Britse zorg alleen nog open voor artsen EU

De Britten, die vanouds vaak meer interesse tonen in hun voormalige koloniën dan in de broederstaten uit de Europese Unie, zijn noodgedwongen weer een stapje dichter bij Europa gekomen.

Duizenden medici uit India, Pakistan, Zuid-Afrika, Australië en andere Gemenebestlanden komen voortaan niet langer in aanmerking voor postdoctorale training in Groot-Brittannië. Hun collega’s uit de Europese Unie daarentegen houden wel toegang tot zulke plaatsen, die de opmaat vormen voor een baan in de medische sector als huisarts of specialist.

De maatregel van de regering is ingegeven door een groter aanbod van aankomende artsen uit eigen land. Dat is de laatste jaren zo snel gegroeid dat velen van hen geen postdoctorale plaats meer kunnen vinden doordat ze moeten concurreren met duizenden afgestudeerde medici uit het buitenland. Sommige Britten zochten gedesillusioneerd werk buiten de medische sector. Critici wezen erop dat de gemeenschap hiermee veel geld verspilde. De opleiding van een dokter kost al gauw 250.000 pond (332.000 euro).

Al decennia lang rekruteren de Britten duizenden artsen uit de landen van het Gemenebest en elders om staftekorten in de NHS, de nationale gezondheidsdienst, op te vangen. De laatste jaren zijn er ook veel Europese artsen bijgekomen, vooral uit Oost-Europa. Van de 277.000 artsen, die er op het ogenblik staan geregistreerd in het land is 46 procent in het buitenland opgeleid. Van de aanmeldingen voor de 20.000 postdoctorale plaatsen kwam het afgelopen jaar 45 procent van buiten de EU.

De Nederlandse minister Klink (Volksgezondheid, CDA) zei dinsdag dat hij laat onderzoeken of buitenlands personeel van zorginstellingen goed kan communiceren met patiënten. In Nederland werken zo’n achthonderd artsen uit andere EU-landen.