Transporteurs naar de dood

Geert Mak schreef In Europa over de historie van de 20ste eeuw. De VPRO zendt er een serie over uit. Onze correspondent bezoekt op station Potsdamer Platz een expositie over jodentransporten.

Albert Ganzenmüller is stokoud geworden. Deze fanatieke nazi overleefde bijna de hele twintigste eeuw. Hij stierf in 1996 in München op 91-jarige leeftijd. Een van zijn slachtoffers uit de Tweede Wereldoorlog, de joodse weesjongen Gert Rosenthal, is mede door Ganzenmüller niet ouder dan tien jaar geworden. Hij werd in 1942 gedeporteerd en, na een lange treinreis vanaf het goederenstation Berlijn-Moabit, doodgeschoten in de bossen bij Riga.

Ganzenmüller was staatssecretaris van vervoer en plaatsvervangend directeur van de Duitse spoorwegen, de Reichsbahn, in de tijd van Adolf Hitler. Hij was verantwoordelijk voor de massale treintransporten van joden naar het oosten. Naar de grote vernietigingskampen Auschwitz-Birkenau, Majdanek, Sobibor en Treblinka. Of, zoals bij Gert Rosenthal het geval was, naar plekken waar joden gewoon werden doodgeschoten en als oud vuil in massagraven werden gegooid.

Het lot van de joodse weesjongen en de nationaal-socialistische spoorwegdirecteur is te zien op een unieke tentoonstelling in Berlijn. Voor het eerst wordt op een station in Duitsland publiekelijk getoond hoe beladen de rol is geweest van de Duitse spoorwegen in de nazi-jaren. Op het trein- en metrostation Potsdamer Platz is de expositie Sonderzüge in den Tod ingericht, een initiatief van onder anderen het Frans-Duitse echtpaar Serge en Beate Klarsfeld – bekende nazi-jagers – in samenwerking met de Duitse spoorwegen. Dit jaar zal de expositie op nog tien andere Duitse stations te zien zijn.

Wat meteen opvalt is de efficiëntie waarmee de toenmalige Reichsbahn werkte. Honderdduizenden joden uit heel Europa moesten per trein oostwaarts – een operatie zonder weerga. Daar had het bewind mannen als Ganzenmüller voor, die trots op 28 juli 1942 aan zijn superieuren schreef dat „sedert 22.7 dagelijks een trein met 5.000 joden van Warschau over Malkinia naar Treblinka rijdt”.

Alles wat met deze deportaties te maken had, was door de Reichsbahn tot in de puntjes geregeld. En schriftelijk vastgelegd. De spoorwegen berekenden bijvoorbeeld twee pfennig per persoon per kilometer, onafhankelijk van het feit of de reis per personen- of veewagon ging. De gedeporteerden moesten doorgaans zelf voor hun passage betalen.

Albert Ganzenmüller, nazi vanaf de Hitler-Putsch in 1923, is nooit gestraft voor zijn verantwoordelijkheid als transporteur naar de dood. Na de oorlog vluchtte hij naar Argentinië, keerde in 1955 terug naar Duitsland en ging voor het staalbedrijf Hoesch werken. Hij was belast met het transport van de onderneming. Een rechtszaak in 1973 over zijn verleden als nazi liep op niets uit.

De holocaust zou ondenkbaar zijn geweest zonder medewerking van mensen als Albert Ganzenmüller – doelmatige, veelal naamloze ambtenaren die Hitlers zaak gewetenloos en naar de letter uitvoerden. Op deze tentoonstelling krijgt de man een gezicht, net als een aantal van zijn soms nog jonge slachtoffers: Gert Rosenthal, Berndt Warschauer, Karin Kornweitz, Brigitte Joseph en vele anderen.

Sonderzüge in den Tod; die Deportationen mit der deutschen Reichsbahn. In station Potsdamer Platz, Berlijn. Tot 11 februari, daarna in andere Duitse stations.

Zie www.ineuropa.nl en zondag de veertiende aflevering van de televisieserie In Europa (Ned.2, 21.10u.).