Van de Berlijnse metro tot Paradiso

De 37-jarige Ian Siegal wordt gezien als de nieuwe bluessensatie uit Engeland.

Maar het zelfvertrouwen om zijn publiek direct aan te kijken, ontbreekt nog.

Het eerste dat opvalt wanneer zanger Ian Siegal het podium van de Q-bus in Leiden op komt, is dat hij met zijn pilotenbril op een treffende gelijkenis vertoont met Lou Reed. Maar met het opzwepende ritme van openingsnummer Ride on Josephine maakt hij duidelijk dat er vanavond stevige, loepzuivere blues gespeeld gaat worden. Hij doet dat eigenlijk altijd goed. Soms wat minder uitbundig, soms met lange monologen over meisjes die de duivel in zich hebben, maar altijd met volle overgave.

En dat terwijl Siegal al weken aan het toeren is om zijn nieuwe album Swagger te promoten. Na de show zakt hij een beetje onderuit in zijn plastic kuipstoel. Hij is moe van de korte nachten die bij het toeren horen. Voorlopig komt er ook nog geen einde aan: na Nederland volgt Londen en luttele weken later Scandinavië. In april is het tijd voor Hongarije en Italië. Maar het zijn vooral de uitstapjes naar ons land waar hij plezier in heeft. „Jullie reageren altijd ongelofelijk goed op onze muziek. The audience is great here.”

De 37-jarige Siegal is volgens velen de nieuwe bluessensatie uit het diepe zuiden van Engeland. Met een stem die zweeft tussen Muddy Waters, John Lee Hooker en Chester Burnett – en met hun gezichten op zijn bovenarmen getatoeëerd. Hij zong voor het eerst op zijn zestiende: de drummer van de band van zijn neef wilde hem out of the blue weleens horen. Hij bleef zingen en twee jaar later leerde hij zichzelf er gitaar bij spelen.

Hij vertrok naar Berlijn om te gaan backpacken door Europa; bleef er een paar maanden hangen en verdiende de kost door gitaar te spelen in de metro. Daar leerde hij veel nieuwe nummers, maar om zijn talent te ontplooien moest hij terug naar Engeland. Hij verbleef vijf jaar in Nottingham, jamde veel in bluescafé de Running Horse en vond de bassist en drummer waar hij nu nog mee speelt. Ook verloor hij er zijn achternaam, Berry. Zijn nieuwe ontleent hij aan het nummer Mr. Siegal van Tom Waits.

Met deze bandleden Nikolaj Bjerre (drums) en Andy Graham (bas) maakt Siegal er ook vanavond een feestje van. Hij speelt veel nummers van zijn nieuwste cd Swagger (2007), waarbij vooral God don’t like ugly opvalt door het aanstekelijke ritme. Ook Ground Hog Blues doet het goed met Michael Jackson-achtige kreunschreeuwen en heupbewegingen. De sfeer is gemoedelijk tot het slotnummer. Daarmee wordt het publiek, dat voornamelijk bestaat uit dertigplussers, getrakteerd op een medley waarin met moordend tempo gewisseld wordt tussen Ray Charles’ I’ve got a woman, het christelijke I shall not be moved en Folsom Prison Blues van Johnny Cash.

Na drie albums en optredens op onder meer North Sea Jazz speelt Siegal nog steeds het liefst in kleine cafés. Dan heeft hij, zoals in zijn begintijd, directer contact met zijn publiek. „Een beroemde artiest zei ooit tegen me dat je tijdens een optreden één persoon uit het publiek moet kiezen waar je de hele tijd naar kijkt. Dat wekt een bepaalde spanning op bij de rest van de toeschouwers; ze kijken steeds meer uit naar het moment dat je blik op een van hén valt. Maar daar is veel zelfvertrouwen voor nodig. Dat vertrouwen heb ik niet, althans, niet op dit moment.”