‘Afghanistan toont hoe het met de NAVO gesteld is’

De NAVO beschikt over twee miljoen militairen, maar kan in Afghanistan met moeite 35.000 man in het veld brengen. Vijf oud-generaals bepleiten versterking van de alliantie.

Of de wereld van nu onveiliger is dan in ‘hun' tijd, de tijd van de Koude Oorlog? De twee ex-generaals in de VIP-ruimte van Schiphol, de Nederlander Henk van den Breemen (66) en de Duitser Klaus Naumann (68), kijken elkaar aan. „Het is veel minder stabiel geworden”, zegt Naumann. „In de Koude Oorlog was er een zekere voorspelbaarheid. Nu is de deksel van de ketel en heerst er onvoorspelbaarheid. Had bijvoorbeeld iemand begin dit jaar een crisis in Kenia voorspeld?”

Naumann is oud chef-staf van het Duitse leger. Van den Breemen was tot halverwege 1998 Chef Defensiestaf in Nederland. Samen met drie andere afgezwaaide topmilitairen (Amerikaan John Shalikashvili, de Brit Lord Inge en de Fransman Jacques Lanxade) schreven zij een alarmerend rapport uitmondend in een dringend appèl aan de westerse landen om de Transatlantische samenwerking een nieuwe impuls te geven. Towards a Grand Strategy for an Uncertain World, heet hun geschrift dat op het internet al is bestempeld als neoconservatief pamflet.

Nauwere samenwerking aan beide kanten van de oceaan op militair gebied, maar ook anderszins is dringend nodig, aldus de vijf ex-militairen, omdat er een „grote wanverhouding” bestaat tussen de gevaren die de samenleving bedreigen en de nationale en internationale mogelijkheden hierop te reageren.

Voor de opstellers van het rapport is het vijf voor twaalf. Er is eigenlijk geen minuut meer te verliezen. In Afghanistan staat de geloofwaardigheid van de NAVO op het spel, het verschijnsel van de asymmetrische oorlogsvoering rukt op, er is sprake van toenemend fanatisme.

„Het is misschien een beetje provocerend opgeschreven. Maar je moet ook werken aan publieke bewustwording en vertellen wat er aan de hand is”, zegt Van den Breemen. „De oorlog in Afghanistan laat zien hoe het op dit moment met de NAVO is gesteld. Het bondgenootschap beschikt over twee miljoen militairen, maar het blijkt daar heel moeilijk om 35.000 man in het veld te brengen.”

Naumann vult aan: „Het zijn de zelf opgelegde beperkingen van de lidstaten, die de NAVO weerhouden van succes. Opperbevelhebber McNeill kan in Afghanistan hooguit 5.000 man vrij bewegen. Alle nationale voorbehouden, de zogeheten caveats, moeten worden opgegeven.” Bovendien zouden de landen elkaar meer assistentie moeten geven. Naumann: „Het kan niet langer dat binnen de NAVO zes tot zeven maanden wordt gesproken over de inzet van vijf extra helikopters, terwijl we er over zo’n duizend beschikken.”

U moet wel teleurgesteld zijn over de wijze waarop de operatie in Afghanistan verloopt?

Naumann: „Nee. Wij hebben geen verantwoordelijkheid. De lidstaten, die zouden gefrustreerd moeten zijn. Met hun belastinggeld wordt deze operatie niet zo doelmatig uitgevoerd als mogelijk is.”

Van den Breemen: „Meer kracht op de grond. Daar gaat het om.”

Afghanistan wordt alom als een testcase voor de NAVO beschouwd.

Naumann: „Afghanistan is een goed voorbeeld van een actie waartoe op politiek niveau is besloten, zonder dat deze in al zijn consequenties is doordacht. We besloten, laat ik het zo netjes mogelijk zeggen, de Afghanen uit te nodigen een Westminster democratie van de eenentwintigste eeuw te introduceren in een tribale samenleving die nog leeft in de zestiende eeuw. Dit strategische doel van ons weerspiegelt niet de wens van de Afghaanse bevolking, dus moeten we het misschien herzien.

„Het is heel eenvoudig om het eens te worden over een stabilisatiemissie. Stabilisatie klinkt prachtig en vreedzaam. Maar als er opstandelingen zijn, zul je ze moeten verslaan om de stabilisatie te bewerkstelligen. Het is een misvatting te zeggen, zoals sommige politici doen, dat we daar zijn als bewapende ontwikkelingswerkers. Je moet eerst een veilige omgeving creëren, daarna kun je pas aan opbouw werken. De Nederlanders in het zuiden doen dat trouwens op een goede manier.”

Van militaire zijde is toch altijd gezegd dat men het aankon?

Naumann: „De militairen hebben destijds gezegd dat ze de Talibaan konden uitschakelen. Maar door de ontevredenheid onder de bevolking is de Talibaan opnieuw opgestaan en nu moet de NAVO ze opnieuw verslaan. Wat ontbreekt is een gezamenlijke aanpak om iets te doen aan de ontevredenheid.”

Van den Breemen: „Zo’n operatie moet worden gestart met een duidelijk politiek doel. Dat geldt voor elke crisis. Militair optreden is in zo’n proces pas de laatste fase. Het interessante van ons rapport is dat wij als militairen zeggen dat je veel niet-militaire middelen nodig hebt. Dat geldt ook voor Afghanistan. Meteen was duidelijk dat daar veel niet-militaire middelen nodig waren. Daarbij komt nog dat dit soort conflicten meestal veel langer duurt dan voorzien. Het vereist uithoudingsvermogen, ook van politieke leiders.”

U stelt een sterk Transatlantisch samenwerkingsverband voor om een asymmetrische oorlog te kunnen voeren. Is dat niet tegenstrijdig?

Naumann: „Wij zeggen dat geen land het alleen af kan en dat het dan ook het beste is om internationale organisaties in te zetten als onze gemeenschappelijke belangen worden bedreigd.”

U sluit het als eerste inzetten van kernwapens in een hoogoplopend conflict niet uit.

Van den Breemen: „Dat was ook het principe van de NAVO in de Koude Oorlog. Maar we spreken hier over het ultieme middel om erger te voorkomen. We benadrukken juist de proportionaliteit. Schade moet zoveel mogelijk beperkt worden, om de hearts and minds te winnen.”

Naumann: „Critici die zeggen dat wij preventieve aanvallen bepleiten, hebben ons stuk niet gelezen. Militaire macht moet juist beperkt en legaal zijn.”