Nederland moet uit zijn kramp komen

Nederland moet flexibeler en innovatiever worden. In 2020 zal er veel veranderd moeten zijn. Dat zegt minister-president Jan Peter Balkenende in een rede die hij vanmiddag bij de werkgeversorganisatie VNO-NCW uitspreekt.

In 1993 publiceerde Paul Kennedy het boek Preparing for the twenty-first century. Een prachtig werk. Maar wie het nu leest, valt één ding op: het woord ‘internet’ komt er niet in voor. Het probleem met toekomstvoorspellingen is dat we vaak voortredeneren vanuit wat we nú weten en kunnen. In plaats van rekening te houden met het nu nog ondenkbare. Stel dat over twaalf jaar hoogleraren en studenten van de TU Delft samen met researchers van DAF, Philips en TomTom een allereerste experiment uitvoeren met een zwevende auto op zonnecellen. Met het overhalen van een pienter pookje verheft het voertuig zich een meter boven de grond. Dat zou alle discussies over de A4, de filebestrijding en het onderhoud aan de Van Brienenoordbrug opeens in een heel ander licht kunnen plaatsen.

Mijn ambitie is dat Nederland in 2020 hoort bij de meest dynamische en concurrerende landen ter wereld. Een land dat overal de aandacht trekt als een plek waar mensen dúrven en doen. Waar bedrijfsleven, werknemers en overheid plezier hebben in het vinden en verkennen van nieuwe wegen. Nederland pioniersland. Het succes van een pionier staat of valt met één eigenschap: het vermogen tot veranderen. En hij kent in wezen maar één valkuil: verstarring. Daarom moeten we eerst met elkaar spreken over onze houding, onze mentaliteit. Alleen met een innovatieve, groene, verantwoordelijke en ondernemende mentaliteit staan we sterk in een dynamische wereld.

Een innovatieve mentaliteit is broodnodig. In 1982 was het gezamenlijke aandeel van China en India in de wereldeconomie 7 procent. Inmiddels zitten ze op 22 procent. Het gaat keihard. De vraag is niet: staan zij op ons netvlies? Maar: staan wij op hún netvlies. Zien China en India ons staan in 2020? Hebben we ze iets unieks te bieden? We moeten een omslag in denken maken. Innovatie is niet ‘punt 4 op de agenda’. Innovatie is een manier van denken en werken. Een stijl van leven.

Een groene mentaliteit is even belangrijk. Fossiele energiebronnen, grondstoffen, voedsel, ruimte, water, schone lucht; ze worden allemaal steeds schaarser. Economie is de omgang met schaarse middelen. Wie economisch denkt, weet: de toekomst is groen. In 2020 is Nederland het land dat het best heeft ingespeeld op die ontwikkeling. Nederland kan in 2020 het eerste afvalloze land ter wereld zijn. Daarmee bedoel ik dat we in dit land niets meer verspillen. Een irreëel idee? Waarom? We zijn al een behoorlijk eind op weg. Nederland loopt voorop in hergebruik. Aan 80 procent van ons afval geven we een nuttige bestemming. En daarmee trekken we internationaal steeds sterker de aandacht.

Ook een verantwoordelijke mentaliteit is essentieel. Verantwoordelijkheid nemen voor de omgeving waarin je opereert is de basis van goed en succesvol ondernemerschap. Dat betekent: niet alleen kijken naar de winst op korte termijn, maar ook naar de langere termijn en naar de sociale gevolgen van activiteiten, nationaal en internationaal. In 2020 loopt Nederland voorop in corporate social responsibility.

Het belangrijkste is misschien wel: een ondernemende mentaliteit. De kern van ondernemerschap is: inspelen op kansen. Kansen zijn bijzonder wispelturig. Ze verschijnen op onverwachte plekken. Blijven zich soms jarenlang manifesteren. En verdwijnen dan weer op de meest ongelegen momenten. Het vermogen tot veranderen is dus essentieel voor de toekomst van ieder bedrijf. Maar het belang ervan is dieper en breder. Het vermogen tot veranderen is essentieel voor de vooruitzichten van ieder mens. En voor de toekomst van onze samenleving als geheel. Daarom is Nederland in 2020 een land dat zijn zekerheid niet zoekt in structuren, arrangementen en constructies die in beton zijn gegoten. De tand des tijds tast dat beton onherroepelijk aan. Met alle brokken van dien. Wij ontlenen onze kracht juist aan onze beweeglijkheid. Aan ons vermogen tot ontwikkeling. En dat heeft belangrijke implicaties voor het overheidsbeleid.

In 2020 blijft er geen talent meer onbenut in Nederland. We helpen mensen het beste uit zichzelf te halen. Zonder voldoende goed gekwalificeerde mensen, valt de basis onder onze groei weg. Het is alle hens aan dek.

In 2020 heeft heel Nederland schik in scholing. Het is onaanvaardbaar dat van alle leerlingen in het voortgezet onderwijs en het mbo, 28 procent voortijdig uitvalt. In vergelijking met de Scandinavische landen en het Verenigd Koninkrijk volgen bij ons weinig volwassenen een cursus of opleiding. Die cultuur zal in 2020 drastisch zijn veranderd.

In 2020 heeft Nederland flexibiliteit omarmd. Werktijden zijn variabel; telewerken is vanzelfsprekend. Dat helpt mensen met zorgtaken en ouderen de drempel naar de arbeidsmarkt over. In 2020 vechten ondernemers om het zilveren talent van ouderen. In 2020 voelen ouderen zich zo welkom en gewaardeerd op de arbeidsmarkt dat ze met plezier doorwerken tot in ieder geval hun 65ste.

De overheid moet dynamiek mogelijk maken. Nederland zal nooit een tweede Shanghai worden. We leven in een democratische rechtsstaat en dat willen we zo houden. Maar we moeten ons wel heel goed realiseren dat onze welvaart en een belangrijk deel van ons welzijn afhangen van dynamiek en groei. En bij dynamiek hoort: daadkrachtige besluitvorming en tempo. Aan dat tempo ontbreekt het maar al te vaak bij infrastructurele projecten die voor de toekomst van ons land van belang zijn. De wegen des polders zijn drassig, vol met kuilen en kronkelingen. We hebben de neiging eindeloos varianten te blijven bedenken en bezig te blijven met onderzoeken, studies en onderlinge schermutselingen. Het betere wordt zo de vijand van het goede.

We zijn doorgeschoten in onze procedures. Procedures zijn instrumenten geworden ten dienste van handhaving van de status quo. We moeten onze besluitvorming redden uit de greep van de verstarring. Ik kijk reikhalzend uit naar de ideeën van de commissie-Elverding die dit voorjaar met concrete adviezen komt. Het wordt tijd voor onconventionele methoden om Nederland weer in beweging te krijgen. Tempo en kwaliteit zijn geen tegenpolen. Integendeel: tempo is een aspect van kwaliteit. Nederland uit de kramp. Dat is onze opdracht richting 2020.

De toekomst wenkt.