V-raad VN: steun leider van Tsjaad

De Veiligheidsraad van de VN heeft gisteren in een niet-bindende resolutie alle lidstaten van de VN opgeroepen de Tsjadische regering van president Idriss Déby te steunen. Daarmee maakt de raad de weg vrij voor internationale hulp aan de tienduizenden inwoners van de Tsjadische hoofdstad N’Djamena die de afgelopen dagen voor het geweld in de stad op de vlucht zijn geslagen. De regering van Tsjaad had dringend om hulp gevraagd.

Frankrijk, dat troepen in Tsjaad heeft, heeft gezegd neutraal te blijven in de strijd tussen het Tsjadische leger en rebellen die Déby willen verdrijven. Gisteren evenwel leek president Nicholas Sarkozy het Franse standpunt te verharden. Hij zei dat Frankrijk „directer tussenbeide kan komen” als het de steun van de VN zou hebben.

In N’Djamena heerste vanochtend een gespannen rust. De rebellen hebben zich zondag teruggetrokken aan de rand van de hoofdstad. Volgens de regering zijn ze verslagen, maar zelf spreken ze van een tactische terugtocht en wachten ze op nieuwe versterkingen. Een rebellenleider, Timan Erdimi, zei gisteren dat de aanval op N’Djamena wordt hervat zodra die zijn aangekomen. Overigens aanvaardden de rebellen vandaag „in principe” een onmiddellijk bestand. Ze beschuldigden de Fransen ervan wel degelijk militair actief te zijn geweest en verantwoordelijk te zijn voor „een enorm aanstal slachtoffers”.

Talrijke inwoners van N’Djamena zijn de stad ontvlucht, de meesten naar buurland Kameroen. Op straat zijn slechts patrouillerende soldaten te zien, die „schieten op alles wat beweegt”, zo zei gisteren een inwoner. Veel huizen en winkels en de lokale markt zijn de afgelopen dagen geplunderd. Het Tsjadische Rode Kruis wil vandaag beginnen met het weghalen van de talrijke lijken die nog op straat liggen. Inmiddels zijn bijna duizend buitenlanders uit Tsjaad geëvacueerd; ruim tweehonderd anderen wachten nog op evacuatie. (AFP)