Fiscus of werkgever betalen voor studie

Werkgever en fiscus zijn vaak bereid opleidingen die samenhangen met een beroep gedeeltelijk te vergoeden. Maar de ene baas is de andere niet.

Wie naast zijn baan een opleiding wil volgen hoeft dat meestal niet helemaal zelf te betalen. Zowel de werkgever als de fiscus zijn onder voorwaarden bereid de kosten van een opleiding die samen hangt met het beroep te vergoeden. Werkgevers doen dit niet alleen omdat ze gebaat zijn bij goed opgeleide werknemers, de fiscus biedt ook speciale faciliteiten voor aftrek voor deze investering in menselijk kapitaal. Daarnaast is ook in de inkomstenbelasting een mogelijkheid opgenomen scholingskosten af te trekken. Voor beide geldt dat het moet gaan om een studie voor ‘beroeps- of inkomstenverbetering’.

Aan de werknemer de keuze om de studiekosten aan de fiscus of werkgever voor te leggen. Bert Faber, senior fiscalist bij Rabobank, legt uit dat het in de regel voordeliger is om van de mogelijkheden van de werkgever gebruik te maken. „Deze regels zijn ruimer als het gaat om door de werkgever vergoede kosten. Deze vergoeding is vaak ook nog onbelast.” Bovendien is de opbrengst voor de werknemer hoger, legt de fiscalist uit. De werkgever zal in de regel immers de gehele opleiding vergoeden, terwijl met aftrek bij de fiscus – afhankelijk van het inkomen – een maximale aftrek van 52 procent kan worden bereikt. Bovendien moet er rekening worden gehouden met een drempel van 500 euro (fiscaal partners 1.000 euro), alleen het meerdere komt voor aftrek in aanmerking.

Faber legt uit dat er door de werkgever meer onbelast vergoed kan worden dan er via de aangifte afgetrokken kan worden. „Vanuit de gedachte ‘de werkgever is kritisch op wat hij vergoedt’ zijn de regels ruimer”, zegt hij. Zo kunnen binnen redelijke grenzen allerlei kosten onbelast worden vergoed, zoals symposia, excursies, studiereizen met inbegrip van reis- en verblijfkosten. Onbelast mag 0,19 per km aan reiskosten worden vergoed.

Wie een cursus wil volgen moet eerst de voorwaarden voor vergoeding daarvoor bij de werkgever verkennen. De ene werkgever vergoedt meer dan de ander. Ook hebben verschillende werkgevers voorwaarden ingebouwd die ervoor zorgen dat ze (een deel van) de investering terugkrijgen als de werknemer kort na het volgen van een cursus opzegt. Dit was ook het geval bij marketingmedewerker Jorien (33). Zij kreeg tijdens haar baan bij een grote uitgeverij de kans om een gespecialiseerde marketingopleiding te doen. De werkgever schoot de kosten – zo’n 3.000 euro – voor.

Jorien tekende ervoor dat de kosten haar in twee jaar tijd zouden worden kwijtgescholden. Na een jaar werd ze gevraagd voor een baan bij een uitzendorganisatie en zegde haar baan op. „In eerste instantie dacht ik niet meer aan de cursus. Tot ik van mijn werkgever een brief kreeg waarin stond dat het restant van mijn opleidingskosten van bijna 1.500 euro met mijn laatste loonbetaling zou worden verrekend. Een kleine domper, maar wel begrijpelijk”, zegt Jorien. „Ik had er natuurlijk wel voor getekend.”

Ze kreeg van een hrm-medewerker de tip om het restant van de kosten in haar belastingaangifte op te nemen. Zo ver kwam het echter niet, want haar nieuwe werkgever bood aan de openstaande kosten over te nemen. „Dat was niet tijdens de salarisonderhandelingen besproken maar werd toch geregeld.”

Het blijft dus zaak, bij kostbare opleidingen, de voorwaarden goed te doorgronden. Daarnaast moet de werknemer ervoor waken ook niet te snel de kosten op te nemen in de aangifte. Als daarna namelijk blijkt dat de werkgever toch wil bijdragen aan de opleiding kan dat onvoordelig uitpakken.