Neprook uit een nepsigaret

Terwijl de politiek en de rechtspraak zich buigen over de kwestie of de Supersmoker een een geneesmiddel is of iets anders, staan rokers voor de vraag of het een verstandige aanschaf is. En of je je er wel mee kunt vertonen.

De Supersmoker met verwisselbare nicotine-cartridges. (Foto Vincent Mentzel) Een " Smart Smoker", elektrisch roken zonder je omgeving lastig te vallen met sigarettenrook. Een elektronische sigaret voorzien van een verwisselbare nicotine ampul. foto VINCENT MENTZEL==F/C==Rotterdam, 3 november 2007 Mentzel, Vincent

Twee werkdagen na de online bestelling wordt-ie netjes afgeleverd: mijn Supersmoker. De nepsigaret uit de bekende commercial, waar álle mensen in beeld roker zijn.

En dat niet alleen, ze hebben ook allemaal tegelijkertijd zo’n ding opgestoken. Een blikveld vol rokende mensen, dat heb ik 25 jaar geleden voor het laatst gezien. Waarschijnlijk daardoor maakt die reclamespot zo’n ongemakkelijke, ouderwetse indruk. En dan houden ze ’m ook nog eens zo demonstratief vast. Hij is toch wel in beeld?

In de doos zit in de eerste plaats een witte staaf ter grootte van een normale sigaret, met een namaak-askegeltje. Dit is niets anders dan een oplaadbare batterij. Achter de ‘as’ zit een lampje dat opgloeit als je een trek neemt – een effect dat bij iedere toeschouwer op de lachspieren werkt. Het is een wat treurige poging een echte sigaret te imiteren, zoiets als een invalidenwagentje met sportstuur en spoilers.

Op deze batterij schroef je de ‘verdampingskamer’ en daarin steek je weer een cartridge met mondstuk. Het geheel ziet eruit als een sigarettepijpje (mondstuk, cartridge, verdampingskamer) met daarin een sigaret gestoken (de batterij). In de cartridges zit een bruin, vochtig goedje met een tabaksgeur.

Bij het roken wordt dit verdampt in plaats van verbrand. Dat zorgt voor een minder smerige smaak in de mond en een minder stinkende adem dan wanneer je echt rookt.

Cartridges zijn er in drie nicotinegehaltes of helemaal zonder nicotine. Het is moeilijk voor te stellen dat iemand wil zuigen aan een nepsigaret met een lampje, waar neprook uitkomt die niet eens nicotine bevat, maar vooruit. Misschien als laatste stadium in het afkickproces.

Of de Supersmoker geschikt is om te ontwennen is een open vraag. De meest geconcentreerde cartridges, ‘normal’, bevatten per trekje een zesde van de nicotine van ‘normale’ sigaretterook (Supersmoker vermeldt niet wat het nicotinegehalte van normale rook zou zijn; dat loopt nogal uiteen).

Eén cartridge levert echter het aantal trekjes van wel 15 sigaretten, zonder het ritueel van uitdrukken en opsteken. Dus de kans bestaat dat je continu doorrookt, niet afkickt en duurder uit bent dan met gewone tabak. Je krijgt alleen niet zo gauw kanker, doordat de teer in de rook ontbreekt.

De Supersmoker heeft van de minister de juridische status van geneesmiddel gekregen omdat het een manier is om verslaafden hun nicotine toe te dienen. Op de pakjes met cartridges staat nog: „This product is not a medicine”, en de directeur van Supersmoker vroeg zich in een radio-uitzending af of sigaretten dan soms ook geneesmiddelen zijn.

Supersmoker is in werkelijkheid vooral een manier om het ene vergif toe te dienen – nicotine – terwijl het andere – teer – wordt vermeden. Een deel van de nicotine komt natuurlijk ook in de lucht terecht, waar omstanders ervan mogen meegenieten.

Onduidelijk is of je mag ‘supersmoken’ in ruimtes waar je niet mag roken. Roken op de werkplek en in overheidsgebouwen is verboden. De Tabakswet, waarin dit is vastgelegd, definieert ‘tabaksproducten’ met behulp van het begrip ‘roken’ en niet andersom.

Nergens is dus vastgelegd dat roken alleen roken is als er tabak in het spel is, al ligt dat wel voor de hand. De Supersmoker heeft de schijn tegen omdat hij naar tabak ruikt, iets rookachtigs produceert, nicotine afscheidt en ‘smoker’ heet. Maar de belangrijkste bezwaren, tabak, rook en teer, ontbreken toch.

In het wild, bijvoorbeeld in trein, kantoor of restaurant, is supersmoken een provocatie die leidt tot een onprettig soort gesprekken. En overigens, wie zich met dit rare surrogaat in het openbaar durft te vertonen moet sterk in zijn schoenen staan. Dan zal gewoon stoppen ook wel lukken.