Recordgroei werkloosheid Spanje door bouwcrisis

De crisis in de Spaanse bouw grijpt verder om zich heen. In januari bereikte de werkloosheidsgroei het hoogste peil sinds het verdwijnen van de dictatuur.

De werkloosheid in Spanje heeft de grootste stijging op maandbasis ondergaan sinds het verdwijnen van de dictatuur halverwege de jaren zeventig van de vorige eeuw. In januari kwamen er ruim 132.000 geregistreerde werklozen bij. De hardste klappen vielen in de sector van de bouw, makelaarskantoren en aan het onroerend goed gerelateerde dienstverlening.

De laatste cijfers, die bekend zijn geworden terwijl de campagne voor de landelijke verkiezingen van 9 maart op stoom komen, zijn een slag in het gezicht voor de zittende socialistische regering van premier Zapatero. Weliswaar lagen de werkloosheidscijfers volgens de enquête onder de beroepsbevolking (statistische het meest betrouwbare cijfer) eind vorig jaar op 8,6 procent, een voor Spanje zeer laag niveau. Maar de mooie economische resultaten van de lopende regeerperiode dreigen ineen te storten door een reeks van nieuwe data die wijzen op een sterke daling van de groei. Als belangrijkste oorzaak wordt hierbij de plotselinge stilstand van de overspannen bouwactiviteiten in Spanje gezien.

„Dit is een zeer slecht cijfer, dat zal ik niet verhullen”, zo verklaarde minister van werkgelegenheid Jesús Caldera over de laatste werkloosheidscijfers. Van regeringswege werd benadrukt dat het werkloosheidcijfer verhoudingsgewijs nog altijd aanzienlijk lager ligt dat toen de socialisten vier jaar geleden aan de macht kwamen. Van de zijde van de conservatieve oppositie werden de data echter benut voor een frontale aanval op de regering. Lijsttrekker Mariano Rajoy sprak van een ‘drama’ en beschuldigde de regering ervan geen aandacht te hebben besteed aan de economische politiek.

De slechte ontwikkeling van de werkgelegenheid staat niet los van andere economische cijfers die wijzen op een plotselinge afremming van de vrijwel permanente economische groei die de afgelopen vijftien jaar in Spanje heerste. Het voor seizoensinvloeden gecorrigeerde cijfer voor de industriële productie daalde in december 2,4 procent. Deze daling wordt vooral verklaard uit de geringere consumptie in de maand december 2007.

Daar komt bij dat Spanje kampt met een inflatie die de hoogste is van de eurozone. Vooral levensmiddelen en dagelijkse consumptiegoederen en diensten stijgen daarbij fors in prijs, zo blijkt uit een gisteren gepubliceerde studie van de spaarbank La Caixa. Kampioen is de melk, met 31 procent over het afgelopen jaar. Bezine en diesel stegen met 16 procent en brood met 14 procent. De gemiddelde inflatie was 4,2 procent.

Volgens de studie van de bank dragen de prijsstijgingen van de alledaagse producten, gezamenlijk met de berichten van de stijgende werkloosheid en de problemen op de internationale financiële markten bij aan een algemeen gevoel dat Spanje afstuurt op een economische crisis. Afgezien van de effecten op een verder daling van de consumptie waarschuwen de onderzoekers die het rapport hebben gemaakt voor een opwaartse druk in de inflatie als de zorgen om de prijsstijgingen zich gaat vertalen in het verhogen van de salarissen.