We zijn onwetend over ‘wat ze van je weten’

Onze samenleving screent en scant en slaat gegevens op. Hoe kwetsbaar maakt ons dat? Dat vroegen 950 bezoekers zich zaterdag af bij Het Glazen Lichaam

Annelies van 46 – „ja, mijn achternaam krijg je niet, dan weet iedereen dat we hier geweest zijn” – heeft wel een voorbeeld. Ze staat met een drankje in de hoge hal van het World Trade Center in Rotterdam. Achter haar zijn mensen in witte labjassen in de weer met pipetten en reageerbuisjes. „Ik had mijn keukenraam niet goed gewassen. Toen stond er opeens een maatschappelijk werker van de woningbouwvereniging op de stoep. Vieze ramen duidden op ‘slecht burgervaderschap’. En of het wel goed ging, want ‘er gingen vaak probleemsituaties schuil achter vuile ramen’.” Annelies begrijpt de woningbouwvereniging wel. Maar ze vond het te opdringerig.

Haar metgezel Bernard (53) wil ook zijn volledige naam niet geven. Alhoewel, realiseren ze zich, hun voornaamcombinatie is wel met Google te vinden. Bij hun vakantiefoto’s. Bernard werd ooit twee uur lang intensief ondervraagd over een fax in zijn koffer op de luchthaven in Tel Aviv. Dat de fax ging over transacties met militaire instanties in Israël maakte de vragensessie wel begrijpelijk. „Maar het was toch vervelend.”

De bezoekers van het technologiefestival Het Glazen Lichaam, ‘over de zichtbaarheid en kwetsbaarheid van de mens in een moderne wetenschappelijke samenleving’, hebben even tijd nodig om op een eigen privacy-verhaal te komen. Geneeskundestudent Arnout Steutel (26) weet niet zo gauw iets. Misschien dat medische gegevens wel erg makkelijk toegankelijk zijn. Basisarts Kirsten van Berkel (29) vertelt dat iemand van Nuon bij haar aan de deur stond. „Die zei: u zit nu bij Eneco, wilt u overstappen naar Nuon? Daar ergerde ik me aan.”

De vraag wat mensen bang maakt, blijkt stukken makkelijker te beantwoorden. Registratie van koopgedrag, bijvoorbeeld. Onwetendheid over wát bedrijven en instanties precies van je weten, en dat onbekenden toegang hebben tot alles wat je op je computer of op internet zet. Van Berkel: „Je moet er maar blindelings op vertrouwen dat het veilig is.”

Het Rathenau-instituut organiseerde afgelopen zaterdag met NRC Handelsblad technologiefestival Het Glazen Lichaam, dat met 950 bezoekers was uitverkocht. In dertien sessies discussieerden politici, schrijvers, wetenschappers en bezoekers over uiteenlopende vragen. Zoals: wat zijn de gevolgen voor het strafrecht van DNA-analyse? Wetenschapsfilosoof Hans Harbers: „Verjaringstermijnen worden opgerekt omdat DNA-tests nieuw bewijsmateriaal geven. Maar achter verjaringstermijnen zit ook de gedachte van vergeven en vergeten.”

Of: moeten vingerafdrukken op paspoorten centraal worden opgeslagen? D66-Kamerlid Alexander Pechtold, onder wie dat besluit is genomen: „Ik vond dat te rechtvaardigen. In de EU zoeken we dadergericht naar gegevens, we zeven niet eindeloos door databanken tot we een verdachte hebben.”

En: weegt het nut van camerabewaking op tegen de aantasting van privacy? VVD-Kamerlid Fred Teeven: „Wie niks verkeerd doet, heeft niks te vrezen.” Bezoeker: „Waarom hangen we dan geen camera’s met internetverbinding op in de controlekamers van de politie?”

Voor veel bezoekers zal de avond, opgeluisterd met poëzie, theater, muziek en experimenten, een oefening zijn geweest in toekomstspeculaties: ‘Wat als ze straks alles van me weten?’ Dat er ook actuele gevolgen zijn van scan-technieken en gegevensopslag werd pijnlijk duidelijk in de sessie ‘migratietechnologie’. Asieladvocaat Pieter Bogaers haalde twee schrijnende asielzaken aan waaruit zou blijken dat botanalyse om te bewijzen dat iemand zo oud is als hij zegt, en spraakanalyse om te bewijzen dat iemand uit het opgegeven taalgebied komt, geen betrouwbare methodes zijn.

De zaal werd boos toen de spreker wegens tijdgebrek moest stoppen. In gebroken Nederlands riep een bezoeker: „Dit is belangrijk! Deze meneer moet doorgaan.”