Agent Van Toledo lapt de ramen om rond te komen

Agenten praten niet graag over hun bijbanen. Ze schamen zich ervoor. Twee agenten vertellen erover. „Ik hoop dat mensen zich verbazen.”

De Amsterdamse brigadier Dennis Noot (33) pikt ze er op het politiebureau zo uit. Collega’s die het niet zo breed hebben. Ze nemen altijd van huis een pakje brood mee. Ze rijden in oude auto’s. En hun kleding is vaak niet zo modieus. Het zijn er nogal wat, zegt hij.

Zelf kan hij wel rondkomen. Dat lukt door om de week vier of vijf nachtdiensten te doen en ieder weekend te werken. Daar krijgt hij toeslag voor. En Noot heeft ook nog een bijbaantje, om zijn salaris nog verder aan te vullen.

Samen met zijn zus – die ook bij de politie werkt – handelt hij in kinderkleding. Ongeveer twaalf uur per week is Noot ermee bezig. Ze zoeken op het internet naar kleding, bijvoorbeeld van winkels die failliet zijn gegaan of overjarige collecties kwijt willen. Die kopen ze op en via internet verkopen ze het ook weer. Daarvoor hebben ze een website, www.hippekindjes.nl. Ze houden de voorraad bij, mailen met klanten en één of twee keer per week stellen ze pakketten kleding samen die ze opsturen.

Van zijn salaris en dat van zijn vrouw, die ook bij de politie werkt, kunnen ze goed rondkomen. Elke maand krijgt hij circa 1.500 euro netto. De toeslag voor nacht- en weekendwerk levert ongeveer 300 euro netto extra op. Zijn vrouw verdient 1.300 euro netto per maand, en krijgt nog ongeveer 200 euro voor onregelmatige diensten. Veel zien ze elkaar daardoor niet. Ongeveer twee dagen per maand zijn ze gelijktijdig vrij. De bijverdienste, ongeveer 400 euro, van de internetwinkel gebruiken ze voor „de extraatjes”. Een dagje dierentuin – „met het hele gezin ben je gauw honderd euro lichter” – vakantie, dat soort dingen.

Sinds afgelopen december mag iedereen weten wat politieagenten verdienen. Twee maanden voert de politie nu al actie voor een beter salaris. Vorig jaar liet de politievakbond ACP weten dat veel agenten een bijbaan nodig hebben om rond te komen. Hoeveel dat er zijn is niet bekend. Duizenden, zei de ACP. Volgens hen klust 10 tot 15 procent van de ruim 57.000 agenten in Nederland bij.

Maar politieagenten vertellen niet graag over hun bijbanen. Ze schamen zich er vaak voor, zegt voorzitter Cees van der Roer, van de Amsterdamse afdeling van politievakbond ACP. Hij kent veel collega’s met een bijbaan. Ze doen van alles – buschauffeur, rijschoolhouder of -instructeur. Of ze hebben hun nevenactiviteiten niet aangemeld bij hun korpsleiding, die er toestemming voor moet geven, en willen er daarom niet over praten.

Taxichauffeur, portier, dat kun je wel vergeten, zegt Dennis Noot. Hij hoort ook wel eens over collega’s die hun bijbaan niet opgeven. Belastingtechnische redenen, denkt hij. Hij heeft wel toestemming, en schaamt zich er ook niet voor. „Ik hoop dat mensen zich verbazen.”

In 1993 begon hij bij de politie. Hij was net klaar met de mavo. Hij gaat elke dag met plezier naar zijn werk, en wil ook geen andere baan. Maar doordat hij alleen een mavo-diploma heeft, kan hij hogere functies en dus een beter salaris wel vergeten. Als ik het over mocht doen, zegt hij, zou ik er goed over nadenken of ik niet beter door kon leren.

Politieagent Alfons van Toledo (47, werkzaam in Hilversum) zoekt wel ander werk. „Iets in de dienstverlening, of zo.” Hij is het zat. Altijd dat „gedoe” met de „lage salarissen” en de „voortdurende reorganisaties”. Hij heeft naast zijn werk een glazenwassersbedrijfje, Alfons’ glazenwasserij. Elf jaar geleden begon hij er al mee. „Voor de luxe, de extra’s.” Maar sinds 2001 is het noodzaak, zonder komt hij niet rond, zegt hij. „Al zes jaar is mijn loon gedaald.” Hij rekent voor. In 2001 zat hij al in het maximum van zijn schaal en kreeg inclusief toeslagen, 4.400 gulden. Sinds 2003 ontvangt hij 1.850 euro. „Dat is een verlies van bijna 150 euro. En al vier jaar krijgen we er niks bij, geen inflatiecorrectie.”

Door zijn onregelmatige diensten heeft hij bijna elke week wel een vrije dag. Dan lapt hij ramen. Nieuwe klanten neemt hij al jaren niet meer aan. „Ik zit helemaal vol.” Of zijn klanten weten dat hij het nodig heeft? Dat interesseert ze helemaal niet, meent hij. „Ze kijken gewoon of het goed en snel gebeurt en er geen strepen op de ramen zitten.”

Af en toe doet hij ook nog wat tuinklusjes bij mensen in de straat. Blijkbaar sta ik bekend als de klusjesman, zegt hij. Van Toledo is blij dat zijn twee kinderen niet meer op de middelbare school zitten. Dan was het „echt dramatisch”geweest.

Hij heeft het liever niet over zijn salaris en zijn moeilijkheden. Maar hij is nu zo kwaad op „die bekakte regenten” in Den Haag, dat hij het toch doet. „Die lui denken nog steeds dat we maandelijks met 3.000 euro netto thuis komen.” Als ze niet oppassen, zegt hij, vinden ze straks geen nieuwe agenten meer. „Al trappen sommige jongeren er nog in, omdat het startsalaris wel wat lijkt.”