk gezet in de bouw, schoonmaak en agrarische sector.

Van de vijftien uitzendbureaus die in het hele gebouw in de Schilderswijk zijn te vinden, is er slechts één geregistreerd bij de Stichting Normering Arbeid, waar alle bureaus met een NEN-4400-1 certificaat geregistreerd staan. Dat certificaat is niet verplicht, maar vormt een basisnormering voor uitzendondernemingen. „Als je daar niet aan voldoet, begeef je je op glad ijs”, aldus de Algemene Bond van Uitzendondernemingen (ABU).

Glad ijs betekent dat de niet-gecertificeerde bureaus hun uitzendkrachten vaak ver onder het minimumloon of de cao-afspraken betalen, sociale premies en belasting ontduiken en soms ook illegalen in dienst hebben.

Ali El Y., directeur van uitzendbureau Casablanca in Den Haag, heeft nog geen certificaat. Maar hij is goed bezig, zegt hij, om het NEN-4400 keurmerk te krijgen. „Vroeger had ik ook soms problemen, met valse paspoorten, maar nu niet meer”, aldus El Y. „En ik betaal gewoon het minimumloon aan mijn mensen.”

Hij verhuisde zijn bureau in mei vorig jaar van de zesde naar de tweede verdieping van het gebouw. „Op de zesde zit de maffia. Daar betalen ze Polen 3 of 4 euro per uur voor tomatenplukken.”

Dat laatste blijkt te kloppen. Op de zesde doet de directeur van uitzendbureau Multiwork zijn deur wel open, maar zijn naam wil hij niet noemen. Hij heeft in de zomer zestig Polen in dienst, maar nu, in het laagseizoen „een stuk of twintig”. Betaalt hij hen onder het minimumloon? „Soms wel. Een beetje.”

Van dit soort uitzendbureaus bestaan er in Nederland duizenden. Onderzoeksbureau Research voor Beleid schatte in 2004 het aantal als malafide te boek staande bureaus op 5.000, in 2006 waren het er nog bijna 6.000. Ter vergelijking: Nederland telt ongeveer 1.300 bonafide, geregistreerde bureaus. Ook het aantal werknemers dat via niet-gecertificeerde uitzendkantoren werkte, steeg van ongeveer 65.000 in 2004 tot 80.000 in 2006.

De goedkope en illegale arbeidskracht is een enorme bron van winst voor de bureaus, die soms maar door één persoon worden gerund, zoals bij Multiwork. Research en Beleid schatte de winst voor de malafide intermediairs tussen de 271 en 524 miljoen euro per jaar. Niet alleen de onderbetaalde Polen en andere Oost-Europeanen lopen dat geld mis, de fiscus zou tussen de 135 en 260 miljoen euro extra inkomsten hebben, wanneer de illegale uitzenders loonbelasting en sociale premies zouden afdragen.

De Arbeidsinspectie voert dit jaar en in 2009 extra controles uit, vooral gericht op niet-gecertificeerde bureaus in Den Haag, Rotterdam en het Westland. De inspectie zet 24 extra inspecteurs in om de bureaus administratief op de korrel te nemen. Maar volgens Lex van Dijk, directeur arbeidsmarktfraude van de Arbeidsinspectie, is administratieve controle niet dé manier om de malafide bureaus aan te pakken. „Administratie hebben ze vaak amper. Die mannetjes werken vanuit een woonhuis of de kofferbak van een auto.” De uitzendkrachten krijgen vaak contant betaald en ontvangen geen loonstrookje. Onderbetaling valt dan lastig te bewijzen.

Volgens Van Dijk is het belangrijker om de inleners, de bedrijven die gebruikmaken van de malafide bureaus, op te sporen en te beboeten. „Dan verdwijnt de markt voor uitzendbureaus die te weinig betalen ook vanzelf.” Andere partijen, waaronder vakbond FNV Bondgenoten, bepleitten in december vorig jaar voor de invoering van een inlenersaansprakelijkheid. Inleners kunnen zich dan niet langer achter uitzendbureaus verschuilen en moeten ook een boete betalen wanneer zij onderbetaalde uitzendkrachten in dienst hebben.

Die boete gaat nu naar de uitzendbureaus, die vaak failliet gaan wanneer blijkt dat zij hun uitzendkrachten en de Belastingdienst moeten terugbetalen. De volgende dag begint dezelfde persoon, na een bezoekje aan de Kamer van Koophandel, een nieuw uitzendbureau met precies dezelfde praktijken. Aart van der Gaag, directeur van de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) is tegen wettelijke invoering van inlenersaansprakelijkheid: „Bedrijven moeten dan alle ins en outs van de uitzendcao’s kennen. Die verantwoordelijkheid moet bij de uitzendbureaus blijven.”

Politieke partijen Groenlinks en SP willen als oplossing een vergunning opnieuw verplicht stellen, voordat ondernemers een uitzendbureau mogen beginnen. De vergunningsplicht is tien jaar geleden afgeschaft in de uitzendbranche. Lex van Dijk van de Arbeidsinspectie betwijfelt of een vergunning zin heeft. „In die tijd bestonden de malafide bedrijven ook al.”

Van der Gaag ziet maar één manier om de ‘koppelbazen’ tegen te werken, zoals hij de malafide bureaus noemt. Inleners, dus de bedrijven die via het uitzendbureau aan werknemers komen, moeten verplicht worden met gecertificeerde bureaus werken. De ABU adviseert minister Donner van Sociale Zaken hier deze maand over.

Tot Den Haag het eens is over de bestrijdingsmethode, gaan de malafide praktijken aan de Televisiestraat gewoon door. De bureaus hebben aan belangstelling geen gebrek, met ongeveer 37.500 Polen en Oost-Europeanen die momenteel in Nederland via dit type uitzendbureaus werken. De beduimelde busjes in Den Haag en Rotterdam blijven af en aan rijden met onderbetaalde Oost-Europeanen, ’s ochtends tegen vijven. El Y.: „Ja, wij brengen onze mensen netjes naar en van hun werk.”

Naschrift (20 september 2017): De achternaam van El Y. is uit dit artikel verwijderd.