Maken we toch gewoon nog een Denker?

Het is vervelend maar niet rampzalig dat het beeld De Denker uit het Singermuseum ernstig is beschadigd.

Een nieuw afgietsel is even authentiek als het origineel.

Het OM eiste vorige week zes jaar celstraf in de zaak tegen Reinier ter B. en Marco van den B., die er van worden verdacht ruim een jaar geleden zeven beelden te hebben gestolen uit de tuin van het Singermuseum in Laren, waaronder De Denker van Auguste Rodin. Dat beeld werd kort na de roof zwaar gehavend teruggevonden.

Het brons van De Denker zou de dieven bij verkoop slechts 350 euro hebben opgeleverd. Daarom rees bij mij de vraag: waarom laten we voor 350 euro aan brons geen nieuw exemplaar gieten? De bezwaren hiertegen laten zich raden: het nieuwe afgietsel is geen ‘origineel’; wie wil er nou naar een replica kijken? Als De Nachtwacht wordt beschadigd hangen we toch ook geen fotokopie op?

Het is de vraag of deze bezwaren hout snijden bij alle kunstvormen. Wanneer zowel ik als mijn vriend een exemplaar van Reves De Avonden bezitten, zullen we ons niet afvragen welke van de twee het origineel is en welke de vervalsing, net zomin als ik me erover zal opwinden dat Beethovens Negende Symfonie voor de zoveelste keer wordt uitgevoerd.

De Britse filosoof Nelson Goodman maakt in zijn Languages of Art (1968) onderscheid tussen ‘autografische’ (bijvoorbeeld schilderkunst) en ‘allografische’ (bijvoorbeeld muziek) kunstvormen en stelt dat het alleen bij de eerste groep zinvol is te spreken over origineel en vervalsing. Dit onderscheid valt ten dele samen met een ander onderscheid van Goodman, namelijk dat tussen ‘one-stage’ en ‘two-stage’ kunst. Een schilderij is een ‘one-stage’ kunstwerk, omdat het niet telkens opnieuw gemaakt hoeft te worden. Een muzikaal kunstwerk daarentegen bestaat niet uit de partituur: het moet steeds weer opgevoerd (of afgespeeld) worden om zich als kunstwerk te manifesteren.

Tot welke categorie behoort Rodins Denker? De Denker is in elk geval een ‘two-stage’ kunst, het is namelijk een afgietsel. Rodin maakte voor zijn beelden allereerst modellen in klei en vervolgens mallen van gips. Deze gipsen mallen konden meerdere keren gebruikt worden. Het eerste bronzen afgietsel werd gemaakt in 1902 en daarna zijn er nog minstens twintig gemaakt. De Denker uit het Singermuseum was volgens de directie een van de vroege afgietsels.

De volgende vraag is of het zinvol is over een ‘originele’ Denker te spreken. En zo ja, welke zou dat dan zijn? De eerste? Maar dan zou elk afgietsel daarna een vervalsing zijn, dat uit Laren incluis. Het zou absurd zijn te zeggen dat het eerste afgietsel origineler is dan het derde of het vierde, want ze komen allemaal uit dezelfde mal. Is de mal dan het origineel? Ook dat kan niet het geval zijn: de mal is de eerste stap in het ‘two-stage’ kunstwerk, zoals de partituur van een symfonie.

Moet een originele Rodin dan door Rodin zelf gegoten zijn? Ook dat lijkt geen goede vereiste, zoals blijkt uit een van Rodins andere meesterwerken, De Poorten van de Hel. Toen Rodin stierf was hij nog bezig met dit magnum opus. Rodins Onvoltooide werd pas drie jaar na zijn dood voor het eerst gegoten. Nog in 1978 werd er een afgietsel van gemaakt. Was dit late afgietsel een origineel of een vervalsing?

Een origineel, zo wordt betoogd, en wel op juridische gronden. Toen Rodin in 1917 stierf, erfde de Franse staat niet alleen zijn bestaande werk, maar ook de mallen en het recht om hier afgietsels van te maken. De staat besloot vervolgens de postume afgietsels per mal tot twaalf te beperken. Dit besluit had dus niets te maken met de wens van Rodin zelf; tijdens zijn leven schijnt de kunstenaar ook weinig geïnteresseerd te zijn geweest of en hoe zijn werken werden afgegoten.

De enige reden waarom een afgietsel van De Denker dat nu wordt gemaakt minder origineel of authentiek is dan het verminkte exemplaar uit het Singermuseum, is het feit dat de Franse staat over de gietrechten beschikt en dat zij het aantal afgietsels heeft beperkt. Dit juridisch argument kan toch niet doorslaggevend zijn?

Wat kan de reden zijn dat Rodin zijn mallen naliet zonder enige beperking op te leggen? Misschien zou Rodin het zelf wel een heel goed idee gevonden hebben beschadigde afgietsels te vervangen door nieuwe exemplaren. Misschien impliceert Rodin met deze nalatenschap wel dat de notie van een ‘origineel’ er in het geval van zijn kunstwerken niet toe doet. Natuurlijk is sprake van een authentiek kunstwerk, maar dan in een andere betekenis: een origineel artistiek idee dat tot uitdrukking gebracht wordt in de materialiteit van het werk. Maar voor deze betekenis van authenticiteit en originaliteit maakt het niet uit of er één De Denker is of duizend.

Thijs Lijster werkt aan een proefschrift over kunst en kunstkritiek aan de faculteit wijsbegeerte van Rijksuniversiteit Groningen.