Uithuilen bij ‘de denker’

Guillaume Elmont raakt niet uit evenwicht door een blessure in de aanloop naar de Olympische Spelen. Hij hielp collega’s bij hun dillema’s als topsporter.

Guillaume Elmont keek er wel even vreemd van op toen voor het eerst een stugge, zware kerel in judopak tegenover hem in tranen uitbarstte. En hij was niet de enige die gebroken zijn verhaal zou doen bij de judoka die zelf zo introvert is. Vechtsporters en atleten wendden zich met de geestelijke knelpunten in hun bestaan als topsporter tot de afgestudeerd psycholoog. Elmont bood de hulp die hij zelf niet nodig heeft richting de Olympische Spelen in Peking. Net zo min als hij gediend is van geschreeuw van coaches, tegenstanders als vrienden en vooral publieke optredens.

„Als ik met de sporters praatte, leek het soms wel een psychologische sessie. Ik kreeg er alleen niet voor betaald”, vertelt Elmont (26) in zijn woning in Haarlem. Het verbaast hem niet dat collega’s knakten in zijn bijzijn. „Ze weten dat ik met ze kan meeleven omdat ik ook topsporter ben. Met een andere psycholoog moet je maar net een klik hebben, willen je diepe emoties naar buiten komen. Ik kan me voorstellen hoe het is keihard te trainen, intussen te studeren, geen inkomen te hebben en toch tegen de subtop te blijven aanhikken.”

De ‘denker’ onder de judoka’s, die geldt als trots en eigenzinnig, bood vooral een luisterend oor maar reikte ook psychologische trucs aan. Elmont: „Vaak kwamen ze gewoon terug voor een bedankje, omdat de frustraties uit hun systeem waren. Maar één jongen zei dat hij echt het gevoel had dat hij opnieuw kon beginnen. Hij wilde stoppen met judo, maar gaat nu door omdat hij goed wil terugkijken op zijn carrière. Dat heeft er toch toe geleid dat ik nadenk over een toekomst als sportpsycholoog, voor na de Olympische Spelen van 2012. Ik heb het gevoel dat ik daar langzaam naartoe groei.”

In tegenstelling tot bijna de volledige nationale judotop, heeft Elmont nooit mentale begeleiding gezocht. „Bij mijn opleiding heb ik technieken voor concentratie en ontspanning meegekregen. Die pas ik onbewust toe en daar heb ik genoeg aan. Ik heb nooit de behoefte gehad met een sportpsycholoog te praten. Dat is ook een kwestie van ervaring en weten op welke psychologische gebieden je niet sterk bent.”

Elmont kreeg zijn eigen zwakte op pijnlijke wijze op een presenteerblaadje bij de Olympische Spelen van 2004 in Athene, waar hij in de eerste ronde werd „weggesmeten” van de tatami. „Het leek alsof ik alleen de witte band nog maar had, zo hoog was de piek van mijn tegenstanders. Dat kan niet, dacht ik. Tot die tijd trainde ik om goed genoeg te zijn voor een medaille. Als ik die bij een wereldbekerwedstrijd had gehaald vond ik het wel best. Na de Zomerspelen ging de mentale knop om. Nu train ik tot het uiterste om de beste te zijn.”

De gewijzigde instelling van Elmont werd een seizoen later al beloond. In de chaos van Caïro werd de compacte judoka van Surinaamse afkomst wereldkampioen. De daarop volgende aandacht van de buitenwereld ervaarde de op de tatami drukbestendige Elmont als te hevig. Nu laat hij zakelijke verzoeken beoordelen door het sportmarketingbureau van judowereldkampioen Ruben Houkes en oud-judoka Ziggy Tabacznik. „Er ging een wereld open die ik niet kende. Nu worden me de aanvragen voorgelegd en kies ik zelf de beste uit. Ik zeg vaker ‘nee’ dan ‘ja’. Laatst werd ik op het laatste moment gebeld om mee te doen met Lingo. Dat hoeft van mij dus niet.”

Belangstelling van publiek en pers, voor Elmont voelt het soms als noodzakelijk kwaad. „Ik judo en dan vind ik het best. Mijn prestaties brengen media-aandacht met zich mee en dat is af en toe leuk. Maar ik wil het niet opzoeken en niet overal opdraven. Dat hoort niet bij mij. Ik vind het niet fijn, dat zit nu eenmaal in mijn karakter. Ik houd van rust en gezelligheid met vrienden. Tien keer op televisie komen is voor mij niet belangrijk en ik vind het ook niet interessant. Het gaat altijd over judo, terwijl ik ook zoveel andere dingen doe.”

Elmont is de gezichtsbepalende kracht van het allochtonenproject van de judobond, Urban Judo. Ook is hij ambassadeur van het Jeugdsportfonds. „Ik vind het gewoon belangrijk dat kinderen meer sporten, allochtoon en autochtoon. Anders missen ze een stukje opvoeding. Toen ik op de basisschool zat was gymnastiek het leukste vak. Nu zit het bij sommige scholen niet eens meer in het pakket. Raar, want op het nieuws hoor je veel over overgewicht bij Nederlanders. Ik help graag, want ik merk dat kinderen iets aannemen van een wereldkampioen.”

Ook de concurrentie heeft merkbaar gereageerd op de wereldtitel in Caïro. Elmont: „Je merkt dat jongens op leven en dood tegen mij judoën. En als ze mij dan hebben uitgeschakeld gaat het mis tegen een of andere kneus. Ze denken dat ze wereldkampioen zijn als ze de wereldkampioen verslaan, maar zo werkt het gelukkig niet. Ik heb geen vrienden in mijn gewichtsklasse. Dat vind ik logisch. Het is geen hardlopen. Je vecht één tegen één en je tegenstander doet je pijn wanneer hij kan. Daar kan ik geen vrienden mee zijn.”

De aanhoudende aanslag die een judoka op zijn lichaam pleegt resulteerde bij Elmont vorig jaar in een nekblessure, in januari gevolgd door een knieblessure. Hij mist er de komende wereldbekerwedstrijden door, maar maakt zich geen zorgen over plaatsing voor de Olympische Spelen. Elmont wil het startbewijs veiligstellen in april, bij de EK in Lissabon, of bij een van de volgende wereldbekerwedstrijden.

Elmont heeft geleerd van de voorbereiding op de Olympische Spelen van 2004. „Ik doe dit keer niks anders dan normaal. In de aanloop naar Athene moest ik opeens andere voeding en aangepaste krachttraining en kreeg ik bloedcontroles en tests voor mijn fysieke spanning. Dat heeft mijn ritme verstoord. Nu houd ik me bij mijn normale periodisering. Ik ga ook niet langer dan anderhalve week van tevoren naar China, want anders ga ik me in het olympische dorp vervelen.”

Concentratie is vaker een probleem geweest voor Elmont, die nog steeds wel eens gewoon geen zin heeft in een training. „Als ik mezelf vergelijk met m’n broertje Dex of Ruben Houkes ben ik lui. Dat geef ik gewoon eerlijk toe. Maar er komt nu verandering in, hoor. Ik heb ook wel gezien dat het niet zo goed gaat. Blessures die je oploopt, hebben ook te maken met ritme en concentratie.”

Bekend is het beeld van Elmont met een grote hoofdtelefoon over zijn oren, vlak voor een wedstrijd. „Ik heb geen coaches nodig die op me inpraten. Ik heb ook bedankt voor het geschreeuw van Cor van der Geest [trainer bij judoschool Kenamju, red.], die netjes vraagt of je dat wilt. Bondscoach Maarten Arens coacht heel informatief. Dat pik ik beter op dan geschreeuw, dat voor mij opgaat in de geluiden van het publiek. Vooraf sluit ik mezelf af met muziek. Dan komt de beweging in mijn lichaam en het goede gevoel. Op de wedstrijddag luister ik voortdurend hetzelfde liedje. Zo’n nummer kom ik bij toeval tegen. De stijl maakt niet uit. Als de beat me maar aanspreekt en het liedje een kick geeft is het geschikt.”

In Peking zal Elmont worden vergezeld door broer Dex, die nog geen internationaal titeltoernooi won maar leidt in de olympische ranking. De broers werden anderhalf jaar geleden groots onthaald in Suriname bij afsluiting van een project van de judobond. „Hier krijg je een lintje, daar een gouden munt. Er lijkt in Suriname wat meer respect te zijn voor sporters. In Nederland willen we geen helden. Het is leuk als iemand het goed doet, maar verliezen mag niet en als hij het te goed doet zijn we bang dat hij naast zijn schoenen gaat lopen. Dat is in Suriname heel anders, daar blijven ze je steunen.”

Of het bij olympisch succes van de broers tot een nieuw onthaal in Suriname komt, weet Elmont niet. „Ik had een iets hogere muntwaarde dan m’n broertje, dus er zijn wel gradaties. Maar dat is niet het doel, hoor. Een gouden muntje van de Spelen, daar gaat het om.”