Het is eigenlijk ook onze president

Grappig om verkiezingstelevisie te hebben terwijl wij helemaal niet gaan stemmen. Was dat andere jaren ook zo, dat de voorverkiezingen in Amerika al zó veel belangstelling trokken? Of doen wij heel cool alsof het voor ons Europeanen allemaal doodgewoon is dat een vrouw of een zwarte man president van de Verenigde Staten zou kunnen worden, maar zijn we er eigenlijk vreselijk opgewonden over? In Nederland is iets dergelijks in ieder geval nog nooit vertoond. Iedereen spreekt over Clinton en Obama – dat er ook republikeinen stemmen is niet echt interessant. Daar voeren de bekende oudere mannen campagne.

Over het algemeen is verkiezingstelevisie saai, want veel wachten en veel speculeren over dingen die je een paar uur later gewoon zeker weet, veel succesanalyses die alleen maar terugredeneren – hij heeft succes dus is wat hij doet goed, en wat hij doet is zo knap omdat het zoveel succes heeft - en toch was de extra Nova-uitzending van vannacht, van vijf tot zeven, een speciale ‘Super Tuesday’- uitzending, wel aardig om te zien. Misschien omdat je er eigenlijk niet zoveel vanaf weet, van het Amerikaanse systeem, en Amerikadeskundige Ruth Oldenziel, die aan tafel zat, ons heel veel kon uitleggen en toelichten. Misschien ook omdat mediastrateeg Kay van der Linden, eveneens aan tafel, erop wees dat Obama eigenlijk níets inhoudelijks zegt en je dan kunt gaan opletten bij zijn speeches en opmerken: nee, niets inhoudelijks. Maar wat zegt hij dan wel? „Het wordt allemaal anders.”

„Een typische change-campagne” zei Van der Linden koeltjes.

En dan reporter Willem Lust uit Amerika – je hebt nog nooit zo’n reporter gezien. Het lijkt vaak alsof de televisiecamera’s hem lichtelijk komen storen bij zijn werkzaamheden, hij geeft wat verstrooid antwoord, aanvankelijk nogal lusteloos, nu meer lacherig, en hij maakt merkwaardige reportages, zoals die van gisteren waarin je eindeloos twee jonge mensen langs de deuren zag gaan om aan de mensen te vragen of ze gingen stemmen en misschien iets voor Obama konden gaan voelen. „Minder glamoureus dan u misschien zou denken. Veel krakkemikkige appartementen, veel mensen die nauwelijks Engels spreken”, schrijft Lust zelf in zijn weblog. Ja dat klopte. Het opmerkelijkste eraan was misschien nog dat wat journaliste Sanderijn Cels opmerkte bij Pauw & Witteman: dat ze in Amerika geen bel hebben en dat je als campagnevoerder echt moet aankloppen.

Hebben we misschien trouwens de geboorte van een nieuwe televisiepersoonlijkheid gezien gisteren? Journaliste Sanderijn Cels werkte mee aan de campagne voor Hillary en zat gisteravond bij Pauw & Witteman de show te stelen, vanochtend op de ontbijttelevisie deed ze dat weer. Ze heeft een leuk intelligent gezicht, ze formuleert fris en goed ingevoerd, ze bijt zich niet vast maar denkt na tijdens het gesprek – je zag iedereen geboeid en geïnteresseerd luisteren en kijken en je wilde haar meteen vaker zien. Waarschijnlijk is het beter van niet, want wie blijft zo leuk en fris en de moeite waard als-ie aldoor op tv moet. Denk aan Goedele Liekens, ooit hartveroverend spontaan, mooi en grappig, en nu door de wol geverfd, geroutineerd en met zelden iets te zeggen dat je zou willen horen, al heeft ze haar sterke manier van spreken gelukkig nog steeds.

„Het is eigenlijk ook onze president”, zei Jan Marijnissen over de opmerkelijke belangstelling voor de Amerikaanse verkiezingen. Jawel, zo lust je er nog wel een paar. Het is onze president helemaal niet, maar wij, en de hele wereld, hebben er wel mee te maken. Net zoals we te maken hebben met Poetin, ook onze president dan zeker. Het Duits-Franse kanaal Arte zond gisteravond in een soort Rusland-special een documentaire uit over het Russische bedrijf Gasprom en over de directeur van het olieconcern Yukos, Michail Chodorkovski, die drie jaar geleden tot acht jaar cel werd veroordeeld. Beide reportages deden de mens de koude schrik om het hart slaan – nog maar weer eens. Onze president in het oosten is een gevaarlijk type, en wij zijn minstens zo van hem afhankelijk als van onze president in het Witte Huis.