In Berlijn wordt altijd wel ergens gefilmd

Vandaag begint de 58ste Berlinale, het filmfestival van Berlijn.

De Duitse filmindustrie beleeft een renaissance, door een nieuw subsidiefonds.

Bij het voormalige Rijksluchtvaartministerie in Berlijn wordt een scene uit Valkyrie opgenomen. Foto AFP Cameramen prepare a scene during the shooting of the film "Valkyrie" in front of Berlin’s Ministry of Finance, the former Reich Air Ministry, 19 August 2007. US actor Tom Cruise plays Claus Graf Schenk von Stauffenberg, the mastermind behind a daring bid to assassinate Adolf Hitler. AFP PHOTO DDP/AXEL SCHMIDT GERMANY OUT AFP

Het gaat goed met de filmindustrie in Duitsland. De studio’s in Babelsberg bij Potsdam, het Europese Hollywood, werken op volle kracht. Alleen al in Berlijn werden vorig jaar meer dan driehonderd bioscoopfilms gedraaid, Duitse en internationale. Een nieuwe generatie Duitse regisseurs levert verrassend werk af, dat in het buitenland steeds meer aftrek vindt.

Dieter Kosslick, directeur van de Berlinale – het filmfestival van Berlijn dat vandaag aan zijn 58ste editie begint – geeft een aantal verklaringen voor het succes. „Duitsland heeft goede regisseurs. Veel Duitsers hebben gevoel voor film. En kennelijk heeft ook het buitenland er behoefte aan om te weten wat voor films hier worden gemaakt. Men wil Duitse thema’s door Duitse ogen zien”.

Essentieel is volgens Kosslick een nieuwe financiële regeling. Per 1 januari 2007 is een door Brussel goedgekeurd subsidiefonds in werking gezet: het Deutscher Filmförderfonds. Met deze pot van jaarlijks 60 miljoen euro wordt niet alleen de Duitse cinema gestimuleerd. Ook internationale producties kunnen ermee naar Duitsland worden gehaald. „De regeling heeft de hele Duitse filmbranche een impuls gegeven”, zegt Kosslick.

Het effect ervan is vooral in Berlijn goed te zien – op straat. Er gaat haast geen dag voorbij of er wordt wel ergens een filmproductie gedraaid. Toen regisseur Uli Edel opnames moest maken voor zijn speelfilm Der Baader Meinhof Komplex, over de Duitse terroristische organisatie Rote Armee Fraktion, werd onlangs een van Berlijns drukste straten, de Bismarckstrasse in Charlottenburg, anderhalve dag lang afgezet. Kijken mocht, maar fotograferen was verboden. De film komt dit najaar in de bioscoop.

Aanzienlijk meer was er op Unter den Linden te zien, toen Hermine Huntgeburth daar draaide voor haar film over Effi Briest, de hoofdfiguur uit Theodor Fontane’s beroemde roman. Paardenkoetsen en vrouwen in weelderige jurken deden de negentiende eeuw herleven. Ook Effi gaat ergens dit jaar in première.

Voor het grootste spektakel zorgden echter acteur Tom Cruise en regisseur Bryan Singer met hun opnames voor Valkyrie. In deze Hollywoodproductie speelt Cruise de historische figuur van Claus von Stauffenberg, de grafelijke officier die in juli 1944 Hitler om het leven trachtte te brengen.

Valkyrie heeft Berlijn en Duitsland maandenlang beziggehouden. Allereerst door de opnames en de aanwezigheid van de filmsterren. Maar ook door een levendig debat over Cruise en zijn omstreden lidmaatschap van de Scientology Church. Dat uitgerekend deze sektariër de rol vertolkt van een van de weinige Duitse verzetshelden uit de Tweede Wereldoorlog, is bij velen verkeerd gevallen.

Voor de Duitse filmindustrie is Valkyrie (Walküre in het Duits) van grote waarde. Met name voor de studio’s in Babelsberg heeft de film een aanzuigende werking. „Dit soort producties hebben wij hard nodig. Ze zijn goed voor de omzet en de beurskoers”, zegt Carl Woebcken, directeur en aandeelhouder van Studio Babelsberg AG. Zijn onderneming is niet alleen de grootste maar ook de oudste studio van Duitsland. Een bedrijf met een lange historie, getekend door de oorlog.

Hier werd in 1911 het eerste Duitse filmatelier gebouwd. Hier draaide Josef von Sternberg Der Blaue Engel (1930) met Marlene Dietrich, naar wie een studiohal is vernoemd die nog steeds in gebruik is, in de hoofdrol. En hier kwamen in de nazi-tijd veel (propaganda)films tot stand, onder andere Jud Süss van Veit Harlan.

De bewogen geschiedenis van Studio Babelsberg – in de DDR-tijd staatseigendom – heeft na een paar moeilijke jaren weer een nieuwe wending genomen. Het bedrijf was kort in handen van de Franse multinational Vivendi, die het in 2004 verkocht aan Carl Woebcken en diens partners. Zij brachten Babelsberg naar de beurs.

Echt veel winst wordt er nog niet gemaakt, maar de omzet is vorig jaar spectaculair gestegen. Over 2006 bedroeg het operationele verlies 2,7 miljoen euro bij een omzet van 16,4 miljoen. Vorig jaar ging de (geraamde) omzet omhoog naar circa 100 miljoen euro. Woebcken: „Die stijging hebben we in de eerste plaats te danken aan het Duitse filmfonds. Door de subsidieregeling wordt het maken van films gestimuleerd en geprofessionaliseerd. Wij behoren tot de eersten die daar voordeel van hebben”. Babelsbergs grootste producties in 2007 waren The Bourne Ultimatum van Paul Greengrass en Valkyrie van het duo Cruise/Singer. In totaal werden vorig jaar bij de studio in Potsdam elf bioscoopfilms gedraaid, bijna iedere maand een. Woebcken voorziet voor 2007 „een bescheiden winst”: vijf tot zeven miljoen euro.

De filmindustrie is voor Berlijn, met zijn gebrek aan industriële werkgelegenheid, een belangrijke en niet meer weg te denken tak van bedrijvigheid. De productiekosten van bioscoopfilms in Duitsland bedroegen vorig jaar naar schatting 365 miljoen euro. Maar alleen al in de Duitse hoofdstad leidt alles wat direct en indirect met de filmbranche te maken heeft, tot een jaaromzet van 2,5 miljard euro, zo heeft Medienboard Berlin-Brandenburg GmbH becijferd.

Tussen het stimuleringsfonds voor de Duitse film, het succes van Babelsberg, de Berlinale en de aantrekkingskracht van de cultuurmetropool Berlijn loopt een directe verbinding. De Bondsrepubliek doet als filmland weer volop mee. Niet alleen de productie van buitenlandse films in Duitsland bloeit, ook de eigen cinema beleeft een renaissance. Internationaal minder bekende, maar goed ontvangen producties als Du bist nicht allein van Bernd Böhlich, Am Ende kommen die Touristen van Robert Thalheim en Auf der anderen Seite van Fatih Akin trokken in 2007 veel publiek naar de Duitse bioscopen.