Meegluren in het algemeen belang

De bekentenis van Joran van der Sloot werd opgenomen met een verborgen camera. Meer tv-programma’s gebruiken dit middel. Peter R. de Vries werd er al eens voor berispt.

Camera in rookmelder.

Peter R. de Vries wijdde in 1997 een aantal uitzendingen van zijn programma aan Steve Brown. De Vries wilde aantonen dat Brown deel uitmaakte van een criminele organisatie en zette de verborgen camera in. In het kantoor van een vriend van Brown werd een camera geplaatst. Op de beelden zijn gesprekken te zien tussen Brown en die bewuste vriend. Ook liet De Vries zien dat Brown cocaïne snoof.

Steve Brown diende een klacht in bij de Raad voor de Journalistiek en werd in het gelijk gesteld. Slechts in het uiterste geval mag een journalist een verborgen camera inzetten, oordeelde de Raad. Peter R. de Vries had langs andere journalistieke wegen tot dezelfde conclusie kunnen komen.

Huub Evers is als docent media-ethiek verbonden aan de Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg. „Als je kijkt naar de uitspraken van de Raad voor de Journalistiek, dan kun je daaruit afleiden dat er drie voorwaarden zijn waaraan een journalist moet voldoen bij het inzetten van de verborgen camera. Allereerst moeten er gerede vermoedens of verdenkingen bestaan tegen de persoon die je heimelijk wilt filmen; ten tweede moet er een zwaar algemeen belang zijn; ten derde moet de informatie alleen via de verborgen camera te verkrijgen zijn en niet op een andere wijze.”

Bij ‘de val’ die werd gezet voor Joran van der Sloot, lijkt De Vries aan deze voorwaarden te voldoen, concludeert Evers voorzichtig.

Talloze tv-programma’s maken tegenwoordig gebruik van de verborgen camera. Consumentenprogramma’s gebruiken hem om misstanden in bedrijven bloot te leggen. Een programma als Opgelicht toont de handel en wandel van oplichters met verborgen camera’s. En in De smaakpolitie test presentator Rob Geus met een verborgen camera de hygiëne van restaurants.

„De drempel om dit middel te gebruiken wordt lager”, zegt Evers. „Dankzij de techniek is er ook steeds meer mogelijk. Kijk maar hoe geraffineerd de camera’s in de auto van Peter R. de Vries waren weggewerkt. Het is een verleidelijke methode.”

Onderzoeksjournalist Alberto Stegeman vindt dat de verborgen camera te gemakkelijk wordt gebruikt. „Het is een heel zwaar middel. Ik gebruik het alleen voor het blootleggen van criminaliteit, zoals kinderprostitutie, drugshandel of wapenhandel. Alleen dan is het een gelegitimeerde journalistieke manier van werken.”

In zijn SBS-programma Undercover in Nederland ontmaskerde Stegeman een medewerker van justitie die illegaal in wapens handelde. Hij filmde bij de wapenhandelaar thuis, waar Stegeman een mes kocht. De man stapte naar de rechter en die veroordeelde Stegeman in september vorig jaar tot een boete van duizend euro. De rechter vond het maatschappelijk belang van de reportage niet opwegen tegen de schending van de privacy.

Daarbij kwam dat Stegeman volgens de rechter niet altijd even zorgvuldig had gehandeld. Weliswaar was het gezicht van de man onherkenbaar gemaakt, maar op de achtergrond was zijn trouwportret duidelijk zichtbaar. Ook de hond liep kwispelend rond. Stegeman had een primeur, want nooit eerder werd een journalist veroordeeld voor het gebruik van de verborgen camera.

Een ergerlijke zaak, vindt Stegeman, die inmiddels in hoger beroep is gegaan. „Als je al die programma’s ziet waarbij de verborgen camera wordt gebruikt, dan snap ik niet dat uitgerekend bij mij een streep wordt getrokken. Dat lijkt op willekeur.”

Jeroen ten Voorde, docent strafrecht aan de Universiteit van Leiden, snapt wel dat de rechter tot een veroordeling is overgegaan. „Met het zichtbaar in beeld brengen van een trouwfoto stel je niet alleen de verdachte in een kwaad daglicht, maar ook zijn partner.”

Wanneer een burger een andere burger heimelijk filmt, is dat per definitie een onrechtmatige daad, stelt Ten Voorde. „Door Joran van der Sloot op te nemen, pleegt Peter R. de Vries dus een strafbaar feit. Tegelijkertijd hebben journalisten vrij veel speelruimte omdat we in Nederland de persvrijheid nu eenmaal als een groot goed beschouwen. Dus ik denk dat De Vries er mee weg komt. Maar de journalist moet wel zorgvuldig met de privacy omgaan. En er moet een duidelijk maatschappelijk belang zijn.”

De Raad voor de Journalistiek spreekt van ‘zwaarwichtige redenen van algemeen belang’. Alleen dan kan de journalist zijn basishouding – met open vizier informatie vergaren – tijdelijk loslaten.

Voldoet een consumentenprogramma als Radar aan die voorwaarde? Is het een ‘zwaarwichtige reden van algemeen belang’ wanneer een verkoper van televisies zijn klanten opzettelijk verkeerd voorlicht? „In consumentenprogramma’s is het gebruik van verborgen camera’s al tientallen jaren geaccepteerd”, zegt presentator en eindredacteur Antoinette Hertsenberg. „Het is de enige manier om te laten zien dat zaken niet kloppen. Kom je met een draaiende camera aan, dan gedraagt men zich natuurlijk heel anders.”

Bovendien gaat Radar altijd zorgvuldig om met de privacy van de betrokkenen, vindt Hertsenberg. „Als we in een winkelketen filmen, maken we de medewerkers onherkenbaar. Ook is niet te zien in welk filiaal we zijn. Het gaat ons om het bedrijf, niet om de mensen.”

Laten Hertsenberg en haar team zich ook niet makkelijk verleiden vanwege het technische gemak van de verborgen camera die steeds kleiner is geworden en dus makkelijker te verbergen? „Och, je moest eens weten hoe vaak die krengen het niet doen. Regelmatig komt er een bandje retour zonder beeld en geluid.”

Zie voor uitspraken van de Raad voor de Journalistiek: www.rvdj.nl