Onbesliste uitslag levert de Democraten een dilemma op

De strijd tussen Clinton en Obama kan nog zeker een maand duren. Obama heeft het momentum, Clinton heeft meer steun van ‘supergedelegeerden’.

US Democratic presidential candidate Senator Hillary Clinton (D-NY) attends her "Super Tuesday" primary election night rally in New York, February 5, 2008. Twenty-four of the 50 states are holding nominating contests for one or both parties on "Super Tuesday" for a huge haul of delegates to this summer's conventions that will choose the candidates for the November presidential election. REUTERS/Brian Snyder (UNITED STATES) US PRESIDENTIAL ELECTION CAMPAIGN 2008 (USA) REUTERS

Nu de kandidatuur van John McCain bij de Republikeinen vrijwel zeker is, staan de Democraten de komende weken voor een dilemma: kan de partij het zich nog lang veroorloven dat het gevecht tussen Clinton en Obama maar doorgaat?

De uitslag van Super Tuesday bracht gisteren amper duidelijkheid. Beide kampen claimden de overwinning, en beide hadden daar de argumenten voor.

Clinton wees op de twee grote staten in het oosten en het westen – New York en Californië – die zij overtuigend won, naast zuidelijke staten als Tennessee en Arkansas. Obama kon laten zien dat hij de meeste staten had gewonnen, verspreid over het hele land.

In de strijd om gedelegeerden voor de partijconventie – formeel draait het daar allemaal om – ontbrak het bij het ter perse gaan van deze krant nog aan een officiële uitslag. Berekeningen van Amerikaanse media kwamen uit op een kleine overwinning voor Clinton of een gelijke stand, waarbij de uitslagen van Californië (winst voor Clinton) en New Mexico (nagenoeg gelijk) nog niet volledig verwerkt waren. Vóór Super Tuesday stond Obama licht voor, dus de kans op een ongeveer gelijke tussenstand is ook hier reëel.

En dat garandeert weer dat de race tussen Clinton en Obama nog minimaal een maand zal voortduren. Vanaf komende zaterdag vinden binnen tien dagen negen Democratische voorrondes plaats, die volgens de prognoses in de meeste gevallen gunstig voor Obama uitpakken. Het gaat steeds om staten met relatief weinig gedelegeerden. Vervolgens komen op 4 maart twee grote staten aan de beurt – Ohio en Texas – waar Clinton weer de beste papieren zou hebben.

Obama kan claimen dat hij ‘het momentum’ heeft. Enkele weken geleden stond hij in nationale peilingen nog tien procentpunt of meer achter. Maar Clinton heeft weer een ander voordeel.

E-mails en toelichtingen van de Clinton-campagne wezen er vannacht op dat Clinton in de loop van vandaag een voorsprong in de strijd om de gedelegeerden zal claimen. Daarbij telt haar campagne zogenoemde ‘supergedelegeerden’ mee – gekozen functionarissen, zoals gouverneurs en senatoren, die totaal 39 procent van de stemmen op de partijconventie vertegenwoordigen.

Tot nu toe hebben 300 ‘supergedelegeerden’ hun keuze bepaald – grofweg 200 voor Clinton en 100 voor Obama. Veertienhonderd ‘supergedeleerden’ moeten hun keuze nog maken.

Analisten zeggen dat de keuze van de eerste driehonderd weinig zegt over de voorkeur van die veertienhonderd. Het is immers gebruik dat deze functionarissen hun keuze uit eigenbelang zo lang mogelijk uitstellen: ‘picking the winner’ is voor een gouverneur interessanter dan het risico een toekomstige president van zich te vervreemden door op het verkeerde paard te wedden.

Maar nu de race om de gedelegeerden nog lang onbeslist kan blijven denken partijfunctionarissen dat de druk op de ‘supergedelegeerden’ zal toenemen om wél snel te kiezen. Vooral het Clinton-kamp, dat in de partij de beste positie heeft, zal hierop aandringen. Maar ook dat heeft een nadeel: het kan de indruk wekken dat het oordeel van de Democratische kiezers, die dit jaar in ongebruikelijk hoge aantallen opkomen, minder zwaar weegt dan het partijbelang.