‘Internationale bemoeienis is beledigend’

Onderhandelaars in Kenia proberen al weken strijdende partijen tot elkaar te brengen.

Geen van allen zijn ze daarin tot nu toe geslaagd.

In de wereld van onderhandelaars staan er in Afrika weinig coryfeeën zo hoog aangeschreven als de Zuid-Afrikaan Cyril Ramaphosa, de voormalige vakbondsman die zij aan zij met Nelson Mandela de machtsoverdracht aan de zwarte bevrijdingsbeweging ANC afdwong. Dat hij op verzoek van voormalig VN-chef Kofi Annan aanschoof aan de onderhandelingstafel in het door geweld verscheurde Kenia, leek vanzelfsprekend.

Maandag vertrok Ramaphosa alweer uit Nairobi. Zijn positie zou ongeloofwaardig zijn, vanwege vermeende handelsrelaties met oppositieleider Raila Odinga. „Iemand die bemiddelaar wil zijn, moet het vertrouwen hebben van beide partijen”, zei Ramaphosa, die ontkent een zakenpartner van Odinga te zijn. „Ik ga terug naar Zuid-Afrika omdat ik niet zelf een sta-in-de-weg wil worden.”

In welke ondernemingen Ramaphosa en Odinga elkaar troffen, is onduidelijk. Ramaphosa is wel aantoonbaar gelieerd aan een bedrijf waarmee president Kibaki zaken doet. Dat bedrijf heet Africa Practice, een adviesbureau dat politici en ondernemingen over de hele wereld voorziet van een piekfijn imago. De partij van president Kibaki huurde Africa Practice drie maanden voor de verkiezingen in Kenia in voor spin, Amerikaanse stijl. Posters waarop oppositieleider Raila Odinga wordt afgebeeld als de Oegandese dictator Idi Amin zouden ondermeer door Africa Practice zijn verzonnen.

Als Ramaphosa direct of indirect relaties had met beide partijen, waarom werd hij weggestuurd op beschuldiging van partijdigheid? „De Keniaanse regering zocht naar een stok om de hond mee te slaan”, zegt professor David Anderson van de Oxford Universiteit. „Kibaki vreest zijn onderhandelingstactiek en dus moest Ramaphosa gaan.” De Zuid-Afrikaan volgt in het voetspoor van andere Afrikaanse grootheden, die vergeefs probeerden te bemiddelen in het Keniaanse conflict. De voormalige president van Sierra Leone verliet Nairobi begin januari stampvoetend, op de dag dat de Zuid-Afrikaanse emeritus aartsbisschop Tutu op het gazon stond bij president Kibaki. Tutu was in de woorden van hoogleraar Anderson „een godsgeschenk voor Kibaki”, in de dagen na de verkiezingen naarstig op zoek naar internationale erkenning. In de schaduw van Tutu was voor de ex-president van Sierra Leone, aangewezen door het Gemenebest om Kibaki tot concessies te dwingen, geen plaats. Tutu verliet later al even „diep bedroefd” Kenia, zonder iets te hebben bereikt. Ook het hoofd van de Afrikaanse Unie, de Ghanese president John Kufuor, kreeg geen voet aan de grond. De regering weigerde hem uit te nodigen.

„Zelfs Louis Michel [Europees Commissaris voor Ontwikkeling] krijgt niemand meer aan de lijn, terwijl hij voor de verkiezingen warme contacten had met de regering”, zegt een westerse diplomaat in Nairobi. „De regering ziet de internationale onderhandelingspogingen als een belediging. Kenia was jarenlang het regionale voorbeeld, dat geen buitenlandse hulp behoeft.”

De enige die Kibaki niet de deur kon wijzen, was Kofi Annan. Annan waarschuwde dat er de komende dagen „hard” onderhandeld zal moeten worden. De vraag is hoeveel tijd de oud VN-chef zichzelf nog gunt, voor zijn bemiddelingspogingen als mislukt beschouwd worden. Gevreesd wordt dat Annan aan het einde van de week vertrekt als er geen resultaat geboekt wordt. „Zo gauw de onderhandelaars vertrokken zijn, is er niemand die Kibaki’s vat op de macht nog in de weg staat”, zegt Anderson. „En dan is er geen hoop meer voor Kenia.”