Focking

Die Joran. Wat gaf hij ons veel, vooral taalkundig. Hij zei zo vaak conjo (Papiaments voor kut) dat ik het bijna zelf ging gebruiken.

Nog astronomischer was het gebruik van ‘focking’. ‘Focking’ is natuurlijk een verbastering van fucking. Focking wordt in de VS ook gebruikt, maar vooral in Nederland is focking populair – ik denk omdat de Nederlandse ‘u’ zo tuttig klinkt in een verder nogal stoer woord. En het woord wint aan populariteit, vast ook door het bizarre realityprogramma De Gouden Kooi waarin steeds gezegd wordt: ‘Dit is de focking para-zooi.’

Met het woord fucking/focking is iets interessants aan de hand. Er wordt namelijk al jaren door allerlei goeiige taalkundigen onderzoek naar gedaan. En dan vooral naar het fenomeen dat komisch genoeg fucking-insertion heet.

De vraag bij fucking-insertion is: waar kunnen we fucking tussen proppen, en waar niet? Daar hebben we onbewuste regels voor in ons hoofd. In het Engels kun je fucking zelfs in een woord stoppen: Fan-fucking-tastic! Maar het kan alleen vlak vóór de lettergreep waar de klemtoon op ligt (in dit geval ‘tas’). Wat nooit zou kunnen is ‘Fantas-fucking-tic’. Americanen kunnen fucking zonder moeite overal op de goede plek invoegen. ‘Kanga-fucking-roo’, ‘Minne-fucking-sota’, en ga zo maar door.

Het Nederlandse focking kan volgens mij niet in een woord voorkomen (‘Fan-focking-tastisch’; klinkt raar). Toch heeft focking ook iets te maken met nadruk, maar dan binnen een zin. Focking staat altijd voor het woord dat belangrijk is: ‘Hij was de focking afwas aan het doen.’

Zo kun je met focking subtiele betekenisverschillen aangeven. ‘Hij keek naar de focking radio’ is iets anders dan ‘Hij focking keek naar de radio’. De eerste zin kan suggereren: hij keek naar de rádio in plaats van naar de televisie. De tweede zin zegt eerder: hij kéék naar de radio in plaats van dat hij ernaar luisterde.

Focking is taalverrijking.