‘Het gaat niet goed met kerkmuziek in Nederland’

Er dreigt een tekort aan kerkmusici. Steeds minder orgelstudenten hebben trek in een kerkelijk dienst-verband. En kerkgangers willen wel eens wat anders dan een orgel horen.

Harmonisatieles in de Haagse Maranathakerk Foto Evelyne Jacq Europa, Nederland, Den-Haag, 02-02-2008 Maranathakerk. Om een tekort aan kerkmusici te remmen, Cursus voor Organisten en koordirigenten georganiseerd door het Bureau Kerkmuziek van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) om een officiele bevoegdheidsverklaring te verwerven. Foto: Evelyne Jacq Jacq, Evelyne

Op een donkere, regenachtige zaterdagochtend verzamelen zeventien amateur-kerkmusici zich in de Maranathakerk, aan de Haagse Tweede Sweelinckstraat. Het zijn de deelnemers aan een van de driejarige cursussen die worden georganiseerd door het Bureau Kerkmuziek van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Organisten en koordirigenten uit onder meer Naaldwijk, Zwijndrecht, Vlaardingen, Montfoort, Utrecht en Ermelo laten zich hier elke veertien dagen bijscholen door professionals om een officiële bevoegdheidsverklaring te verwerven.

Hayo Boerema (35), organist van de Laurenskerk in Rotterdam, geeft deze ochtend uitleg over de regels voor het harmoniseren (het vormen van goede samenklanken) van psalmen en liederen. Thuis hebben de deelnemers een harmonisatie moeten voorbereiden. Het niveauverschil onder de amateurs wordt direct hoorbaar. De haastig genoteerde harmonisatie van de ene is foutloos, de thuis geconstrueerde versie van een ander zit vol verboden kwintparallellen. Geduldig bespreekt Boerema aan de hand van de fouten nog eens de regels waaraan een liedzetting moet voldoen.

Het tweede uur bespreekt de Haagse cantor-organist Arie Eikelboom (59) de liederen van kerkhervormer Maarten Luther. Zijn enthousiasme werkt aanstekelijk. Zonder schroom zingen de aanwezigen met hem mee om de eigensoortigheid van Luthers liederen te proeven. Predikant Van Doornik uit Maassluis bespreekt de verschillen in Bijbellezingen binnen diverse kerkelijke tradities.

Het opleiden van nieuwe amateur-kerkmusici in de PKN is hard nodig. De kerk telt ongeveer 4.000 kerkmusici, onder wie 700 parttime professionals met een conservatoriumopleiding. De rest is amateur. Zowel onder professionals als onder amateurs is sprake van vergrijzing. Volgens een recent onderzoek van het kerkelijk onderzoeksinstituut KASKI is 38 procent van de professionals 55 jaar of ouder. Onder de amateurs is de vergrijzing nog groter: meer dan de helft is ten minste 55 jaar. De aanwas van jonge professionele kerkmusici is gering. Slechts één op de zes is jonger dan veertig. Over tien jaar dreigt een acuut tekort, ondanks dat veel kerken worden gesloten. Het aantal orgelstudenten aan de conservatoria is sterk gedaald. Veertig jaar terug had elk conservatorium er veertig, nu zijn het er nog ruim veertig in totaal. En hun bereidheid tot een kerkelijk dienstverband is niet groot.

De kerkmuziek staat zwaar onder druk, constateert Reinoud Egberts (61), hoofd van het Bureau Kerkmuziek van de PKN in Utrecht en cantor-organist van de Martinikerk in Doesburg, waar hij ’s zondags het monumentale Walcker-orgel bespeelt. Een belangrijke oorzaak zijn de teruglopende financiële middelen. „De kerk van Doesburg overweegt een amateur aan te stellen, als ik over een paar jaar met pensioen ga. De kerk wordt steeds meer een amateurorganisatie. Kerkrentmeesters willen betaalde, professionele organisten vervangen door vrijwilligers. Van hen heb je er wel veel meer nodig: voor één professional drie amateurs, want die willen zich niet elke zondag binden.” De noodzaak te bezuinigen heeft de PKN doen besluiten het Bureau voor Kerkmuziek over twee jaar op te heffen. „Als er geen centrale aansturing meer is, wordt de kwaliteit afhankelijk van wat plaatselijke kerkenraden belangrijk vinden.” Daar is hij niet gerust op.

Ook Boerema maakt zich zorgen over de toekomst van de kerkmuziek, al heeft hij zelf nog niet te klagen. „In Rotterdam is men gelukkig nog zeer geïnteresseerd in muziek. De Cantatediensten zijn de best bezochte diensten in de Laurens. Hetzelfde geldt voor de Dom in Utrecht en voor de Oude Kerk in Amsterdam. Maar als de huidige ontwikkeling zich doorzet, zullen alleen de grote steden nog wat te bieden hebben. Als het Bureau voor de Kerkmuziek wegbezuinigd is worden de financiële regelingen voor kerkmusici ook minder dwingend. Hopelijk gaan de grote kerken zorgen dat de kerkmuziekbeoefening op peil blijft. Vanuit de centrale PKN zie ik het niet meer gebeuren.”

Arie Eikelboom vindt dat het ronduit treurig gesteld is met de kerkmuziek. Een belangrijke oorzaak daarvan is het gevoel dat het in de kerk vooral gezellig moet zijn. „Noem het de vertrossing of de EO-isering van de kerk.” Een tweede oorzaak is het gebrek aan kerkmuzikale scholing van de predikanten. „Ik vind dat hymnologie en liturgie weer een verplicht onderdeel van de theologische opleiding moet worden. Af en toe mag ik optreden bij afgestudeerde theologen in Hydepark, die zich voorbereiden op het predikantschap. Ik geef dan bijvoorbeeld uitleg over de achtergronden en de totstandkoming van het Liedboek voor de Kerken. Dan hoor ik vaak: wat had ik dat graag allemaal eerder geweten.”

Ook Rein van der Kluit (58), voorzitter van de vereniging van kerkmusici (GOV-VvK), hoopt dat de kerkmuziek een prominenter onderdeel zal worden van de opleiding aan de vorig jaar opgerichte Protestantse Theologische Universiteit. Maar hij wil de kritiek die van de orgelbank komt ook wat relativeren: „Jongeren vragen naast het orgel om andere instrumenten in de kerk. Ik vind dat organisten met dergelijke wensen rekening moeten houden. Dat zou een verbreding van de opleiding van kerkmusici moeten betekenen. We moeten open ogen hebben voor de veranderingen die zich onder invloed van de cultuur voordoen in de kerkmuziek en niet gaan zeuren. Wel moet ‘collateral damage’ zoveel mogelijk worden vermeden. In 2012 moet er een nieuw Liedboek voor de Kerken zijn, daar zal ook door kerkmusici veel energie in gestoken moeten worden zodat ook nieuwe kerkliederen kwaliteit krijgen.”