De meeste stemmen gelden niet altijd. Een verkiezingsgids

Vandaag is het Super Tuesday. 24 Amerikaanse staten houden voorverkiezingen, goed voor de helft van gedelegeerden. Welke staten zijn belangrijk? En waar moet je verder op letten?

Vandaag is het Super Tuesday.24 Amerikaanse staten houden voorverkiezingen. Welke staten zijn belangrijk? En waar moet je verder op letten?

1 Let op Missouri

Camera’s, kandidaten, verslaggevers – ze zullen vandaag, Super Tuesday, in grote getalen aanwezig zijn in Californië.

De westelijke staat, met zijn losse levensgevoel en innovatieve economie (de zesde van de wereld), heeft verreweg de meeste delegatieleden te vergeven. En deze delegatieleden bepalen op de partijconventies, komende zomer, wie de Republikeinse en wie de Democratische kandidaat voor de presidentsverkiezingen wordt.

Bij de Republikeinen gaat het nog tussen koploper John McCain, senator uit Arizona, en ex-gouverneur Mitt Romney van Massachusetts. Die strijd is vrijwel beslist. Na zijn zege in Florida, vorige week, heeft McCain een voorsprong van zo’n twintig procentpunt in de peilingen genomen. ,,Ik neem aan dat ik de nominatie van de partij krijg’’, zei hij afgelopen weekeinde.

Bij de Democraten is de duidelijkheid nog ver te zoeken. In nationale peilingen leidt Clinton, maar Obama loopt de laatste weken steeds verder in. Clinton staat gemiddeld vijf procentpunt voor, een week geleden was dat nog circa tien procentpunt.

Super Tuesday zit ingewikkeld in elkaar dit jaar. Zo ingewikkeld dat niemand verbaasd moet zijn als de uitslag van Californië uiteindelijk minder belangrijk is dan het nu lijkt. Hetzelfde gaat vermoedelijk op voor andere staten met relatief veel delegatieleden – New York, Illinois, New Jersey, Massachusetts, Georgia.

Daarom is het nuttig, te midden van de stortvloed aan uitslagen die vanavond (vannacht in Nederland) binnenkomen, voortdurend een schuin oog te houden op Missouri. In die nogal behoudende staat, midden in het land, zullen relatief weinig cameraploegen zijn. Geen van de kandidaten brengt er de verkiezingsavond door. Maar wie de uitslag van Missouri kent, kan redelijk inschatten wat de voorkeuren van de Amerikaanse kiezer zijn: sinds 1900 heeft de staat slechts eenmaal (1956, Eisenhouwer) niet op de winnaar van de presidentsverkiezingen gestemd.

Bill en Hillary Clinton hebben de laatste weken vele bezoeken aan de staat gebracht. En wie zich afvraagt waarom Obama de laatste weken zo vaak wordt omringd door een blonde dame van middelbare leeftijd: zij is Claire McCaskill, senator uit Missouri.

Tussenstand: in de laatste peilingen in Missouri gaat McCain ruim op kop. Clinton en Obama staan er vrijwel gelijk.

2 De zes grote staten

Super Tuesday wijkt dit jaar om verschillende redenen af van de traditie. Vandaag houden maar liefst 24 staten (en één territoriaal gebied, American Samoa) hun voorronde. Dat zijn er meer dan ooit tevoren; het is bijna de helft van het land. Er wordt daarom wel van een ‘nationale voorverkiezing’ gesproken, Tsunami Tuesday.

En terwijl de uitkomst bij de Republikeinen vast lijkt te staan, doen zich bij de Democraten drie complicaties voor. Om te beginnen is er de paradox van de grote staten.

In principe kunnen Clinton en Obama vandaag hun slag slaan in de zes grootste Super Tuesday staten. Om de nominatie te winnen hebben zij op de conventie minimaal 2.025 delegatieleden nodig (de helft plus één). Op dit moment staat Obama in die race voor: hij heeft in de eerste vier voorrondes 63 delegatieleden gewonnen, Clinton 48 (dit is exclusief zogenoemde supergedelegeerden, zie inzet).

Alleen al in Californië zijn vandaag 370 delegatieleden te verdienen, bijna twintig procent van het benodigde aantal. In New York 232 (ruim 10 procent), in Illinois 153 (8 procent), in New Jersey 107 (5 procent), Massachusetts 93 (kleine 5 procent), Georgia 87 (4 procent). Kortom, in de zes grootste staten kan een Democraat vandaag ruim 50 procent van de benodigde delegatieleden winnen, en zo de nominatie veilig stellen.

En in de meeste van deze staten heeft Clinton nog steeds een voortreffelijke uitgangspositie. In haar thuisstaat New York, New Jersey en Massachusetts (land van Ted Kennedy) gaat ze vorstelijk op kop. Alleen in Illinois (Obama’s thuisstaat) en Georgia moet ze Obama ruim voor laten gaan. En in Californië staat ze nu ongeveer gelijk met Obama. Zo bezien is Californië toch van groot belang.

3 Waarom de winnaar soms verliest

Nu komt de tweede complicatie. De Republikeinen werken met het principe van ‘winner take all’. De winnaar krijgt automatisch alle gedelegeerden. Maar de Democraten hanteren een ander systeem: zij kennen delegatieleden toe naar rato van het aantal uitgebrachte stemmen. En dat doen ze ook nog eens op twee niveaus. In Californië worden bij voorbeeld 241 van de 370 delegatieleden aangewezen op basis van de uitslag in kiesdistricten (een soort provincies), en de rest, 129 delegatieleden, op basis van de stemverhouding in de staat.

Californië heeft ruim vijftig kiesdistricten. 32 daarvan vaardigen een even aantal – meestal vier of zes – delegatieleden af. Als de peilingen blijven zoals ze nu zijn, is het voor beide kandidaten bijna onmogelijk grote aantallen delegatieleden te winnen, omdat ze in de meeste districten te weinig voorsprong hebben om niet gelijk te eindigen.

Dit verschijnsel doet zich in bijna alle grote staten voor. Alleen als kandidaten met 10 procent of meer winnen – Clinton staat 20 procent voor in New York, Obama 30 procent in Illinois – is het mogelijk een serieus verschil in delegatieleden te maken. Maar omdat deze twee staten ongeveer tegen elkaar zijn weg te strepen, is dit de reden dat beide campagnes er nu al openlijk rekening over speculeren dat de race van de Democraten vandaag niet beslecht zal worden.

Dan is er nog de derde complicatie. Dat is het meest verraderlijke element van het systeem dat de Democraten hanteren: wie de meeste stemmen behaalt, verovert niet ook automatisch het hoogste aantal delegatieleden.

Dat gebeurde eerder in Nevada. Daar verloor Obama van Clinton, 45 om 51 procent. Maar omdat de overwinning van Clinton was gebaseerd op een ruime zege in alléén het district van Las Vegas, terwijl Obama in de rest van die staat, in een aantal dunbevolkte districten, zéér ruim won, haalde hij uiteindelijk meer delegatieleden binnen dan Clinton, dertien om twaalf.

Ook de uitslag van New Hampshire is in dit verband interessant. Daar won Clinton met 39 om 36 procent. Zij vond haar stem terug, vertelde ze in de opluchting na afloop. Maar in werkelijkheid haalde zij evenveel delegatieleden als Obama, negen om negen. En in Iowa maakte John Edwards er een groot punt van dat hij tweede werd, vóór Clinton. Maar Clinton had daar vijftien delegatieleden, Edwards veertien (en Obama zestien).

Kortom, wie vandaag de winnaar van een staat wil weten, kan de gebruikelijke presentatie van het resultaat – het aantal stemmen uitgedrukt als percentage van het totaal – hooguit als indicatie gebruiken. En de kans is reëel dat de werkelijke uitslag afwijkt van de indicatie.

4 Demografische factoren

Om intussen enig houvast te krijgen, loont het de moeite te letten op het stemgedrag van bepaalde bevolkingsgroepen. In Californië zal bijvoorbeeld veel afhangen van latino’s, die daar 19 procent van het electoraat vormen. De Clintons hebben een voortreffelijke relatie met de latinogemeenschap, ontstaan tijdens het presidentschap van Bill. In Nevada, waar Obama de steun had van de grootste vakbond, wisten de Clintons de latinoleden los te weken van die bond. Drie van de vier latino’s in die staat kozen daar voor Clinton, en als dat patroon zich in Californië herhaalt, is een goed resultaat voor Obama in Californië nagenoeg onmogelijk.

Zwarte stemmers identificeren zich overwegend met Obama, zoals bleek bij de voorverkiezingen in South Carolina. Als dat patroon zich voortzet, kan dat vooral de uitslag in Georgia beïnvloeden: daar is circa de helft van de Democratische stemmers zwart. En in staten als New York, Tennessee en Delaware is ongeveer 20 procent van het electoraat zwart.

Blanke mannen tonen de laatste weken de neiging voor Obama te kiezen. Nu geeft ongeveer de helft aan dat zij Obama prefereren boven Clinton. Als die groep verder zou groeien, is dat een groot probleem voor Clinton.

Vrouwen zijn tot nu toe de meest onzekere factor in de voorverkiezingen. In Iowa kozen zij in meerderheid voor Obama. In New Hampshire en Nevada voor Clinton. In South Carolina weer voor Obama. Analisten zeggen dat hoogopgeleide vrouwen van middelbare leeftijd een sleutelgroep zullen worden: de kandidaat die zij in meerderheid willen, wordt waarschijnlijk genomineerd.

5 En als niemand wint?

Nu de Republikeinen op het punt staan McCain als hun kandidaat te kiezen, komen de Democraten onder druk te staan snel hun kandidaat aan te wijzen. Wanneer Super Tuesday niet de scherprechter blijkt te zijn, en geen van de kandidaten een voorsprong van meer dan vijftig delegatieleden neemt, dan lijkt dat in eerste instantie gunstig voor Obama. Er volgen dan binnen twee weken zes voorrondes – in Virginia, Maryland, de stad Washington, de staat Washington, Hawaii en Wisconsin – die zijn campagne stuk voor stuk beschouwt als zeer kansrijk. De beslissing valt dan waarschijnlijk op 4 maart, wanneer Ohio en Texas naar de stembus gaan. Texas heeft 193 delegatieleden te vergeven. Voordeel voor Clinton: ruim 20 procent van de kiezers is daar latino.