Eén Drachtenaar en zijn deurbel

Het was gisteren een onrustig dagje, the day after the night before, want de hele dag zat je, als een van de zeven miljoen Peter R.-kijkers, toch te wachten op nóg zo’n heerlijk tv-avondje, ditmaal met de Jorannasleep (Joran-nasleep).

En inderdaad, ’s avond werden we weer getrakteerd, niet op Joran en zijn fijne vriend, maar op allerlei deskundigen die filosofeerden over wat Joran tussen het lurken aan zijn joint door zondagavond allemaal had gezegd.

Zo was daar Ernst Ameling, een forensisch psycholoog die volgens mij tevens reus was, want hij stak twee meter boven het Hart van Nederland-deskje uit. In samenspraak met presentatrice Gallyon kwam hij tot diepzinnige conclusies over de persoonlijkheid van Joran. Gallyon: ‘Wat kunt u zeggen over Joran?’ Ameling: ‘Dat ’ie veel liegt.’

Vervolgens kwam alcoholdeskundige Harma Defourny, een vrouw van middelbare leeftijd met opgewonden blosjes op haar wangen, vertellen ‘dat je je thermostaat niet kunt houden’ als je veel drinkt, en daarmee het overvloedige trillen van Natalee uitlegde.

Er moest natuurlijk ook een ervaringsexpert uit Drachten gehoord worden, want daar staan nu al twee dagen allerlei mensen op allerlei bellen te drukken om te vragen of Joran toevallig thuis was. Eén Drachtenaar en zijn deurbel hadden daar bijzonder veel last van gehad. ‘Mijn bel was het mikpunt van de media’, was de tragische tekst van deze Fries.

Het hield maar niet op, met de experts. We hadden advocaten, we hadden jaloerse collega-misdaadverslaggevers, we hadden mensen die ‘stukje ijdeltuiterij’ zeiden, we hadden gejaagde correspondenten in New York, we hadden Bert van der Veer, die diepgelukkig sprak over een ‘ouderwetse gedeelde ervaring’. En natuurlijk mocht de man op straat niet ontbreken, met al zijn meningen. SBS6 had wel een heel authentieke man op straat gevonden, die dan ook verscheidene keren zijn zegje mocht doen over Joran. Het was een grote bouwvakker met een blauwe overall, die nog net niet ‘aan de hoogste boom’ zei, maar dat wel heel erg wist uit te stralen.

De leukste deskundige was Gerard Spong, die het hele drama als volgt samenvatte, met zijn ik-praat-heel-keurig-maar-ik-zeg-ondertussen-hele-vunzige-dingetjes-stem: ‘Dat meisje Natalee is al vingerend aan d’r end gekomen.’ En als klap op de vuurpijl declameerde Spong een prachtig gedichtje dat de sentimenten van de gemiddelde oudere, intellectuele Nederlander omtrent deze zaak goed weergaf: ‘Ik vind het niet zo kies van Peter de Vries.’