Nu de hoofddoek terug in Turkije, wat daarna?

Seculier Turkije lijkt weinig te kunnen doen tegen de terugkeer van de hoofddoek.

Velen vrezen dat ook scholen en reclame-uitingen religieuzer worden.

Met een strijdlustige blik in de ogen zit Gürsel Tekin achter zijn bureau. „Natuurlijk gaan we strijden tegen opheffing van het verbod op de hoofddoek”, zegt de voorzitter van de afdeling Istanbul van de streng seculiere CHP-partij. „Eerst kaarten we de zaak aan bij het Constitutionele Hof. Als daar niets uitkomt gaan we naar het volk. Het Turkse volk gelooft in het secularisme en zal opheffing niet zomaar accepteren.”

Het zijn strijdlustige woorden, maar buiten de CHP zullen weinig Turken ze serieus nemen. Niemand lijkt immers nog de rentree van de hoofddoek binnen de universiteiten in de weg te kunnen staan. Ruim een week sinds de AK-partij van premier Erdogan en de nationalistische MHP-partij een akkoord bereikten over de opheffing van het verbod, werden de amendementen op de grondwet al in de Constitutionele Commissie aangenomen. Het lijkt een kwestie van dagen voor de behandeling wordt afgerond. En dan is een van de pijlers van het Turkse secularisme, het verbod op de hoofddoek in de universiteiten, weggevallen.

Vooralsnog heeft het seculiere kamp weinig tot geen tegengas kunnen geven. Aan tegenargumenten ontbreekt het niet. „Als je de hoofddoek binnen de universiteit toelaat, waar ligt dan het eindpunt?”, zegt Tekin. „Een studente rechten die met de hoofddoek op studeert, zal die niet afzetten als ze later openbaar aanklager of rechter wordt. Krijgen we straks rechters met een hoofddoek om?” Maar er is geen effectieve oppositie tegen opheffing van het verbod.

Misschien de opvallendste reactie kwam van het leger, de waakhond van de seculiere orde in Turkije. In 1997 dwong de strijdmacht Necmettin Erbakan, de nestor van de Turkse politieke islam, om af te treden omdat hij te ‘fundamentalistisch’ zou worden. Maar Erbakan overwoog toen allerminst om het verbod op de hoofddoek af te schaffen zoals premier Erdogan nu wil. Als hij dát had gewild waren ongetwijfeld direct tanks in de straten van Istanbul en Ankara verschenen. Nu is er geen harde taal, geen dreiging met een staatsgreep. „Iedereen in Turkije weet hoe het leger over deze kwestie denkt”, zei de chef-staf van de strijdkrachten, generaal Büyükanit, en zweeg vervolgens.

Vorig jaar waren er verkiezingen in Turkije en daarbij leed het seculiere kamp een zware nederlaag. Het leger gaf een vrij onomwonden stemadvies niet op de AKP te stemmen maar bijna de helft van de Turken deed dat toch. Het seculiere kamp zag zijn rol voorlopig uitgespeeld en belandde in een diepe depressie. De AKP verkeert sinds de verkiezingen in een gelukzalige roes en weet dat zij het de komende jaren in Turkije voor het zeggen heeft.

De kwestie van de hoofddoek laat zien hoe de sfeer in Turkije is veranderd. Tijdens zijn eerste regeerperiode (2002-2007) onderstreepte Erdogan steeds dat de tijd voor opheffing nog niet rijp was. Nu is er van die voorzichtige toon van toen weinig meer terug te vinden bij de premier. Zo liet hij fijntjes weten, toen de streng seculiere rectoren van Turkse universiteiten zeiden dat opheffing van het verbod tot een chaos zou leiden, dat hun reactie maar een „reflex” was die niet serieus genomen hoefde te worden. Als iemand het seculiere kamp probeert te verzoenen met opheffing van het verbod is het niet Erdogan maar MHP-leider Devlet Bahçeli. Deze zegt steeds dat de ‘gewone’ hoofddoek nu kan maar dat geheel gezichtsverhullende kledingstukken zoals de burqa absoluut verboden zullen blijven. „Niemand zal hoofddoeken als politieke verklaring tegen de staat kunnen gebruiken”, aldus Bahçeli.

Maar eindigt de triomf van de AKP met de hoofddoek of staat er nog meer op stapel? Voorzitter Tekin van de CHP is er niet gerust op. „De AKP benoemt nu overal haar mannetjes, bijvoorbeeld op het ministerie van Onderwijs. Dat is fase een. Fase twee is dat ze schoolboeken gaan herschrijven.” Geheel onbegrijpelijk is de angst van Tekin niet. In het Turkse politieke systeem is het gebruikelijk dat de regerende partij overal medestanders probeert te benoemen op hoge posten. Tot vorig jaar hield de streng seculiere president Sezer benoemingen van in zijn ogen al te gelovige kandidaten tegen. Maar nu is Abdullah Gül president en die komt ook uit de AKP: niemand kan daarom de toetreding van zeer gelovige Turken tot het kader van de Republiek nog stoppen.

Wat dat voor Turkije betekent is duidelijk: het land zal geloviger worden. „Erdogan zegt dat Turkije geen ‘onfatsoenlijke’ dingen van Europa hoeft over te nemen”, zegt Tekin. „Maar wat is nu onfatsoenlijk? In Iran kun je een tijdelijk huwelijk sluiten [om seks te legitimeren, red.]. Dat vind ik pas onfatsoenlijk.” De komende tijd zal duidelijk worden in hoeverre de AK-partij Turkije wil bijsturen. Zo krijgt de mediawaakhond RTük binnenkort nieuwe regels. Wellicht dat reclames waarin wordt gezinspeeld op de seksualiteit van vrouwen verboden zullen worden.

Ook Tekin denkt niet dat Turkije ooit een Iran zal worden. Hij gebruikt steeds de term ‘gaan lijken op’ en niet ‘worden’. Maar vast staat wel dat Turkije een ander land is geworden waar streng seculiere Turken, die altijd de macht hadden, zich een minderheid voelen.

Hoezeer Turkije is veranderd, blijkt wel uit de complimenten die de AKP opeens uit onverwachte hoek krijgt. Zo liet modeontwerper Cemil Ipekci, zelfverklaarde „conservatieve homo”, weten dat hij geen modeshow zal organiseren tot het verbod op de hoofddoek is afgeschaft. Als hij een vrouw was, zou hij een hoofddoek dragen, zei hij. „Hij wil contracten van de staat, vandaar dat hij zo bij de AKP slijmt”, aldus een seculiere homo in Istanbul. Zoals Ipekci zijn er veel meer Turken die nu de AKP ‘ontdekken’. De reden is duidelijk: de veranderingen in Turkije gaan veel verder dan de hoofddoek.