Yes-we-can!

De afgelopen week heb ik twee halve nachten opgeofferd om op CNN naar het tweegevecht tussen Barack Obama en Hillary Clinton te kijken, dus zo langzamerhand voel ik me voldoende gekwalificeerd om een voorzichtige voorkeur uit te spreken.

Wie moet het worden?

Obama, vond ik, nadat ik hem ruim een jaar geleden voor het eerst een redevoering had zien afsteken. Ik was onder de indruk van zijn redenaarsgave en zijn gematigde inzichten spraken me aan. Hij riep op tot eenheid, niet tot polarisatie. Kom naar Nederland, wilde ik hem al bijna vragen, maar helaas naturaliseren wij gekleurde uitblinkers niet meer zo vlug.

Nu we een jaar verder zijn, bekruipen me de twijfels. Waarom zou Hillary Clinton minder geschikt zijn? Goed, ze speecht wat stroever en ze snikt iets te gretig, maar er is geen enkele reden haar te onderschatten.

Vorige week debatteerde ze twee uur lang met Obama. Een opvallend vriendelijk debat, en daarom wat saai, maar inhoudelijk mocht het er zijn. Het ging tot in detail over zaken als de gezondheidszorg en Irak.

Obama kon je als de uitdager beschouwen, hij was de man die een achterstand moest inhalen, maar het lukte hem niet Clinton in verlegenheid te brengen. Zij bleef overeind dankzij haar grote feitenkennis. Ook Obama bleek een goed debater, maar niet goed genoeg om het Clinton erg lastig te maken.

Daarna heb ik nog eens aandachtig naar een aantal oudere toespraken van Obama gekeken. Hij blijft als redenaar imponeren, maar je moet hem niet te vaak horen, want dan verandert de oratorische brille in oratorische galm. De retoriek wordt een doorzichtige truc en keert zich tegen hem. Als ik een goede stand-up comedian in Amerika was, zou ik zeker een parodie op Obama’s redevoeringen overwegen.

Dit zijn de ingrediënten van zo’n parodie. Hef de kin, trek een ernstig gezicht, lees niet van een papiertje (zoals Hillary vannacht deed), maar doe alsof je uit het hoofd spreekt terwijl je van de autocues leest.

„But there is one thing on this february night’’, roep je, „our time has come!”

Het publiek begint te gillen. Je wacht. „But there is one thing”, herhaal je, „our time has come!” Het gekrijs neemt in volume toe en het wordt nu tijd de hysterie met steeds grotere happen te voeden. „Our movement is real and change is coming to America!”

Tjeendzj, daar gaat het om. Een magisch woord. Zonder tjeendzj is er geen toekomst. „This time can be different, it’s different not because of me, but because of you…This time we have to turn the page!”

We naderen het einde, alle tsjeendzj moet daarin worden samengebald. „We are the ones we’ve been waiting for…We are the change that we see…We are the hope of the future.”

En dan, allemááál, dat bevrijdende, extatische: „Yes- we-can! Yes-we-can!”

Hoe lang kun je zulke zinnen nog roepen voor het een zelfparodie wordt? Het was niet verbazingwekkend dat Obama’s broertje Oboema, ook wel Michiel Romeyn genaamd, het gisteren op de Nederlandse tv al even van hem overnam.

Ik kan er now, on this february morning, alleen maar this thing aan toevoegen: ik ga voor Hillary mits ze ophoudt met janken.