Vogels kennen ook Oost en West

Rietzangers kunnen niet alleen de breedtegraad inschatten waarop zij zich bevinden, maar ook de lengtegraad. Dat hebben Russische en Duitse biologen proefondervindelijk vastgesteld bij de zangvogeltjes. Hoe ze het presteren, blijft nog een raadsel, schrijft het team van Henrik Mouritsen van de universiteit van Oldenburg in het vakblad Current Biology.

Dat trekvogels besef hebben van hun positie in noord-zuidrichting staat allang vast. Nachtelijke migranten zoals de rietzangers (Acrocephalus scirpaceus) oriënteren zich op de sterrenhemel of op het aardmagnetisch veld.

Het team van Mouritsen ving wilde rietzangers tijdens hun voorjaarstrek nabij Kaliningrad aan de de Oostzee. Per vliegtuig brachten zij de vogels ruim duizend kilometer naar het oosten, naar Zvenigorod nabij Moskou.

De vogels lieten zich niet van de wijs brengen en pasten bij vrijlating hun koers aan. Ze vlogen dus niet noordoostelijk , maar bogen grotendeels naar het noordwesten om toch hun broedgebieden in Zuid-Finland te bereiken.

Dat bewijst volgens het team dat de vogels hun lengtegraad kennen. Ze herhaalden het experiment nog tweemaal, met hetzelfde resultaat. Misschien gebruiken de vogels hun biologische klok of subtiliteiten in het aardmagnetisch veld, opperen ze.