Alles is dubbel bij Johan Simons

Opera Die Entführung aus dem Serail van W.A. Mozart door de Nederlandse Opera en Ned. Kamerorkest o.l.v. Constantinos Caridys. Decor: Bert Neumann; regie: Johan Simons. Gezien: 5/2 Muziektheater Amsterdam. Herh.: t/m 28/2. Res. 020 6255455.

Voor de derde keer sinds de Nederlandse Opera in 1986 het Muziektheater betrok, wordt daar Mozarts Die Entführung aus dem Serail opgevoerd. Het is een opera die vaak wordt geactualiseerd, omdat die gaat over de botsing tussen West en Oost, tussen conflicterende normen en waarden.

Belmonte en Pedrillo hebben het plan opgevat hun gelieven Konstanze en Blonde te redden uit gevangenschap in de Turkse harem van Bassa Selim, bewaakt door de agressieve Osmin. Aan het slot blijkt dat de moraal van christenen juist fundamentalistisch hardvochtig kan zijn, en dat moslims opmerkelijk vergevingsgezind kunnen zijn.

Maar op een ander niveau is het verhaal ook ‘gewoon’ een ingewikkelde liefdesgeschiedenis met twee driehoeksverhoudingen: de westerse vrouwen zijn gefascineerd door de oosterse mannen.

Daarop legde regisseur Helmut Polixa in 1988 in Amsterdam de nadruk in zijn abstraherende enscenering die in 1990 werd herhaald. Aan het slot waren alle drie de mannen het slachtoffer van vrouwelijke wispelturigheid. Bassa Selim wist het, Belmonte en Pedrillo niet en het was maar de vraag wat erger was.

De nieuwe enscenering van Die Entführung van Johan Simons sluit aan bij die bescheiden Amsterdamse traditie. Geen expliciete politieke of religieuze duidingen, geen statements over 9/11 of Geert Wilders, zei Simons vrijdag in het Cultureel Supplement van deze krant: Mozart zei zelf al alles.

Het publiek mag denken wat het wil bij de vergevingsgezindheid van Bassa Selim, een christen die moslim is geworden. Hij neemt met zijn menselijke houding – door Steven Van de Watermeulen vertolkt op schreeuwende SS-toon – wraak op de onmenselijkheid van de vader van Belmonte, zijn vijand.

Simons presenteert de vrolijke en de tragische kanten van het verhaal zo extreem mogelijk. Aanvankelijk lijkt het zelfs een wulpse komedie, zij het in de stijl van Harold Pinter. Alles is een erotisch spel van aantrekken en afstoten, waarbij niets is wat het lijkt.

Het is dubbelzinnig theater in een oogstrelend oosters theatertje dat los staat op het immense podium van het Muziektheater. De treurige Konstanze omhelst Bassa Selim teder als ze hem vertelt dat ze nooit van hem zal houden. De kittige Blonde geilt haar belager Osmin onbeschaamd op.

Met een ingenieus gebruik van decor en fotografische voordoeken die weer het theater tonen, speelt Simons mee met dit onderhoudende, zeer gedetailleerde en vaak lachwekkende spel tussen verbeelding en realiteit. En de stomme Moor is hier een regie-assistent.

In zijn tweede opera-enscenering brengt Simons zelfs al de eeuwige opera-cliché’s en citaten uit andere opera’s. Konstanze bedreigt Bassa Selim zoals Tosca haar belager Scarpia doodt. En Blonde verstopt zich op de bank onder een tapijt, zoals Cherubino in Le nozze di Figaro.

De voorstelling verglijdt uiteindelijk van een kleurrijke komische opera met deels gesproken teksten in een grauw en grimmig toneelstuk met muzikale delen. Het slot, als alle decorstukken met hun schone schijn zijn weggevallen, is desolaat, net als Cosí fan tutte vaak wordt uitgebeeld: elke illusie over standvastige liefde, over fundamentele zekerheden in het leven, is weggevaagd.

Het sterke van de voorstelling, ontvangen met wat boegeroep en applaus, is de volmaakte eenheid tussen theater en muziek. Dirigent Constantinos Carydis laat het Nederlands Kamerorkest de goed gespeelde enscenering met perfect getimed en uiterst expressief spel ondersteunen. En de enscenering van Simons volgt exact de muziek. Coloraturen zijn hier uitingen van orgastisch genoegen.

In de goede maar niet uitzonderlijke vocale cast domineren kwalitatief de vrouwen: Laura Aikin – een veterane als Konstanze – en Mojca Erdmann (Blonde) boven Edgeras Montevidas – een deerniswekkende Belmonte en Michael Smallwood, een aardige Pedrillo. De ontzagwekkende Kurt Rydl – in de Amsterdamse Ring was hij Hunding en Hagen – is een archetypische Osmin.