Na de kiezer spreekt nu weer de kas

Uit geldgebrek moest Hillary Clinton nu al 5 miljoen dollar eigen geld in haar campagnekas storten. En de strijd zal zich nog maanden voortslepen.

De campagne van Hillary Clinton heeft financiële problemen. Dat verrassende bericht domineerde de nieuwscyclus gisteren in de VS, een dag na Super Tuesday.

Clinton en Barack Obama wisten op Super Tuesday, met Democratische voorverkiezingen in 22 staten, nauwelijks afstand van elkaar te nemen. Clinton won de grote staten, Obama de meeste staten. Beide campagnes houden nu rekening met een strijd die zich mogelijk nog maanden voortsleept.

Nadat gisteren eerder was uitgelekt dat Clinton haar campagnekas uit eigen zak had bijgevuld, bevestigde zij gistermiddag op een persconferentie in Alexandria, in Virginia, dat ze 5 miljoen dollar eigen geld in haar campagne heeft geïnvesteerd. „Op Super Tuesday is gebleken dat het een gezonde investering was”, zei ze.

Het was volgens haar een reactie op het grote bedrag – 32 miljoen dollar – dat Obama in januari, na zeges in Iowa en South Carolina, ophaalde bij voornamelijk kleine particuliere donoren. Clinton, die zich richt op giften uit het bedrijfsleven, wist diezelfde maand 13 miljoen dollar voor haar campagne in te zamelen.

Later op de dag werd bekend dat een aantal van haar medewerkers tijdelijk geen salaris ontvangt. De staf van Obama liet prompt uitlekken dat zijn campagne verwacht ook in februari weer zo’n 30 miljoen dollar in te zamelen. Alleen al gisteren stroomde 3 miljoen dollar binnen, schreef campagnemanager David Plouffe in een e-mail.

De Clinton-campagne hield er tot voor enkele weken nauwelijks rekening mee dat de campagne na 5 februari zou doorgaan. Clinton dacht op Super Tuesday de Democratische nominatie naar zich toe te trekken. Zij presenteerde zich voorafgaand aan de eerste voorronde, een maand geleden in Iowa, als de onvermijdelijke kandidaat.

Nu zij en Obama na 28 voorverkiezingen nagenoeg gelijk staan, zal geld de komende weken een grote rol spelen. Zo zijn er vanaf het weekeinde binnen enkele dagen opnieuw vijf voorrondes – in Louisiana (zaterdag), Maine (zondag), Virginia, Maryland en de hoofdstad Washington (dinsdag). Kandidaten zijn niet in staat op al die plaatsen full time campagne te voeren, en moeten voor een deel vertrouwen op dure televisieadvertenties.

De Clinton-campagne, die niet bekendstaat om zijn openheid, riep gisteren argwaan op door het gemak waarmee de persoonlijke investering van Hillary werd bevestigd. Medewerkers wezen er bovendien op dat Obama, sinds de steunbetuiging van Ted Kennedy, nu „de kandidaat van het partijestablishment” is. Obama presenteerde zich gisteren als de underdog.

Op de achtergrond speelt dat de Democratische kiezers tot nu toe een opmerkelijke voorkeur voor underdogs aan de dag leggen. In Iowa stond Clinton voor – Obama won. In New Hampshire stond Obama voor – Clinton won. In Californië kreeg Obama vorige week steun van de grote kranten, de familie Kennedy en Oprah Winfrey – Clinton won.

Intussen geven de exitpolls van Super Tuesday beide kampen stof tot nadenken.

Vervolg Campagne VS: pagina 4

Succes Clinton bij latino’s is een probleem voor Obama

In grote lijnen blijken de meeste demografische groepen zich door het hele land in meerderheid met één van de kandidaten te hebben verenigd. Er begint kortom structuur te ontstaan in de verdeeldheid van het Democratische electoraat – en dat verkleint volgens analisten de kansen dat de kandidaten in komende voorrondes nog veel verschil kunnen maken.

Zo is Obama de absolute favoriet van links Amerika. De mensen die zichzelf zien als ‘very liberal’, ook wel Wholefoods liberals, stemmen vrijwel allemaal op hem. Maar ook is Obama de favoriet van de rechterkant van het Democratische electoraat – onafhankelijke stemmers en progressieve Republikeinen: in elke tweestrijd met Clinton wint hij ook hun stem.

Clinton daarentegen doet het goed bij de arbeidersklasse – de grootste kiezersgroep van het land. Met name laag opgeleide, conservatieve Democraten voelen zich bij haar thuis. En in die groep vooral vrouwen. Hoog opgeleide vrouwen van middelbare leeftijd aarzelen – ze stemmen de ene keer Obama, de volgende keer Hillary. Ouderen stemmen massaal op Clinton, jongeren op Obama.

De stijging van Obama de laatste weken – hij stond een maand geleden in nationale peilingen nog twintig procentpunt achter – komt voor een belangrijk deel door blanke mannen. Zij waren aanvankelijk op de hand van Clinton, maar hebben nu in meerderheid de overstap naar Obama gemaakt. Hetzelfde geldt voor zwarte Amerikanen – zij kiezen bijna allemaal voor Obama.

De keerzijde daarvan zijn de latino’s. Deze groep – vooral de vrouwen, maar ook een meerderheid van de mannen – is solidair met Clinton. Haar overwinning in Californië was deze week aan latino’s te danken.

En dat vormt voor Obama potentieel een probleem. Een Democraat kan normaal gesproken alleen presidentsverkiezingen winnen als hij Californië wint. Maar tegen John McCain uit het zuidelijke Arizona, die als voorstander van gematigde immigratiewetgeving goede relaties met latino’s heeft, kan dat een probleem worden zolang Obama niet in staat is meer latino stemmers aan zich te binden. Verwacht wordt daarom dat Obama de komende weken veel in Texas zal zijn, een staat met veel latino’s die 4 maart voorverkiezingen houdt.

Intussen verwacht het campagneteam van Obama dat Clinton zal proberen haar steun te vergroten onder hoog opgeleide, welgestelde Democraten. Niet alleen staat die groep sympathiek tegenover het idee van de eerste vrouwelijke president van de Verenigde Staten. Ook speelt dat Clinton dan weer contact zou leggen met kapitaalkrachtige particuliere donoren – en daaraan heeft ze komende tijd een grote behoefte.