‘Met de pop ben ik als danser vrijer’

Een verbitterde hospita slaat aan het moorden in de theatervoorstelling Façade van de Braziliaanse choreograaf en poppenspeler Duda Paiva.

Als Eduardo de Paiva Souza door steden loopt, raakt hij altijd geïntrigeerd door huizen en ramen met vitrage en vensterbanken vol beeldjes. „Mijn fantasie gaat dan op de loop. Als ik verder loop, komen die beeldjes tot leven. Wat speelt er zich af achter die vitrage? Elk huis wordt voor mij een verhaal.”

Het decor in de nieuwste voorstelling Façade van danser, poppenspeler en artistiek leider van Duda Paiva – zoals hij en zijn gezelschap worden genoemd – is dan ook een huis. Een ongewoon pension met een oude hospita die jaloers is op haar huurders, omdat ze jong zijn of muzikaal begaafd. Of ze is boos omdat het bedelaars zijn, of dikzakken. De hospita pleegt moorden want, zegt Duda Paiva: „Façade is in eerste instantie een thriller. Met personages die elkaar slecht behandelen, precies zoals in het echte leven.”

Tijdens het interview in de nieuwe Openbare Bibliotheek in Amsterdam haalt Duda Paiva de gedeukte hospita uit zijn rugzak voor de fotograaf. Ze is van rubber, bijna manshoog en ze heeft een gemene blik. Voorbijgangers kijken er vol verbazing naar.

Duda Paiva (Brazilië, 1971) kwam twaalf jaar geleden naar Nederland en was een opvallend danser in de gezelschappen van onder meer Piet Rogie en Hans Tuerlings. Tijdens het werken met een Israëlische groep kwam hij in aanraking met poppen. Samen met onder andere compagnon Ulrike Quade ontwikkelde hij zich als een begenadigd poppenmanipulator. „Ik maak geen traditioneel poppentheater maar ik gebruik wel archetypes. Toch zijn mijn poppen echte karakters die je net als een acteur moet opbouwen. Mijn poppen hebben een geest en komen tot leven. Ze nemen je mee in een andere dimensie. ”

Paiva maakte ook poppen die hij als een pak aantrok in bijvoorbeeld de Toon Tellegen-voorstelling Two old ladies (2004). Hij combineerde poppenspel met dans. „Poppen hebben me als danser bevrijd. Door ze te laten bewegen, door met ze te dansen doe ik dingen die ik als gewone danser niet kan. Je krijgt de vrijheid om meer uit te drukken dan pure esthetiek.”

Duda Paiva kreeg een uitnodiging van het Poolse gezelschap Bialystok Teatr Lalek. In de co-productie Façade werd hij de regisseur van een groep van veertien bekende acteurs en poppenspelers. „In Oostbloklanden leeft de traditie van het poppenspel sterk, maar er was wel een cultuurschok. Zo’n groot repertoiregezelschap, strak en hiërarchisch georganiseerd met avond aan avond voorstellingen.

Paiva maakt zijn stukken vanuit improvisatie, dat was volkomen nieuw voor hen. „Ik keek weer met ontzag naar de acteurs die en kunnen spelen en kunnen zingen en kunnen musiceren en de poppen kunnen manipuleren. Ik voegde er beweging, choreografie en dat fysieke van poppen aan toe.” Ter overbrugging van de culturen werd muziek het uitgangspunt. Van Chopin, een Pool, werden bijvoorbeeld liederen opnieuw gearrangeerd voor accordeon. Maar ook Monteverdi, liederen uit My Fair lady en muziek van de Poolse lieveling Stanislav Moniuszko klinkt live op toneel en zijn bepalend voor de sfeer.

„Het huis van de hospita is allesverterend, het is er boosaardig, vol inktzwarte humor. Soms is het realistisch, soms een droomwereld. Maar voor het eerst zit er een hele korte scène in vol liefde en echtheid.” Eduardo de Paiva Souza lacht. „Misschien word ik toch milder naarmate ik ouder word.”

Vanavond in het Korzo-theater, Den Haag. Tournee t/m 23/2. Inl.: www.dudapiava.com