Amerikanen hebben extremen wel gezien

Het verscherpen van de tegenstellingen loont niet meer voor de kandidaten.

De kiezer zoekt het politieke midden op, zo is de conclusie na Super Tuesday.

En zo bracht Super Tuesday eindelijk enige duidelijkheid in de Amerikaanse presidentsrace. Alleen een wonder kan John McCain na gisteren nog van de Republikeinse nominatie afhouden, en dat is een feit met grote gevolgen: Amerika zoekt het politieke midden op.

Want zelfs nu de race bij de Democraten open blijft – Clinton en Obama eindigden in essentie gelijk – is het duidelijk dat McCain als partijleider de Republikeinen van binnenuit zal veranderen. De felle polarisatie die de Amerikaanse politiek de laatste jaren kenmerkte, heeft onder hem vrijwel zeker zijn langste tijd gehad.

Over het conservatieve gehalte van McCain bestaan veel misverstanden. De 71-jarige senator uit Arizona is een non-conformist, maar allerminst een waterige conservatief. Op het gebied van buitenlands beleid (de oorlog in Irak, een confrontatie met Iran) en immateriële thema’s (abortus, homorechten) wijken zijn opvattingen niet noemenswaardig af van die van George W. Bush.

Maar hij staat fundamenteel anders in de politiek. In zeven jaar presidentschap heeft Bush op gevoelige onderwerpen (de oorlog in Irak, het martelen van terreurverdachten, de benoeming van leden van de rechterlijke macht) de Democraten nooit tegemoet willen komen.

In dezelfde periode liet McCain zien dat hij gelooft in het politieke compromis. En ook dat hij bereid is de risico’s te aanvaarden van de overschrijding van partijpolitieke grenzen.

Zo sloot hij zich, tot woede van Bush, aan bij een groep gematigde senatoren die een impasse over de benoeming van conservatieve rechters wilde doorbreken. Bij alle belangrijke voordrachten – zoals die van de conservatieve Opperrechters John Roberts en Samuel Alito – steunde McCain de president.

Maar tegelijk meende hij dat een „essentiële waarde” van de Amerikaanse democratie in stand moest blijven: dat elke Republikeinse leider, zoals hij zei, zonodig genoegen moet nemen met een minder conservatieve rechter als daarmee de steun van beide partijen gewonnen kan worden.

Hoe principieel die kwestie voor McCain lag, bleek toen zijn optreden, niet voor het eerst, diepe weerzin bij religieus rechts teweegbracht. Een verrader van de conservatieve zaak was hij in die kringen. Het zijn deze conservatieven die tot gisteren, aangejaagd door rechtse radiomakers als Rush Limbaugh, met alle macht probeerden zijn kandidatuur onderuit te halen. Maar het typeert McCain dat hij nooit bereid is geweest zijn geloof in samenwerking met andersdenkenden te maskeren.

Intussen voltrekt zich op dit gebied ook bij de Democraten een essentiële verandering. Hillary Clinton, voor veel Republikeinse kiezers een polariserende figuur, heeft de afgelopen jaren in de Senaat het ene compromis na het andere gesloten met senatoren die haar tot voor enkele jaren beschouwden als het ultieme kwaad.

Belangrijker is de rol van Obama. Of de Democraten hem zullen nomineren is na gisteren niet duidelijk. Clinton lijkt nog steeds, al is het marginaal, de beste papieren te hebben. Maar de geestdrift die Obama bij jonge en zwarte kiezers losmaakt met zijn oproep tot nationale verzoening en de beëindiging van, wat hij noemt „die eeuwige partijpolitieke gevechten in Washington”, zal zijn sporen zeker nalaten: Amerika hongert naar een nieuw gevoel van eenheid.

En nu dat zo’n krachtige politieke boodschap blijkt te zijn, die zelfs aanslaat in Republikeinse buitengebieden als Idaho en Alabama, staat het al vast dat zijn woorden de komende jaren eindeloos herhaald zullen worden.

Ook het verlies van Mitt Romney draagt sterk bij aan de trend. De ex-gouverneur van Massachusetts was de laatste Republikeinse kandidaat die, naar het voorbeeld van Bush, zijn kandidatuur wilde baseren op de conservatieve rechterflank van de Republikeinen. Prominente Republikeinen steunden hem, onder wie oud-president Bush en diens zoon (en broer van) Jeb Bush. Ook de conservatieve talkradio ging achter hem staan – niet uit liefde voor Romney, maar vooral uit weerzin tegen McCain.

Maar gisteren bleek Romney opnieuw een zwakke stemmentrekker. Hij wist niet één staat in het conservatieve zuiden te winnen. Op McCains thuisstaat Arizona na gingen die allemaal naar outsider Mike Huckabee, die nog wel meedoet maar allang geen serieuze kans op de nominatie meer maakt.

Romney’s kandidatuur is zodoende ten dode opgeschreven. Het was een veeg teken dat Haley Barbour, gouverneur van Mississippi, en onder Bush sr. partijvoorzitter van de Republikeinen, zijn ergernis uitsprak over Romney’s onwil de race op te geven. Hij prees McCain, hij prees Huckabee. „Maar het zit me dwars dat niemand wil opgeven. Dat is slecht voor de partij.”

Voor McCain doemt het risico op dat de partij hem alsnog zal verleiden zich te schikken naar de evangelicals. Deze week verzamelen zij zich met alle conservatieve actiegroepen uit het land in Washington voor een conferentie. Het zijn precies de groepen die hem eerder als verrader van de conservatieve zaak aanwezen. Vorig jaar weigerde hij daarom de conferentie toe te spreken, maar nu heeft McCain een optreden toegezegd.

Leden van het partijestablishment roepen hem op om zijn oude tegenstanders de hand te reiken – in welk geval hij zijn positie in de partij zou versterken, maar zijn aantrekkingskracht op onafhankelijke stemmers en rechtse Democraten kan verliezen.

In zekere zin staat Hillary Clinton voor eenzelfde probleem. Zij en haar echtgenoot deden rond de voorverkiezingen van Nevada en South Carolina volgens veel Democraten een moedwillige poging de kandidatuur van Obama te ondermijnen door het electoraat van de partij langs raciale lijnen te verdelen. De hevige kritiek daarop vanuit de eigen gelederen dwong de Clintons een toon van vriendschap en respect tegen Obama aan te slaan. De kritiek op hun campagnetechnieken verstomde: de behoefte aan eenheid en verzoening is ook bij de Democraten erg groot. Maar gisteren kwam de keerzijde voor Clinton aan het daglicht: op deze manier is het heel moeilijk Obama te verslaan.