Goede tellers in Lage Landen

Mensen in de Lage Landen konden beter cijfers hanteren dan mensen elders in Europa.

Dat concluderen historici uit volkstellingen uit de 14de tot de 17de eeuw.

In de vijftiende en zestiende eeuw wisten mensen in de Lage Landen beter en preciezer hoe oud zij waren dan mensen in andere delen van West-Europa. Vooral bij vrouwen was het verschil groot. Dat betekent volgens de historici Tine de Moor en Jan Luiten van Zanden dat vrouwen in de Lage Landen in die tijd vertrouwder waren met cijfers en tellen, en waarschijnlijk ook beter konden rekenen, dan die in de rest van West-Europa. De Moor en Van Zanden (verbonden aan de Universiteit Utrecht en het Internationale Instituut voor Sociale Geschiedenis) presenteerden hun onderzoek vorige week tijdens de Derde Vlaams-Nederlandse Conferentie in Antwerpen.

De historici maakten gebruik van officiële documenten waarin mensen hun leeftijd opgeven, zoals volkstellingen en ondertrouwakten. Hieruit blijkt dat mensen vroeger vaak geneigd waren om hun leeftijd op een vijf of een nul te laten eindigen of om die een even getal of een veelvoud van twaalf (het aantal discipelen van Jezus) te laten zijn. Als ze hun leeftijd niet precies wisten, namen ze kennelijk iets dat mooi klonk. In een volkstelling te Reims in 1422 kwam bijvoorbeeld – heel onwaarschijnlijk – geen enkel meisje van dertien voor.

De Moor en Van Zanden hadden de beschikking over gegevens uit onder meer Engeland, Reims, Toscane, Florence, Brugge, Zeeland/Holland, Amsterdam, Limburg, Vlaanderen en Brabant, daterend van de veertiende tot de zeventiende eeuw. Ze berekenden steeds het percentage mensen dat de leeftijd niet nauwkeurig kent door statistisch te corrigeren voor de genoemde antwoordtendenties, het zogeheten ‘leeftijdstapelen’ (age heaping).

Rond 1500 bleek in de Lage Landen slechts 15 tot 20 procent van de mensen een onjuiste leeftijd op te geven. Dat daalde in de eeuw die volgde tot 5 procent of minder. Mannen en vrouwen verschilden daarin nauwelijks van elkaar. In andere delen van West-Europa lagen de percentages onjuist opgegeven leeftijden rond 1500 veel hoger, tussen de 35 en 45 procent. En de verschillen tussen mannen en vrouwen waren daar ook groter: daar zat wel een procentpunt of vijftien tussen. Limburg en Brabant deden het ook minder goed dan gebieden die direct aan de Noordzee lagen.

De resultaten zijn consistent met onderzoek naar geletterdheid: vrouwen uit de Lage Landen ondertekenden ook vaker hun huwelijksakte (in plaats van een kruisje te zetten) dan vrouwen in de rest van West-Europa. Het onderzoek ondersteunt eveneens de theorie van De Moor en Van Zanden in hun in 2006 verschenen boek Vrouwen en de geboorte van het kapitalisme in West-Europa. Daarin betogen de historici dat vrouwen in de Lage Landen vanaf de veertiende eeuw later huwden en vrijer waren om te werken dan vrouwen in het gebied rond de Middellandse Zee – en bij werken in de handel is kunnen rekenen natuurlijk van groot belang. De nieuwe gegevens maken aannemelijk dat in de late middeleeuwen al werd geïnvesteerd in ‘menselijk kapitaal’ – althans in de landen aan de Noordzee.

Lees het artikel via nrcnext.nl/mijnnext