Heel brede dijken waar alles op mag

Maak de dijken niet hoger. Maak ze driehonderd meter breed. Zo blijft Nederland veilig. En je kunt erop „wonen, winkelen, golfen”, zeggen de plannenmakers.

„Geef dijken de ruimte.” Het is een even simpel als voor de hand liggend voorstel om de gevolgen van klimaatverandering het hoofd te bieden.

Nederland moet zijn dijken de komende vijftig jaar met enkele honderden meters verbreden, zo stellen Pier Vellinga, hoogleraar klimaatverandering aan Wageningen Universiteit, en Mario Hartog, adviseur klimaat en water van Grontmij, die het plan samen hebben ontwikkeld.

De voordelen van brede dijken zijn evident. ‘Terpendijken’ van ongeveer driehonderd meter breed zijn zo sterk dat een dijkdoorbraak uitgesloten is. Een watersnoodramp zoals in 1953 kan dan niet meer gebeuren. Hooguit zal af en toe water over de dijk stromen, en dat zal enige overlast geven, „vergelijkbaar met de overlast van een zware regenbui”, aldus Vellinga, een gerenommeerd adviseur van de overheid en waterschappen.

Deze situatie van „natte voeten” is heel wat benijdenswaardiger dan een dijkdoorbraak, zelfs als daarbij iedereen op tijd is geëvacueerd. „Want dan duurt het nog maanden voordat al het water is weggepompt en het rampgebied weer bewoonbaar is. Een blijvende economische klap en een onherstelbare deuk in ons imago. Wie wil er daarna nog investeren in zo’n gebied?”

Belangrijk voordeel is volgens Vellinga ook dat Nederland ondanks de effecten van klimaatverandering „goed bewoonbaar” blijft. „We hoeven niet met z’n allen naar het oosten van Nederland te verhuizen.” Het maken van evacuatieschema’s kan achterwege blijven. Terpendijken zijn voor de veiligheid van ons land „veel effectiever” dan eilanden in zee. Er hoeft ook niet eindeloos veel extra ruimte voor rivierwater te worden gevonden. En bovendien zullen dijken ophouden om zoals nu een soort no go area te zijn. Er komt juist extra ruimte bij – op de dijk.

De eerste schetsen zijn gemaakt door Grontmij. We zien dijken met woningen en natuur, met landbouw en met wegen. Mario Hartog: „Op de dijken van nu mag je helemaal niets. Je mag er niet op bouwen. Je mag er nog geen boom planten. Het zijn ver-ingenieurde dijken.” Op de terpendijk zal straks daarentegen van alles mogelijk zijn. „Er kan worden geleefd.” Pier Vellinga: „Je kunt er wonen, winkelen, golfen. Eigenlijk alle functies die je elders ook hebt.”

Waarom zijn de dijken in Nederland zo steil, hoog en smal, vraagt Pier Vellinga zich weleens af. Er zou ongeveer drieduizend kilometer dijk moeten worden verbreed. Geen ingewikkelde klus, verwachten de bedenkers. Er zou een vijftigjarenplan moeten komen voor permanente aanvoer van zand uit de Noordzee. „De aanvoer van dat zand is gemakkelijk, want het aardige van dijken is dat ze aan water liggen”, glimlacht Pier Vellinga. De aanleg van grote dijklichamen is als gevolg van de mechanisatie véél goedkoper geworden. „Vroeger maakte men een dijk door kruiwagens met klei en zand aan te voeren. Nu spuit je het even op, een laag klei eroverheen en klaar.”

Grontmij heeft voorlopige berekeningen gemaakt. Daaruit blijkt dat het verbreden van de dijken ongeveer 20 miljoen euro per strekkende kilometer kost. „We zouden er als overheid per jaar een miljard euro extra bij moeten leggen”, denkt Pier Vellinga. „Maar dat kost het ophogen van de dijken met één meter ook.” De megaklus zal zelfs „kostenneutraal” kunnen worden uitgevoerd, omdat de grond op de dijk kan worden verkocht. De grondprijs, rekenen de initiatiefnemers uit, zal ongeveer 60 euro per vierkante meter bedragen. Méér dan agrarische grond nu doet, maar minder dan bouwgrond voor woningen. Reken vervolgens maar uit hoe veel je bespaart op onderhoud en reparatie van de huidige dijken, en het is duidelijk dat de klus minder duur uitvalt dan sommigen vrezen.

Het grootste struikelblok, willen de bedenkers van de terpendijk wel toegeven, is dat de bebouwing pal naast de dijk zal moeten verdwijnen. „We zullen de huizen moeten optillen”, zegt Pier Vellinga. Dat wil zeggen: demonteren en weer opbouwen bovenop de dijk. Mario Hartog van Grontmij ziet dat wel zitten. „Ik woon zelf aan de voet van een dijk. Ik zie niets van het water erachter. Straks zou ik óp de dijk kunnen wonen, met uitzicht over het water.”

De bedenkers dienen hun plan binnenkort in bij de Deltacommissie, onder voorzitterschap van oud-minister Cees Veerman. Deze commissie gaat het kabinet eind dit jaar adviseren over de ‘kustveiligheid’ van Nederland op de langere termijn, dat wil zeggen over honderd jaar.