De overheid is een gevaar voor onze privacy 2

Terecht besteedt Marjoleine de Vos aandacht aan het feit dat in Nederland steeds minder waarde wordt gehecht aan privacy.

De overheid kan op grond van wetgeving persoonsgegevens dwingend opvragen bij banken, telecommunicatiebedrijven (telefoon, internet, e-mails), bibliotheken e.d. Hierdoor kan de overheid van iedere burger nagaan welke websites hij bezoekt, wanneer en naar wie hij e-mails heeft verzonden en gebeld heeft, waar naar toe en wanneer hij reist (straks met de OV-chipkaart). Wat het afluisteren van telefoon door inlichtingendiensten en justitie betreft, staat Nederland na Italië bovenaan in Europa.

Al deze gegevens over een persoon kunnen met elkaar worden uitgewisseld en op grond hiervan kan een persoonsprofiel worden opgesteld, zonder dat de burger weet dat dit van hem gebeurt. Hij kan zich er dus niet tegen verzetten.

Bovendien is in een aantal rapporten aangetoond dat er onvoldoende waarborg is dat zorgvuldig wordt omgegaan met deze gegevens. Het ontbreekt vaak aan een goede systematiek voor het opslaan van de persoonsgegevens. Er wordt ook niet voldaan aan eisen van doelmatigheid en effectiviteit. Niet voor niets heet één van die rapporten `Van privacyparadijs tot controlestaat ?` Het vraagteken in de titel mag gerust worden vervangen door een uitroepteken.

Tevens worden het verzamelen en bewaren van al die gegevens in toenemende mate onbeheersbaar. Het aantal internetgebruikers neemt nog steeds toe. Als de overheid providers wil verplichten om tenminste 18 maanden van alle internetgebruikers hun handelingen op internet te bewaren, zoals nu in een wetsontwerp wordt voorgesteld, bestaat een grote kans dat dit ernstige problemen zal opleveren. Zo kunnen personen ten onrechte als verdacht worden beschouwd en op een `zwarte lijst` worden geplaatst, zonder dat zij dit weten en zich dus hiertegen kunnen verdedigen.