India heeft geen eigen staatsfonds nodig

India heeft aan heel veel zaken behoefte – maar niet aan een sovereign wealth fund (SWF, staatsbeleggingsfonds). Het land speelt naar verluidt met de gedachte om een deel van zijn buitenlandse valutareserves van 285 miljard dollar (194 miljard euro) in zo’n fonds te steken. Daarmee zou het zijn opwachting maken in de nieuwe elite van de ontwikkelingslanden, waartoe landen met een goed gevulde kas behoren als China, Abu Dhabi, Qatar, Koeweit en Singapore.

SWF’s zijn in rap tempo modieuze speeltjes geworden voor regeringen. De afgelopen maand hebben Japan, Saoedi-Arabië en Libië blijk gegeven van hun belangstelling om hun reserves te (her-)beleggen, teneinde hogere langetermijnrendementen te behalen. Van de twintig grootste SWF’s – die wereldwijd voor 2.500 miljard dollar (1.700 miljard euro) aan bezittingen hebben – zijn er negen pas na de milleniumwende opgericht.

India lijkt genoeg geld te hebben om aan het spel mee te kunnen doen, zij het op het tweede plan. Met 285 miljard dollar zijn de buitenlandse valutareserves van het land vorig jaar met 100 miljard dollar gegroeid. In 1991 bedroegen ze nog maar 1,5 miljard dollar.

Maar het geld vertegenwoordigt niet echt sovereign wealth. Anders dan bij gevestigde SWF-rivalen zijn de Indiase reserves niet het gevolg van hoge grondstoffenprijzen of buitensporige besparingen. Het land heeft een tekort op zijn betalingsbalans ter grootte van 2 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Het moet behoorlijk wat geld bij de hand zien te houden om te verzekeren dat de handel blijft stromen.

Belangrijker nog is dat India nog steeds heel arm is en om investeringen schreeuwt. Investeringen nemen 33 procent van het Indiase bbp voor hun rekening, veel minder dan de 43 procent in China. De overheid onderkent het probleem. In het jongste vijfjarenplan is sprake van 492 miljard dollar aan infrastructurele uitgaven, maar de regering denkt dat de privésector tweederde van het benodigde geld zal leveren. Het zou zinvol zijn om het deel van de buitenlandse valutareserves dat geen andere bestemming heeft, te gebruiken voor het verhogen van het overheidsaandeel in deze investeringen.

Op de langere termijn zullen de rendementen op ook maar enigszins goed doordachte binnenlandse beleggingen die van een SWF overtreffen. Als de indirecte sociale voordelen in de berekeningen worden meegenomen, slaat de balans zelfs nog verder door in de richting van een beleggingsbeleid dat India op de eerste plaats stelt.

SWF’s zijn in de mode, maar daarom hoeft India nog geen slachtoffer van deze mode te worden.

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com