De hele waarheid en werkelijkheid kent niemand

Drieluik over nieuwe journalistieke benadering van het nieuws.

Vandaag deel 2: de bewust persoonlijke beschouwing van de journalist.

Het schijnt dat iedere journalist in een conflictgebied wel eens tegen zichzelf zegt: ‘Ik heb het verkeerde vak gekozen. Zie mij hier staan, zwaaiend met mijn microfoontje, terwijl de mensen om me heen sterven: Ik had hulpverlener moeten worden!’ In ieder geval kan Wouter Kurpershoek, na zeventien jaar werk als correspondent voor tv en radio, zich deze morele verwarring levendig voor de geest halen. „Maar als je hulp wilt verlenen moet je bij Amnesty International gaan werken en niet in de journalistiek. Daar draait het om het heilige doel van informatieoverdracht.”

Maar juist die informatieoverdracht komt onder druk te staan in complexe conflicten, waar elkaar tegensprekende woordvoerders en tegenstrijdige belangen en een gebrek aan controlemechanismen zorgen voor een diffuus beeld. Daarmee komt ook het strikte onderscheid tussen observatie en interventie onder druk te staan. Want wie (on)bewust een partijdig beeld weergeeft maakt van zijn observatie een interventie. Het beeld dat een journalist doorgeeft wordt bovendien door de constante beeldenstroom van internet en satelliet-tv al snel weer gecorrigeerd, weerlegd of weersproken.

Subjectivisten trekken om die reden de conclusie: neutraliteit is een schadelijke illusie. Een groep Britse journalisten, verenigd in de mediadenktank MediaLens, bepleit daarom radicale betrokkenheid bij de ‘slachtoffers’ van het nieuws. ‘Passief observeren zonder poging te interveniëren levert immers geen objectiviteit op.’

Het is een typisch postmodern probleem: in een wereld vol botsende belangen is ieder verhaal een uitdrukking van macht. MediaLens geeft dan ook aan dat journalistiek uit het Midden-Oosten per definitie niet voldoet aan eisen van neutrale objectiviteit. Niets is namelijk objectief. ‘De mening van een journalist, of hij die nu openlijk benoemt of niet, is altijd van invloed op de feiten die hij kiest en negeert. Maar neutraliteit kan nooit belangrijker zijn dan alles in het werk te stellen de ander te helpen. Wij trekken erop uit om standaardbeeldvorming te veranderen en waar mogelijk het lijden te verminderen.’

Dat waarheid en objectiviteit niet bestaan wil Kurpershoek nog wel onderkennen. „Such is life. Je moet niet de illusie hebben dat alles tot achter de komma gecheckt wordt. In het Midden-Oosten kan het nog lastiger zijn, daarom moet je daar goede journalisten naar toe sturen. Maar het hoort bij je werk om manipulatie te herkennen en je moet wel blind zijn als je dat niet ziet.” Net als MediaLens vindt Kurpershoek dat een journalist morele keuzes moet maken. Maar die keuzes bestaan er volgens hem niet in om partij te kiezen. De morele verantwoordelijkheid van een journalist is om niet te snel of te ondoordacht een oordeel te vellen. Daar begint en eindigt journalistieke ethiek. „Het is een standaardzinnetje, maar wel elementair: ‘Ik weet niet hoe het elders is, maar ik zie hier het volgende gebeuren...’ Je moet de grenzen van je observatie aangeven.”

Misschien biedt nieuwe technologie kansen om een soort ‘intersubjectiviteit’ te bereiken, tussen alle verschillende belangen, individuen en stemmen in. Het voorbeeld van Wikipedia toont aan dat het internet – onder bepaalde voorwaarden, zoals een set van spelregels en een systeem om spelbrekers uit te sluiten– de potentie heeft om een natuurlijke balans in de berichtgeving aan te brengen. Iedereen kan het aanpassen en manipuleren, maar juist die openheid zorgt ervoor dat de waarheid behoorlijk benaderd wordt. Geeft internet correspondenten de kans om transparanter te werken?

Thomas Erdbrink, NRC-correspondent in Teheran, staat open voor het experiment: „Ik zou iedere week een Q&A willen organiseren met een interessante Iraniër. Mijn weblogbezoekers kunnen dan online met hem of haar praten. Ik zou filmpjes maken bij stukken en zou de transcripties van interviews als mp3-files of filmpjes op het blog zetten. Zo kan ik transparanter werken en meer informatie verschaffen aan degenen die dat willen. Ik zou zelfs realtime stukken willen schrijven en me willen laten sturen door lezers die vragen stellen terwijl ik schrijf. Maar: de journalist blijft in alle gevallen wél verantwoordelijk voor de eindbeslissing.”

Tussen alle beelden en stemmen die ons tegenwoordig vanuit het Midden-Oosten en elders bereiken opereert een journalist steeds meer als een ‘betrouwbare’ gids die zijn publiek door een onherbergzaam landschap leidt. Om die betrouwbaarheid te garanderen zijn wél grotere budgetten nodig, geven zowel Erdbrink als Kurpershoek aan. Kurpershoek, tegenwoordig presentator van EénVandaag, plaatst grote vraagtekens bij het ‘pluriforme’ Nederlandse medialandschap. „Waarom moeten alle actualiteitenrubrieken afzonderlijk naar Afghanistan? Stuur daar liever één goed team naar toe en geef dat de kans en het budget om een conflict echt uit te diepen en uit te leggen.”

De bloggende BBC-correspondent Ben Hammersley meent dat 2008 het jaar wordt waarin online-verslaggeving volwassen zal worden. ‘De afgelopen jaren hebben we geleerd de technologie toe te passen. Dat leidde vaak ook tot lelijke websites en eindeloze tirades van mensen die de ‘comment’-functie misbruikten. In 2008 zullen media en weblogs hun berichtgeving niet alleen beter, maar ook mooier gaan maken. Met meer flair, gevoel voor ontwerp en schoonheid. En: als de kwaliteit toeneemt, willen mensen daar ook voor betalen, waardoor budgetten vanzelf zullen toenemen.’

Volgende week: wat mag en kan de nieuwsconsument van een journalist verwachten? En andersom?

Iran-correspondent Thomas Erdbrink geeft de vaste bezoekers op zijn site de ruimte om zelf stukken aan te leveren. Zo ontstaat een internetomgeving met veelzijdige informatie over Iran: onzemaninteheran.com

Een nieuw initiatief om de kwaliteit van de internetverslaggeving te waarborgen is het BBC 2.0-project, waarin 15 ‘gouden regels’ zijn opgesteld: zie nrcnext.nl/links