Yahoo doet veel, maar blinkt nergens in uit

Met het vijandige bod op Yahoo wil Microsoft zich vooral wapenen tegen Google.

Door de overname zou een ‘duopolie’ voor zoekmachines kunnen ontstaan .

Zo dun als pindakaas op een boterham: zó spreidt Yahoo zijn zaken op internet. Gebruikers kunnen zoeken, e-mailen, chatten, nieuws lezen, foto’s beheren, video’s bekijken en nog veel meer, maar het concern blinkt nergens in uit.

De kritiek in de uitgelekte memo van november 2006 loog er niet om. Brad Garlinghouse, een topmanager bij Yahoo, schreef ruim een jaar geleden dat te veel bureaucratie en gebrek aan innovatie het bedrijf ernstig parten spelen. „Ik haat pindakaas. En dat zou iedereen hier moeten doen”, schreef Garlinghouse.

Steve Ballmer ziet dat anders. De bestuursvoorzitter van Microsoft aast al enige tijd op Yahoo. Vrijdag maakte hij een vijandig bod op het bedrijf bekend van 44,6 miljard dollar (30,1 miljard euro). Microsoft noemde het nergens heel concreet, maar de overname moet het grootste softwarebedrijf van de wereld vooral wapenen tegen Google. Met de techniek van Microsoft en het publiek van Yahoo.

De portal Yahoo.com trekt 180 miljoen unieke bezoekers per maand; 50 miljoen mensen gebruiken maandelijks diensten van Yahoo. Denk aan de index van websites, maar ook aan de zoekmachine, webmail, fotodienst Flickr en bookmarksysteem Delicious. Yahoo mag in Nederland niet zo bekend zijn – in de VS, China en Japan is het bedrijf zeer populair.

Opvallend is het verschil in tijd die gebruikers doorbrengen op sites van Yahoo, Google en Microsoft. Volgens onderzoeksbureau Nielsen waren gebruikers in december gemiddeld meer dan drie uur per week actief op sites van Yahoo; Google komt niet verder dan een klein half uur, MSN van Microsoft circa drie kwartier.

Het probleem van Yahoo is dat het niet goed in staat blijkt om dit bezoek te verzilveren. Google domineert de lucratieve markt voor tekstadvertenties op het web. De vertraagde introductie van Yahoos nieuwe advertentiesysteem Panama maakt de achterstand alleen maar groter. Yahoo stond stil, terwijl de rest van internet volwassen werd, zei een analist.

Dat geldt bijvoorbeeld voor een immens populaire dienst als sociale netwerken. Yahoo probeerde met Yahoo 360 de strijd aan te gaan met MySpace en Facebook, maar voorlopig zonder succes. Dat geldt trouwens ook voor Orkut van Google.

Fundamenteler is het feit dat Yahoo niet is meegegroeid met de manier waarop mensen tegenwoordig informatie zoeken op het web. Tien jaar geleden – toen gebruikers nog niet zo bekend waren met internet – was de index populair, een Gouden Gids voor het web. Yahoo en in Nederland Startpagina.nl wezen op de belangrijkste sites in allerlei genres. Tegenwoordig nemen steeds minder mensen de tijd om rustig te browsen door lijstjes met sites. Wie iets wil vinden, zoekt. En meestal gebeurt dat met Google.

Adverteerders en mediabureaus juichten het afgelopen weekend de geplande overname van Yahoo toe. Eindelijk concurrentie ten opzichte van Google, zo is de gedachte. De nieuwe combinatie heeft naar schatting een marktaandeel van ruim 22 procent. Ter vergelijking: Google zit op bijna 29 procent.

Google zelf zei zondag dat het bod van Microsoft „moeilijke vragen opwerpt”. „Het gaat om meer dan een simpele financiële transactie. Het gaat erom het onderliggende principe van internet veilig te stellen: het principe van openheid en innovatie”, zei David Drummond, een van de advocaten van Google.

Het gevaar bestaat dat het (bijna) monopolie van Google – zowel bij tekstadvertenties als in het zoeken op internet – wordt vervangen door een ‘duopolie’. Twee grote partijen beheersen dan het web: wie niet gevonden wordt door een van beide zoekmachines bestaat simpelweg niet in de ogen van miljoenen webgebruikers.

Zo ver is het nog niet. Eerst moet het bestuur van Yahoo zich nog definitief uitspreken over het bod van Microsoft. De kwalificatie „vijandig” van zaterdag geeft al enigszins aan welke kant het opgaat. Vervolgens moeten de mededingingsautoriteiten in de VS en Europa groen licht geven. Brussel houdt niet zo van Amerikaanse giganten die gulzig een broodje pindakaas verorberen.