Handhaving als actiemiddel

De politie voert actie met coulance als instrument. Wat zijn de gevolgen voor het gezag van de wetshandhavers?

De politie is belast met de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde, in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag. Dat zegt de Politiewet sinds jaar en dag. Wat zegt het bevoegd gezag? Gedogen is geen handhaving en bestaand gedoogbeleid wordt waar mogelijk geëlimineerd of teruggedrongen. Zo staat het in het regeerakkoord van het kabinet-Balkenende IV.

Geheel in deze geest kondigde de Raad van Hoofdcommissarissen in oktober een strenge controle af op de fietsverlichting. Er was enig gedoe of losse lichtjes al dan niet meetellen, maar de bedoeling was duidelijk: geen gedogen. Toch volstonden tijdens de donkere winterdagen agenten alom in het land met het uitdelen van een vermaning in plaats van de aangekondigde boetes. Ook de marge van flitscamera’s is vergroot.

De reden van deze omslag ligt niet bij het bevoegd gezag, maar bij de politievakbonden. Deze voeren collectieve acties om hun looneisen kracht bij te zetten. Minder boetes kosten de schatkist geld en zetten druk op de ketel bij de onderhandelingen. Zo gaat dat bij arbeidsconflicten. Maar kan de politie het zich permitteren de wet als actiemiddel naar eigen hand te zetten?

De burger die er met een standje in plaats van een bon van af komt zal deze vraag een zorg zijn. Juridisch gezien is er weinig aan de hand. Het stakingsrecht, inclusief collectieve actievormen, van ambtenaren is erkend in dit land. Sinds 1980 inclusief de politie. Dit berust op het Europees Sociaal Handvest, een mensenrechtenverdrag dat volgens onze Grondwet boven de Politiewet gaat.

Absoluut is het ambtelijke stakingsrecht niet. Met name voor essentiële diensten. De rechter heeft in 1988 bepaald dat de politie nimmer als collectief mag staken. Een minimaal niveau van dagelijkse politiezorg en dienstverlening dient onvoorwaardelijk gegarandeerd te blijven. Deze buitengrenzen hebben tot dusver geleid tot twee rechtsgedingen. Het onderbreken van de beveiliging van ambassades in Den Haag voor een protestbijeenkomst werd ontoelaatbaar geacht wegens de veiligheidsrisico’s. Collectieve actie tijdens de voetbalwedstrijden Ajax-PSV en Feyenoord-AZ werd niet verboden. De bezwaren van de KNVB en de betrokken clubs wogen volgens de rechter niet op tegen het grondrecht van de politievakbonden.

Binnen deze bandbreedte is het nodige mogelijk. Stiptheidsacties bijvoorbeeld. Maar tien jaar geleden bleek dat deze actievorm niet alleen bij het publiek maar ook bij politieambtenaren zelf ongenoegen oplevert. Ondanks de van oudsher hoge organisatiegraad van het politiepersoneel en dito actiebereidheid. Bekeuringen door de vingers zien is dan niet zo’n onhandige tactiek. Toch heeft ook deze grenzen. De coulance geldt niet voor ‘aso’s’, zoals een (verkeers)agent het uitdrukte op internet.

Maar wie beslist dat? Niet het bevoegd gezag, maar de bond – en in de praktijk vooral de actievoerende agent op straat. Eigenmachtigheid valt moeilijk te rijmen met de rechtstaat. Natuurlijk kunnen politiemensen het niet stellen zonder enige speelruimte. Kabinet-Balkenende of niet: gedogen vormt een integrerend onderdeel van de handhavingstaak, blijkt uit een project dat de Stichting Maatschappij Veiligheid en Politie (SMVP) enkele jaren geleden wijdde aan het prangende probleem van het gezag van de politie.

De legitimatie van de rechtstaat vormt een belangrijke pijler van dit gezag. Maar deze leidt bij de politie tot een bijkans ‘militaire organisatie’ waarbij de verantwoordelijkheid wordt afgeschoven naar de top. De politieman/vrouw is echter ook een ‘frontline werker’ die nergens is zonder persoonlijk gezag. In een SMVP-publicatie werden politiemensen zelfs betiteld als de ‘hoofdcommissaris van de straat’.

Dit zijn natuurlijk uitersten, maar de balans luistert nauw voor het gezag van de politie. Het beslissende verschil is of de politie optreedt vanuit het beste professioneel inzicht of uit opportunisme. Van dit laatste zijn er ook zonder staking de nodige voorbeelden. Zoals de modieuze opeenvolging van projecten, door een Amerikaanse politiechef ooit betiteld als „het vuil onder de hoek van het kleed vegen”. Of de prestatiecontracten met hun nadruk op aantallen bonnen ten koste van de kwaliteit. Zo wordt de algemene identificatieplicht, tégen de bedoeling, gehanteerd als een zelfstandig delict of als ‘boeteverdubbelaar’ bij een (flut)overtreding.

Dat doet de reputatie van de politie geen goed. De coulance van nu is klantvriendelijk. De kans dat de gemiste bonnen straks moeten worden ingehaald is gering. Afgaande op de SMVP-publicatie moet men zich echter niet verkijken op klantvriendelijkheid uit berekening. Het leidt al gauw tot verwarring die de burger aanmoedigt de politie te negeren en zelf calculerend op te treden. De rekening thuisbezorgd, zogezegd.

Frank Kuitenbrouwer is medewerker van NRC Handelsblad.

kuitenbrouwer@nrc.nl

Reageren kan op www.nrc.nl/kuitenbrouwer (Reacties worden pas openbaar na goedkeuring door de redactie).