In een varkensflat is het beter toeven dan in de klas

De lucht in klaslokalen is zo slecht dat de prestaties van kinderen en onderwijzers eronder lijden, betoogt F. Duijm.

Door boeren wordt fors geïnvesteerd in het welzijn van dieren, want comfort en frisse lucht bevorderen de productie. Veel basisscholen zouden aan de betere kippen- en varkensflats nog een voorbeeld kunnen nemen. Terwijl de regels voor dierenwelzijn voortdurend worden aangescherpt, stammen de normbedragen voor schoolgebouwen nog uit het Oost-Europatijdperk van het ministerie van Onderwijs, toen oekazes werden uitgevaardigd zonder dat gekeken werd naar het veld.

Onze kinderen worden opgehokt in lokalen waar het lawaaierig is, ’s winters tocht en bij mooi weer veel te heet is, soms warmer dan 35 graden – in de bouwnorm staat alleen dat de temperatuur niet meer dan twee procent van de tijd hoger dan 28 graden mag worden. Bovendien zijn er geen regels over geluidshinder.

Het grootste probleem is de bedompte lucht. Voor ventilatie bestaat slechts een vrijblijvende norm. Er moeten voorzieningen aanwezig zijn, maar er wordt niet geëist dat ze bruikbaar zijn zonder tocht en lawaai. Veel schoolgebouwen halen deze wettelijke norm niet eens. Daardoor lopen de CO2-gehaltes al snel na het begin van de les op tot 2.000 tot 4.000 ppm (milliliter per 1000 liter).

Het ruikt in een ruimte niet fris als het CO2-gehalte hoger is dan 1.200 ppm. Voor goede leerprestaties moet het CO2-gehalte lager zijn dan 800 ppm; voor het beperken van infectieziekten en astma liefst minder dan 650 ppm. In kantoren zijn de gehalten zelden hoger dan 800 ppm. Volgens het Arbobesluit moet er in scholen 20 kubieke meter per persoon per uur worden geventileerd. Veel scholen halen in de winter nauwelijks de helft.

Dat de slechte ventilatie gevolgen heeft voor de gezondheid blijkt uit het feit dat tijdens schoolvakanties kinderen met astma vaak minder medicijnen nodig hebben en er minder kinderen in het ziekenhuis worden opgenomen met luchtweginfecties en astma. Ook in de lente daalt dit aantal, waarschijnlijk omdat er dan beter geventileerd wordt. Het is schrikbarend welke hoeveelheden ziektekiemen, allergenen en fijnstof er in klaslokaallucht zitten. Het fijnstofgehalte is er vaak hoger dan de hoeveelheid waarvoor bouwplannen worden stilgelegd. Naar schatting zijn er dagelijks 20.000 basisschoolkinderen ziek door het binnenmilieu van hun school.

Het is lastig in scholen een goede luchtkwaliteit te realiseren. Er zitten nu eenmaal veel kinderen in een beperkte ruimte. Toch moet er snel iets gebeuren, want kinderen worden er elke dag mee geconfronteerd en zijn extra gevoelig voor onder meer luchtweginfecties. Daarom is, per meteen, een hoge standaard nodig.

Dat kost geld. Om de bestaande gebouwen gezond te maken is al gauw een half miljard euro nodig. Dat geld zal zich snel terugverdienen, door de verbetering bijvoorbeeld gepaard te laten gaan met energiebesparende aanpassingen. Bovendien zorgt een beter binnenmilieu voor minder ziekteverzuim van leerkrachten. Minstens tien procent van het ziekteverzuim kan erdoor voorkomen worden, zo blijkt uit onderzoek. Daarnaast verbeteren de leerprestaties bij goede ventilatie: 15 procent minder fouten lijkt makkelijk haalbaar.

F. Duijm is arts en medisch milieudekundige, GGD Groningen.