Gevoerde vogels leggen eerder

Wie ’s zomers veel pimpelmezen in de tuin wil, doet er goed aan de mezen de hele winter bij te voeren, ook als het niet vriest of sneeuwt en het geen naar weer is. Het effect van bijvoederen blijkt zich tot vele maanden na het einde van de winter uit te strekken. Ruimhartig bijgevoerde pimpelmezen leggen eerder eieren en weten meer jongen groot te brengen.

Voor het eerst is het effect van olienootjes en vetbollen die ’s winter op en om voedertafels worden gehangen wetenschappelijk in kaart gebracht (Biology Letters, 6 februari). Britse onderzoekers, aangevoerd door Gillian N. Robb van Queen’s University Belfast, onderzochten het broedsucces van pimpelmezen in het noordoosten van Noord-Ierland. Zij keken naar pimpelmezen die in bosachtig gebied op zichzelf waren aangewezen en naar mezen die in eenzelfde omgeving konden terugvallen op de pinda’s van dierenvrienden.

In het onderhavige onderzoek is het effect onderzocht van vier voerplaatsen waar tussen november 2005 en februari 2006 in totaal 320 kilo pinda’s naar binnen werden gewerkt. De vogels waren individueel herkenbaar dankzij gekleurde ringen. Mezen verblijven ’s winters en ’s zomers in hetzelfde gebied.

Pindaverstrekking werd beëindigd zes weken voordat doorgaans het eerste ei gelegd wordt. Daarna werd het broedsucces gevolgd in 70 nestkastjes waarvan er 42 hingen in nabijheid van voedertafels en dergelijke, en de rest in omgeving van hardvochtige mensen. De ’s winters bijgevoerde mezen legden eerder hun eerste ei en brachten meer jongen groot.

De ernstige noot is dat het bijvoeren kennelijk een groot effect heeft op de vogelstand. De mezen kunnen trekvogels verdringen. Jaarlijks wordt in het Verenigd Koninkrijk 48.000 ton vogelvoer gekocht.