Ontwikkelingswerk loont – voor hulpverleners

De salarissen van ont-wikkelingswerkers zijn te hoog. Schandalig, vindt Gerbert van der Aa. Wie veel geld wil verdienen, moet maar een baan in het bedrijfsleven gaan zoeken.

Armoede bestrijden kan behoorlijk lucratief zijn. De recente ontwikkelingen rondom Eveline Herfkens, van de VN-ontwikkelingsorganisatie UNDP, maken dat opnieuw duidelijk. Een woordvoerder van de UNDP beweerde in NRC Handelsblad dat je niet rijk wordt van werken bij de VN, maar het bruto jaarsalaris van ruim 150.000 euro dat Herfkens kreeg was lang niet slecht. Jan Pronk verdiende als speciaal VN-gezant voor Soedan ongeveer hetzelfde. Ook bij andere hulporganisaties zijn dergelijke salarissen geen uitzondering.

Ook in de sector zelf zitten mensen ermee in hun maag. ‘Je zou eens moeten schrijven over onze belachelijk hoge salarissen’, zei een Nederlandse hulpverlener in Darfur vorig jaar tegen me. ‘Vooral de VN betalen buiten proporties. Een beginnende UNDP’er verdient al 3000 euro per maand. Dat kan best wat minder.’

De Europese Unie betaalt aan uitgezonden technisch medewerkers ongeveer 6000 euro per maand. De salarissen bij particuliere organisaties als Oxfam Novib en Terre des Hommes liggen niet veel lager. Westers beleidspersoneel verdient daar al snel 4000 euro per maand, met uitschieters naar boven. Uitgezonden medewerkers ontvangen daar bovenop bijna altijd ook nog eens een extra toelage voor het huren van woonruimte en personeel.

Een van de weinig positieve uitzonderingen is Artsen zonder Grenzen. Daar zijn de salarissen voor medewerkers in het veld extreem laag: 1.300 euro bruto per maand. De medewerkers op het hoofdkantoor in Amsterdam verdienen wat meer, maar lang niet zoveel als in vergelijkbare functies bij de meeste andere hulporganisaties. VSO is een ander voorbeeld van een hulporganisatie met lage salarissen.

Artsen zonder Grenzen hanteert het principe dat ontwikkelingswerk uit ideële motieven moet voortkomen. Geld kan maar een keer gebruikt worden. Elke euro die naar het eigen personeel gaat, komt in mindering op het budget voor de armen. In het jargon van hulpverleners: door hoge salarissen voor het eigen personeel sterven kinderen die anders gered hadden kunnen worden.

Om de een of andere reden sluiten veel ontwikkelingswerkers hun ogen voor dit mechanisme. ‘Ik vind dat ontwikkelingswerkers best goed mogen verdienen’, zei de hoofredacteur van Vice Versa, een door hulporganisatie SNV uitgegeven blad over ontwikkelingssamenwerking, tijdens een debat dat ik met haar had. ‘De salarissen hoeven niet extreem hoog te zijn, maar je mag er best redelijk van kunnen rondkomen. Als je goede ontwikkelingshulp wil moet je de uitvoerders goed betalen.’

Wat ik mij persoonlijk afvraag is waarom een ontwikkelingswerker meer zou moeten verdienen dan een verpleegster of onderwijskracht in Nederland. Onderwijzers verdienen in Nederland niet veel meer dan 2500 euro bruto per maand, wat ongeveer modaal is. Is het ontwikkelen van Afrika belangrijker dan het ontwikkelen van Nederland? De salarissen zouden op zijn minst gelijkwaardig moeten zijn.

Daarbij komt dat relatief veel ontwikkelingsprojecten mislukken. Als de afgelopen decennia duidelijk hadden gemaakt dat hulp aan Afrika uitstekend werkt, zou het misschien te rechtvaardigen zijn om de verantwoordelijken meer dan gemiddeld te belonen. Maar dat is niet het geval.

Volgens het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken, waaronder ontwikkelingssamenwerking valt, is slechts een derde van de hulp succesvol. Een derde mislukt en van de rest is het effect onduidelijk. Sommige voorstanders van hulp maken hiervan dat zeventig procent succesvol is, maar dat is creatief omgaan met getallen. Een normaal bedrijf kan met zulke cijfers niet aankomen bij zijn aandeelhouders.

‘Juist de hoge salarissen trekken allerlei carrièretypes aan,’ aldus de Nederlandse ontwikkelingswerker in Darfur. ‘Idealisme is belangrijk in dit werk. Je moet de drang hebben om echt te willen weten welke vorm van hulp het beste werkt. Helaas is die houding vooral bij mijn beterbetaalde collega’s vaak ver te zoeken. Daardoor daalt de kwaliteit van het werk dat hulporganisaties leveren.

Op het moment dat hulp een vorm van business wordt, treedt een twijfelachtig mechanisme in werking. Wie veel geld wil verdienen, moet in het bedrijfsleven een baan zoeken. In de hulpsector horen andere regels te gelden. Meer dan modaal verdienen over de rug van de armen, dat zou geen enkele ontwikkelingswerker moeten willen.

Gerbert van der Aa is historicus en journalist.