De loverboy moet bestraft, dat staat wel vast

Verliefdheid en misleiding spelen een hoofdrol bij zaken tegen loverboys.

Als het bewijs er eenmaal is, blijkt het om heel gemene en kwaadaardige zaken te gaan.

Vorige week veroordeelde de rechtbank Den Haag een pooier tot drie jaar cel wegens poging tot mensenhandel, mishandeling en vrijheidsberoving. Hij buitte twee vrouwen uit en had hen misleid en mishandeld.

De rechtbank motiveerde de straf aldus: „Verdachte heeft beide vrouwen voorgehouden dat hij een gezin met hen wilde vormen om hen aldus te bewegen voor hem in de prostitutie te gaan werken. [...] Bij het begaan van deze feiten heeft verdachte geen enkel respect getoond voor de meisjes en hen louter en alleen als handelswaar beschouwd. [..] Hij heeft evenmin enig ontzag getoond voor de lichamelijke integriteit of het zelfbeschikkingsrecht van zijn slachtoffers, hetgeen de rechtbank hem zwaar aanrekent.”

Sinds midden jaren negentig worden dergelijke souteneurs ook wel ‘loverboys’ genoemd. Vorige week veroordeelde ook het Gerechtshof Amsterdam een loverboy tot vier jaar cel. Bij loverboyzaken spelen verliefdheid en misleiding een hoofdrol. Het patroon: een jonge, meestal kwetsbare vrouw wordt verliefd op een goed uitziende man, meestal van buitenlandse afkomst die gewetenloos en gewelddadig is. In deze zaak sprak het Hof van een man die zijn slachtoffer isoleerde „en in zijn macht [...] bracht. Na enige tijd is zij de prostitutie ingegaan. Verdachte heeft haar, nadat zij had aangegeven met dat werk te willen stoppen, nog jaren gedwongen als prostituee te werken. Hij dwong haar door haar te mishandelen en te bedreigen. [...] Verdachte heeft zich slechts door financieel gewin laten leiden.”

Als het bewijs er in loverboyzaken eenmaal is, blijkt het om heel gemene en kwaadaardige zaken te gaan. De rechter hoeft in het vonnis niet lang na te denken over de strafwaardigheid. Maar voor de strafmaat ligt dat anders. De weegschaal komt op tafel en voor de leek begint dan een bijzonder proces. De rechters verdiepen zich precies in de mate van geweld, de regelmaat ervan, hoe bruut de man optrad en of drugs ook een rol speelden. Verder wordt er expliciet aandacht besteed aan de persoon van de dader. Is het de eerste keer, wat is z’n leeftijd, begrijpt hij wat deed, wat is z’n karakter en waarom deed hij het eigenlijk?

In de meeste vonnissen worden dergelijke afwegingen in standaardtermen afgehandeld. Maar het vonnis dat de rechtbank Amsterdam anderhalve maand geleden wees, staat voor nieuw beleid. De rechterlijke macht streeft er naar afwegingen beter en in begrijpelijker taal te omschrijven. Dit vonnis leest als een koel rapport, maar dan van een driestuiverdrama.

De zaak zelf was een klassieker. Een jonge in Nederland geboren man met een Spaanse achternaam, dwong twee vrouwen die successievelijk op hem verliefd werden de prostitutie in. Hij mishandelde hen, dreigde met een pistool, chanteerde hen en streek hun verdiensten op. Beide vrouwen dachten dat ze ieder voor zich met de man spaarden voor een toekomst in Spanje. De politie vond bij de dader 2,5 ton in cash, een dure auto en gouden sieraden. De officier eiste vier jaar onvoorwaardelijke celstraf.

En dan begint de rechtbank met optellen en aftrekken. Bij vier jaar cel wegens mensenhandel moet het uitbuiten behalve langdurig ook op ‘vreselijke wijze’ zijn gebeurd. Bijvoorbeeld met dagelijks fysiek geweld, niet zo af en toe. Die slachtoffers worden bovendien meestal ook verslaafd gemaakt en ‘op brute wijze gecontroleerd in hun staan en gaan’.

Deze vrouwen werden ook slecht behandeld, maar op een andere manier. Zij werden niet geslagen, maar eerder ‘geraffineerd benaderd en bespeeld’ om geld te verdienen. Gingen ze niet de prostitutie in, dan zou de relatie worden beëindigd. Zij waren marionet. Op de zitting probeerde één van de slachtoffers haar oorspronkelijke belastende verklaring in te trekken. Dat gaf de rechtbank extra het gevoel met een manipulatieve dader van doen te hebben. In de bewezenverklaring zeggen de rechters dat de vrouwen zodanig afhankelijk waren dat één van hen „zich bereid toonde onder ede onwaarheden te verklaren.”

De rechters vonden deze dader ook niet helemaal toerekeningsvatbaar. Uit psychologisch onderzoek bleek dat de man een permanente persoonlijkheidsstoornis had. Het sloot aan bij de indruk die de rechters op de zitting kregen. De man gaf toe dat hij te ver was gegaan bij het onder druk zetten van de vrouwen. Maar dat z’n handelen laakbaar was en dus strafbaar, nee, dat was hem niet duidelijk. Geen inlevingsvermogen dus, concludeerden de rechters. Een man met een anti-sociale en narcistische stoornis. En een stevige kans op recidive. Het oordeel: vier jaar cel, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank pakt hem bovendien al het geld af, wegens ‘gewoonte-witwassen’. Ook de vrouwen krijgen het niet terug: het wordt verbeurd verklaard. De gouden sieraden, het Rolex-horloge en de BMW 3 mag hij houden. Er kon niet worden bewezen dat de vrouwen ervoor betaalden.

Uitspraken via rechtspraak.nl, zoek op LJ-nummer BC 2949, AZ 7029 en BC1037Op dinsdag staan op deze pagina regelmatig stukken over de zin en duiding van rechtspraak.